Internationale strategie
De NVAO heeft vanaf haar ontstaan een hoge prioriteit toegekend aan Europese kwaliteitszorg en internationalisering. Zowel het binationale karakter van de organisatie als de internationale gerichtheid van het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs maken dit vanzelfsprekend. In haar verschillende strategieën is die internationale dimensie daarom ook steeds een strategische doelstelling geweest. Hierbij ging dan bijzondere aandacht naar het uitdragen van en voldoen aan de Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area, maar ook naar kwaliteitszorg van internationale gezamenlijke opleidingen, wederzijdse erkenning van diploma’s, verspreiding van goede praktijken en samenwerkingen met andere kwaliteitszorgorganisaties.
Strategische doelstelling
Internationalisering is echter geen doelstelling an sich. Voor de NVAO is internationalisering vooral een middel om steeds de best mogelijke kwaliteitszorg te kunnen organiseren. Deze strategische doelstelling zet de NVAO ertoe aan om de Europese ontwikkelingen nauw op te volgen en, waar relevant, ook mee (bij) te sturen. Dat vergt een doorgedreven aanwezigheidsbeleid. De NVAO moet zijn waar de beslissingen worden genomen en waar het van belang is om aanwezig te zijn. De NVAO moet participeren in de Europese ontwikkelingen op het vlak van kwaliteitszorg. Dat geldt evenzeer voor de hogeronderwijsontwikkelingen die een impact zouden kunnen hebben op kwaliteitszorg.
Relevante en blijvende bijdragen
De invulling van NVAO’s internationaliseringsbeleid heeft relevante en blijvende bijdragen aan Europese kwaliteitszorg opgeleverd. Dat deed de NVAO door zowel actief bij te dragen aan Europese ontwikkelingen als door te pionieren in het methodologisch doorontwikkelen van kwaliteitszorg voor Europa. Dat is in veel ontwikkelingen van de afgelopen twee decennia terug te zien.
Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area (ESG)
De ESG vormen invulling van een van de zes doelstellingen van de Bolognaverklaring: de ontwikkeling van vergelijkbare criteria en beoordelingsmethodologieën. De NVAO droeg bij aan de ontwikkeling van de ESG, zowel aan de eerste versie, goedgekeurd door de Europese ministers in 2005, als aan de herziening, goedgekeurd in 2015. De NVAO wil er expliciet aan voldoen en uitleggen dat ze in dit kader werkt. In 2007 lanceerden de Europese ministers van onderwijs in het kader van de Bolognaverklaring de European Quality Assurance Register (EQAR). EQAR is het officiële register van kwaliteitszorgorganisaties die voldoen aan de ESG. Daartoe dienen kwaliteitszorgorganisaties zelf te worden beoordeeld. De NVAO was een van de eerste drie organisaties die zulke beoordeling aanvroeg en onderging en op die manier als eerste in EQAR werd opgenomen. Sindsdien werd de NVAO elke vijf jaar positief beoordeeld.
Databank voor beoordelingsrapporten en -besluiten
De wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten was vanaf de start van de NVAO een aandachtspunt. De NVAO publiceerde daarom al vanaf de start haar beoordelingsrapporten en -besluiten, zelfs voordat dit vanuit de ESG een verplichting werd. Met Europese financiering ontwikkelde de NVAO een databanksjabloon dat andere kwaliteitszorgorganisaties konden kopiëren om hun eigen beoordelingsrapporten en -besluiten te publiceren. Al die beoordelingsrapporten en -besluiten verschenen tevens op een gezamenlijk publicatieplatform genaamd Qrossroads. Voor de inrichting van de Database for European Quality Assurance Results (DEQAR, www.deqar.eu) is gebruik gemaakt van deze ervaring. DEQAR is inmiddels het officiële Europese publicatieplatform waar alle Europese kwaliteitszorgorganisaties hun besluiten en rapporten dienen te publiceren.
Automatische wederzijdse erkenning hogeronderwijsdiploma’s
Ook al was de NVAO een binationale organisatie, toch heeft ze zelf ook moeten werken aan het wederzijdse vertrouwen in beide hogeronderwijs- en kwaliteitszorgsysteem. Daardoor ziet de NVAO kwaliteitszorg ook als een belangrijke basis voor de wederzijdse erkenning van diploma’s. Het publiceren van beoordelingsrapporten en -besluiten biedt de noodzakelijke transparantie en vormde in 2012 een hefboom voor het opnemen van de wederzijdse automatische erkenning van diploma’s in het NVAO-verdrag. De NVAO werkte hiervoor prioritair samen met NARIC-Vlaanderen en Nuffic Nederland. Samen vormden zij de drijvende kracht voor de realisatie van de Erkenningsruimte Benelux. Die Erkenningsruimte is in 2021 uitgebreid met de Baltische landen. De Benelux-Baltic Recognition Area ging formeel van start in 2024. De leden van die Erkenningsruimte nodigen andere landen uit om zich erbij aan te sluiten.
Kwaliteitszorg van internationale gezamenlijke opleidingen (joint programmes)
Een ander aandachtspunt is de kwaliteitszorg van internationale gezamenlijk aangeboden opleidingen of delen van opleidingen (joint programmes). Dit zijn opleidingen die gezamenlijk worden georganiseerd en aangeboden door instellingen uit verschillende landen. Die opleidingen bestaan al langer en hebben met Erasmus Mundus (2004) een grote toename gekend. De beoordeling van de kwaliteit van dit type opleiding bleek evenwel steeds een uitdaging. Al van in het begin besliste de NVAO om hiervoor met Europese partners samen te werken. Als in de verschillende onderwijssystemen telkens de eigen uiteenlopende kwaliteitszorgsystemen zouden zijn ingezet, zou dat geleid hebben tot een bijna continue beoordeling, zeker wanneer het over grote samenwerkingsverbanden ging; de NVAO beoordeelde ooit een opleiding aangeboden door 41 instellingen. Vanaf 2007 initieerde de NVAO projecten om een beter gecoördineerde kwaliteitszorgaanpak te ontwikkelen. Daarbij was het doel dat niet alle instellingen in elk partnerland voor dezelfde gezamenlijke opleiding een beoordeling zouden moeten doorlopen. Deze projecten hebben in 2012 geleid tot de Single accreditation procedure for joint programmes. Dit werd de basis voor de European Approach for Quality Assurance of Joint Programmes, het beoordelingskader waartoe de Europese ministers zich in het kader van het Bolognaproces committeerden. De NVAO is een van de kwaliteitszorgorganisaties die de meeste ervaring heeft met het gebruik van de European Approach en hier ook het meeste mee werkt.
Certificate for Quality in Internationalisation
Vanaf de start kon de NVAO aanvullend aan haar beoordelingen bijzondere kwaliteitskenmerken toekennen. Aangezien veel opleidingen internationalisering als bijzonder kenmerk vroegen, ontwikkelde de NVAO in 2015 samen met haar Europese partners het Certificate for Quality in Internationalisation (CeQuInt). Het hoofddoel van CeQuInt is om de kwaliteit van internationalisering binnen het hoger onderwijs te beoordelen en te erkennen. Internationalisering in dit kader verwijst naar de integratie van een internationale en interculturele dimensie in het onderwijs en dient zo impact de hebben op de kwaliteit ervan. Dit certificaat wordt nog steeds uitgereikt door de European Consortium for Accreditation in higher education (ECA).
European University Alliances
In 2019 is de NVAO gestart met een project om voor de nieuwe “European Universities”, ontstaan uit het European Universities Initiative, een gepaste kwaliteitszorg te ontwikkelen. Door de overeenkomsten met internationale gezamenlijke opleidingen, met name de samenwerking over grenzen en kwaliteitszorgsystemen heen, verwachtte de NVAO dezelfde problematiek als met de beoordeling van internationale gezamenlijke opleidingen. Binnen het project werd daarom een Europees beoordelingskader voor de kwaliteitsborging van de European Universities ontwikkeld, het Comprehensive Framework for the Quality Assurance of European Universities (EUniQ framework). Deze beoordelingsmethodologie is gericht op de multi-campus-kenmerken en de uitgebreide missies van deze nieuwe European Universities. Het geeft de instellingen ook een handvat om zichzelf te organiseren en de eigen kwaliteit te borgen. In vier pilootprocedures heeft de NVAO dit beoordelingskader getest. Het vormt momenteel het Europese referentiekader voor kwaliteitszorg binnen European Universities.
European Degree
In 2022 lanceerde de Europese Commissie het idee om Europese diploma’s (European Degree) te ontwikkelen en uit te reiken. De European Degree zou het voor studenten gemakkelijker maken om in elke lidstaat van de Europese Unie te werken. In 2023 zijn zes EU-gefinancierde projecten gestart om die European Degree te ontwikkelen. In vier van de zes projecten neemt de NVAO deel om de ontwikkeling te kunnen volgen en er grip op te kunnen houden.
Overzicht van belangrijke ontwikkelingen en bijdragen
Vooruitblik
Het Europese hoger onderwijs staat natuurlijk nooit stil. Toch zijn er vanuit het perspectief van de NVAO een aantal belangrijke Europese ontwikkelingen die de NVAO momenteel en in de toekomst nauw blijft (op)volgen en, waar relevant en mogelijk, ook zal bijsturen.
Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area
De oorspronkelijke ESG van 2005 werden in 2015 herzien. We zijn inmiddels weer bijna 10 jaar verder. Daarom denken de Europese hogeronderwijsstakeholders op dit moment opnieuw na over de relevantie van de huidige ESG. De vraag daarbij is of en zo ja welke wijzigingen er nodig zijn om de ESG toekomstbestendig te houden. Als NVAO moeten wij erover waken dat de ESG de ontwikkeling binnen instellingen blijft ondersteunen en geen extra lasten op gaat leveren. Daarom draagt de NVAO momenteel actief bij aan de evaluatie van de ESG en zullen we dat ook doen indien de stakeholders het nodig achten de ESG te herzien.
Database for European Quality Assurance Results (DEQAR)
Het publiceren van accreditatierapporten en besluiten in DEQAR is inmiddels een ingeburgerde praktijk voor 31 Europese kwaliteitszorgorganisaties. EQAR, als verantwoordelijke voor DEQAR, breidt inmiddels de databank verder uit om alle vormen van onderwijs, waar de ESG op van toepassing zijn, op te nemen in de databank. Deze evolutie wordt door de NVAO op de voet gevolgd. De NVAO beschouwt DEQAR het middel bij uitstek om transparantie te bieden over de kwaliteit van instellingen en opleidingen in Europa. Die transparantie is ook belangrijk voor de erkenning van diploma’s in het buitenland. De NVAO blijft daarom het belang van DEQAR als publicatieplatform uitdragen.
Automatische wederzijdse erkenning hogeronderwijsdiploma
Het Bolognaproces maakt al vijfentwintig jaar werk van de erkenning van diploma’s in Europa. Helaas is er nog steeds geen sprake van een automatische wederzijdse erkenning zoals de Benelux en de Baltische staten die hebben. De Raad van Ministers van de Europese Unie kwam daarom in 2018 met de Recommendation on promoting automatic mutual recognition of qualifications and learning periods abroad. Die aanbeveling verwijst naar het voorbeeld van de Benelux en verzoekt de lidstaten maatregelen te treffen om uiterlijk in 2025 automatische wederzijdse erkenning in te voeren. Sinds die aanbeveling van 2018 blijkt de enige stap vooruit de Benelux-Baltic Recognition Area te zijn. Het ziet er niet naar uit dat er in 2025 substantiële verbeteringen mogen worden verwacht. De NVAO zal vanuit haar positie als kwaliteitszorgorganisatie de verdere uitbreiding van Benelux-Baltic Recognition Area ondersteunen.
European Approach for Quality Assurance of Joint Programmes
Het aantal internationale gezamenlijke opleidingen groeit maar is nog steeds beperkt. In 2015 riepen de ministers op om het gebruik van de European Approach for Quality Assurance of Joint programmes mogelijk te maken en resulterende (accreditatie)besluiten te erkennen. Ondanks deze oproep, blijft de volledige erkenning vaak een omslachtig en bureaucratisch proces. Er zijn nog steeds landen die het gebruik van de European Approach niet toelaten. In vele andere landen gelden er (wettelijke) beperkingen of dienen er aanvullende nationale criteria te worden toegevoegd aan de beoordeling. Dit laatste geldt ook voor Nederland. Dat het gebruik van de European Approach nog niet in alle landen wettelijk is toegelaten, blijft een gigantische uitdaging, zowel voor instellingen als voor kwaliteitszorgorganisaties. Vanuit de NVAO blijven we ijveren voor het onvoorwaardelijk gebruik van de European Approach, ook in Nederland, inclusief de wederzijdse erkenning van de resulterende (accreditatie)besluiten.
European University Alliances
Een grote groep hogeronderwijsinstellingen in Nederland (24), Vlaanderen (13) en Luxemburg (2) maken intussen officieel deel uit van een door de Europese Unie erkende European University. Ook onder de andere instellingen blijkt er nog interesse om toe te treden tot een European University. In maart 2024 stelde de Europese Commissie een Proposal for a Council Recommendation on a European quality assurance and recognition system in higher education voor. Via deze aanbeveling wordt aanbevolen om één Europees beoordelingskader voor European Universities te ontwikkelen. Dat zou dan een soort European Approach moeten worden maar dan voor de beoordeling van de eigen kwaliteitszorg en onderwijsactiviteiten van European Universities. De NVAO zal vanuit haar leidende rol bij de ontwikkeling van het EUniQ Framework ook aan deze ontwikkeling bijdragen en die verder ondersteunen.
European Degree (label)
Het is duidelijk dat de Europese Commissie verder zal werken aan de criteria voor een European Degree. De NVAO blijft zicht houden op deze ontwikkelingen en de mogelijke impact ervan op het werk van kwaliteitszorgorganisaties. Hierbij blijft de NVAO zich inzetten voor het faciliteren van de ontwikkelingen in het hoger onderwijs en het nauw laten aansluiten van kwaliteitszorgbeleid bij het zich ontwikkelende beleid van de overheden en de instellingen.
Besluit
De NVAO heeft effectief bewezen dat je als kwaliteitszorgorganisatie in onderscheiden hogeronderwijssystemen en met verschillende wetgevende kaders kunt werken. Ook al zijn de onderliggende beoordelingsmethodologieën gelijklopend, toch heeft de NVAO drie erg verschillende kwaliteitszorgstelsels ontwikkeld voor Nederland, Vlaanderen en Luxemburg. De NVAO vindt het namelijk essentieel om zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de (wettelijke) context waarin de beoordelingen dienen georganiseerd te worden. De wijze waarop de NVAO met zulke diversiteit omgaat, toont onze exemplarische meerwaarde voor het diverse hoger onderwijs in Europa. De NVAO heeft de afgelopen twintig jaar substantieel bijgedragen aan de Europese ontwikkelingen en veel onderdelen van het Europese kwaliteitszorglandschap (mee) ontwikkeld. Ook dat maakt de NVAO een referentiepunt als het gaat over kwaliteitszorg in Europa. Het is onze intentie om dat referentiepunt te blijven.
VLAANDEREN & Luxemburg
Voorzien is dat de internationale activiteiten, zoals projecten en beoordelingen, in de komende jaren in omvang zullen toenemen. Voor de internationale beoordelingen en projecten heeft de afdeling Vlaanderen en Luxemburg de volgende doelstellingen geformuleerd:
- NVAO’s Waarderende Aanpak vindt internationaal ingang in instellingsbeoordelingen, te beginnen in ons omringende landen.
- Het uitvoeren van beoordelingen rond de kwaliteit van internationalisering (CeQuInt) en de Europese beoordelingsaanpak voor gezamenlijke opleidingen.
- Het uitvoeren van gecombineerde instellings- en opleidingsbeoordelingen in andere landen, zoals in Luxemburg.
- Ontwikkeling van innovatieve beoordelingsmethoden (bijvoorbeeld voor werkplekleren en meta-evaluaties) in samenwerking met Europese partners.
- Deelname aan relevante internationale projecten (bijvoorbeeld rond internationale uitwisseling van kwaliteitszorgmedewerkers, en kwaliteitszorg van Europese universiteitsnetwerken).
NEDERLAND
Nederland heeft van oudsher Hoger Onderwijs met een sterk internationaal karakter. Zowel voor wat betreft het onderwijs als het onderzoek wordt de internationale dimensie over het algemeen gezien als een duidelijke meerwaarde en buitenlandse studenten worden veelal gezien als een verrijking.
Wij hechten veel waarde aan internationale samenwerking op basis van wederkerigheid (mobiliteit en o.a. uitwisseling van studenten). Wij bieden kennis en ervaring aan en leren van de kennis en ervaring van onze buitenlandse collega’s. Dat is het basisprincipe van onze internationale samenwerking en onze internationale relaties. We zien buitenlandse instellingen en organisaties als collega’s en (gelijkwaardige) partners. Internationale Joint Programmes (en de beoordeling daarvan via bijv. de European Approach) en Cross Border Higher Education behoren daarom tot de natuurlijke habitat van de internationalisering van de afdeling Nederland. Voor de komende jaren zal dat dan ook een primair aandachtspunt zijn voor de afdeling Nederland.
In de internationalisering van het onderwijs in Nederland is er de laatste tijd specifieke aandacht voor het taalbeleid van een instelling en opleiding. Panels worden gevraagd om na te gaan of er een afgewogen en gedeeld beleid ten grondslag ligt aan de gekozen taal waarin de opleiding wordt aangeboden. Het is daarbij expliciet niet de bedoeling dat het panel een uitspraak doet over het al dan niet wenselijk zijn van de keuze voor een bepaalde taal, maar wel dat bekeken wordt of er een bewuste en onderbouwde keuze gemaakt is, waar de medezeggenschap in is gehoord. De NVAO vindt het een zaak van de instellingen zelf keuzes te maken in internationalisering en in dat kader ook van de taal van het onderwijs. Instellingen mogen daarbij wel (kritisch) bevraagd worden over hun keuzes. Voor de afdeling Nederland zijn de komende jaren de volgende speerpunten geformuleerd:
- In de AMVB met betrekking tot Transnationale Educatie (TNE) is een belangrijke adviesrol opgenomen voor de NVAO bij aanvragen van instellingen die een nevenvestiging in het buitenland willen starten met een reeds in Nederland bestaande opleiding. De afdeling NL heeft een protocol ontwikkelt voor de beoordeling van aanvragen voor de kant van de NVAO. Op basis van deze beoordeling kan de NVAO advies uitbrengen aan de minister van OCW. Het is de minister die advies vraagt aan de NVAO (en aan de inspectie) en het is ook de minister die uiteindelijk een besluit neemt.
- Joint programmes: De ontwikkeling en beoordeling van internationale Joint programmes zal de komende jaren verder toenemen. De expertise op dat terrein zal binnen de afdeling verder worden ontwikkeld en uitgebreid. Propageren van de European Approach voor nieuwe en bestaande opleidingen en deelnemen aan overleggen en initiatieven om dat te bevorderen.
- In het kader van de beoordeling via de European Approach zal de NVAO ook op aanvraag de beoordeling van bestaande opleidingen met een Nederlandse deelnemer uitvoeren. In ieder geval zolang de NVAO de enige EQAR geregistreerde agency in Nederland is (een harde eis van de European Approach is dat de beoordeling wordt uitgevoerd door een EQAR registred agency).
- Participeren in een beperkt aantal internationale projecten (in ENQA, ECA of EU verband). Mede met het oog op zichtbaarheid van de NVAO en de eigen expertise update en uitbreiding.