Onderzoeksmasters (research masters) zijn wo-masteropleidingen die studenten voorbereiden op het doen van onderzoek in een promotietraject of in een andere onderzoeksgerelateerde functie. De onderzoeksgerichtheid van deze opleidingen kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Het kunnen opleidingen zijn met een focus op een specifiek onderzoeksthema, of opleidingen waarin een breed onderzoeksdomein centraal staat.
Instellingen mogen voor onderzoeksmasters studenten selecteren. De opleidingen hebben een wettelijke studielast van 120 EC, op grond van artikel 7.5c, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De opleidingen zijn herkenbaar aan de naam, waarin ‘research’ achter de aanduiding van het vakgebied staat.
Naast het reguliere accreditatiekader geldt voor onderzoeksmasters een aantal aanvullende criteria. Deze hebben betrekking op het onderzoeksgerichte karakter van de opleiding en de onderzoekscontext waarbinnen de master wordt aangeboden. Tevens stelt de NVAO enkele aanvullende eisen aan de panelsamenstelling. Bij de beoordeling van onderzoeksmasters tijdens een visitatie hanteert het panel de toepasselijke standaarden van het accreditatiekader en de aanvullende criteria voor onderzoeksmasters die in de Uitvoeringsregels zijn opgenomen. In het rapport komen de aanvullende criteria expliciet aan bod.
Bij de toets nieuwe opleiding van een onderzoeksmaster worden de aanvullende criteria eveneens meegewogen. Na het verkrijgen van een accreditatie nieuwe opleiding van de NVAO dient de instelling nog wel bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toestemming te vragen voor verlenging van de wettelijke studieduur.
De accreditatie van een bestaande onderzoeksmaster heeft, net als die van andere masteropleidingen, een onbeperkte geldigheidsduur. De opleiding dient elke zes jaar te worden beoordeeld.
De NVAO behandelt het visitatierapport van een bestaande onderzoeksmaster binnen drie maanden. Aanvragen voor de toets nieuwe opleiding van een onderzoeksmaster worden binnen zes maanden afgehandeld. Op besluiten van de NVAO zijn de procedures voor bezwaar en beroep van toepassing.
In 2026 bedraagt het tarief van de NVAO voor het beoordelen van een bestaande onderzoeksmaster € 2.678 en voor een nieuwe onderzoeksmaster € 25.717.
Voor overige of afwijkende procedures gelden andere tarieven. De kosten voor buitenlandse bezoeken of voor het inzetten van externe deskundigen, advisering of aanvullende eisen worden aanvullend gefactureerd.
Binnen de huidige wetgeving (artikel 7.5c, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) gaat het om wo-masteropleidingen.
Nee, alleen opleidingen waarvan de NVAO heeft vastgesteld dat ze aan de eisen van onderzoeksmasters voldoen, kunnen zich ‘onderzoekmaster’ noemen. In RIO staat achter de naam van de opleiding ‘(research)’ vermeld. Opleidingen die om andere redenen een wettelijke studieduur van 120 EC hebben, zijn niet automatisch onderzoeksmasters.
Sinds 3 december 2024 moeten aanvragen (digitaal) ingestuurd worden via LEO ho. Het is van belang om de volgende documenten mee te sturen:
Let op: zorg ervoor dat de bestandsnamen kort en begrijpelijk zijn, langere bestandsnamen van documenten vertragen de registratie van de aanvraag.
Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft in samenwerking met het hoger onderwijsveld een nieuwe digitale omgeving ontwikkeld voor het erkennen, wijzigen en beëindigen van opleidingen. Deze digitale omgeving, genaamd LEO ho, is sinds 3 december 2024 beschikbaar. LEO ho wordt onder andere gebruikt voor diverse Nederlandse NVAO-procedures die voorheen via de website van de NVAO werden aangevraagd.
Lees meer
Met ingang van 1 april 2024 gaat de NVAO het nieuwe accreditatiekader (kader) hanteren. Dit kader bevat de standaarden en beslisregels voor de beoordeling en accreditatie van nieuwe en bestaande opleidingen in het hoger onderwijs, de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) en de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Die laatste beoordeling maakt deel uit van de procedure waarmee organisaties erkenning kunnen aanvragen als rechtspersoon voor hoger onderwijs. Het kader bevat ook de criteria voor het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs en de regels voor de indeling van opleidingen in het visitatierooster.
Lees meer
Het is mogelijk om bezwaar/beroep in te dienen tegen een besluit van de NVAO. Enkel belanghebbenden kunnen dit proces starten.