Algemene informatie
Gezamenlijk onderwijs kan de aantrekkelijkheid en relevantie van opleidingen vergroten. Bij samenwerking met buitenlandse instellingen kan het bovendien de internationale dimensie van het hoger onderwijs versterken.
Voor instellingen kunnen er belangrijke voordelen zijn verbonden aan het aanbieden van joint programmes. Gezamenlijk onderwijs kan een kwalitatieve meerwaarde bieden, of er kunnen vakinhoudelijke, onderwijskundige of financiële redenen zijn om een dergelijke samenwerking aan te gaan. De samenwerking kent daarom vaak een strategische grondslag.
De ‘gezamenlijkheid’ verwijst dan ook niet alleen naar de mate waarin de opleiding gezamenlijk door alle betrokken instellingen is ontwikkeld en wordt verzorgd, maar ook naar de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onder meer de kwaliteitsborging, de onderwijs- en examenregeling, selectie en toelating, marketing, management en financiering.
Uitgangspunten
Wetgeving en regels
In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) bevatten de artikelen 7.3c tot en met 7.3g de bepalingen over gezamenlijk onderwijs. Gezamenlijk onderwijs kan in Nederland betrekking hebben op een gezamenlijke opleiding of op een gezamenlijke afstudeerrichting, specialisatie of track. Dat in Nederland een gezamenlijke afstudeerrichting, specialisatie of track onderdeel kan uitmaken van een joint programme, geldt slechts voor een beperkt aantal andere landen. In veel landen bestaat deze mogelijkheid niet.
Een voor Nederland kenmerkend uitgangspunt is het onderscheid tussen beroepsgericht en wetenschappelijk hoger onderwijs (het binaire stelsel). Binnen Nederland is het daarom niet mogelijk gezamenlijk onderwijs aan te bieden met een gecombineerde oriëntatie. Dit is in strijd met het binaire onderscheid (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 821, nr. 3).
Bij joint programmes met buitenlandse instellingen is een gecombineerde oriëntatie wél mogelijk, omdat buitenlandse hogeronderwijsstelsels niet altijd een binair onderscheid kennen.
Graadverlening
De gezamenlijk vormgegeven en verzorgde opleiding leidt in alle gevallen tot de verlening van een graad (associate degree, bachelor of master). De graad en de bijbehorende toevoeging (bijvoorbeeld of Science of of Arts) worden op het diploma vermeld. Het diploma vormt het bewijs dat de graad is behaald.
Na afronding van een joint programme kunnen de betrokken instellingen de gezamenlijke graad vastleggen op één gezamenlijk diploma of op meerdere afzonderlijke diploma's. Een joint programme leidt dus altijd tot de verlening van één gezamenlijke graad, maar kan resulteren in de afgifte van één of meerdere diploma's.
Met degree wordt verwezen naar de graad en niet naar het diploma. De aanduidingen joint, double en multiple verwijzen naar het aantal uitgereikte diploma's.
- Bij een joint degree wordt de gezamenlijke graad vastgelegd op één gezamenlijk diploma.
- Bij een double degree wordt de gezamenlijke graad vastgelegd op twee afzonderlijke diploma's.
- Bij multiple degrees wordt de gezamenlijke graad vastgelegd op meer dan twee afzonderlijke diploma's.
Indien gezamenlijk hoger onderwijs uitsluitend door Nederlandse instellingen wordt verzorgd, leidt dit altijd tot één gezamenlijke graad die wordt vastgelegd op één gezamenlijk diploma (joint degree).
Indien gezamenlijk hoger onderwijs wordt verzorgd door één of meer Nederlandse instellingen in samenwerking met één of meer buitenlandse instellingen, leidt dit eveneens tot één gezamenlijke graad. Deze kan worden vastgelegd op één gezamenlijk diploma (joint degree) of op meerdere afzonderlijke diploma's (double of multiple degree).
Het uitreiken van een joint degree heeft de voorkeur. In sommige landen is dit bovendien een wettelijke verplichting.
Gedragscoderegister
Voor de internationale acceptatie van een joint programme is het noodzakelijk dat de betrokken Nederlandse instelling, indien sprake is van de instroom van internationale studenten, is ingeschreven in het Gedragscoderegister en de bepalingen van de Gedragscode naleeft.
Mogelijkheden voor beoordeling tussen twee of meer Nederlandse instellingen
Toets nieuwe opleiding
De beoordeling van een nieuw joint programme tussen Nederlandse instellingen vindt plaats aan de hand van het op dat moment geldende Nederlandse beoordelingskader, aangevuld met de onderdelen die specifiek betrekking hebben op de beoordeling van gezamenlijk onderwijs (zie Uitvoeringsregels).
Accreditatie bestaande opleiding
De beoordeling van een bestaand joint programme tussen Nederlandse instellingen vindt plaats aan de hand van het op dat moment geldende Nederlandse beoordelingskader, aangevuld met de onderdelen die specifiek betrekking hebben op de beoordeling van gezamenlijk onderwijs (zie Uitvoeringsregels).
Omzetting
Voor Nederlandse instellingen is het in bepaalde gevallen mogelijk om door omzetting van twee of meer reeds in Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO) geregistreerde en geaccrediteerde Nederlandse opleidingen een geaccrediteerd joint programme met een joint degree te realiseren, mits de opleidingen reeds gezamenlijk worden verzorgd.
Een omzetting is eveneens mogelijk wanneer een partner zich terugtrekt uit een joint programme met een joint degree en de overgebleven partners de opleiding gezamenlijk willen voortzetten.
Daarnaast is een omzetting mogelijk wanneer een joint programme met een joint degree wordt beëindigd en één van de betrokken instellingen de opleiding zelfstandig wil voortzetten.
De specifieke voorwaarden voor de verschillende omzettingsmogelijkheden zijn opgenomen in de Uitvoeringsregels. In alle gevallen maakt de NVAO een afweging op basis van de specifieke omstandigheden van de betreffende casus.
Mogelijkheden voor beoordeling tussen een of meer Nederlandse instellingen met een of meer buitenlandse instellingen
Toets nieuwe opleiding
Voor de beoordeling van een nieuw joint programme met één of meer buitenlandse instellingen bestaan twee mogelijkheden:
- Het op dat moment geldende Nederlandse beoordelingskader, aangevuld met de onderdelen die specifiek betrekking hebben op de beoordeling van gezamenlijk onderwijs (zie Uitvoeringsregels);
- Beoordeling volgens de European Approach for Quality Assurance of Joint Programmes (European Approach) (zie Uitvoeringsregels).**
Accreditatie bestaande opleiding
Voor de beoordeling van een bestaand joint programme met één of meer buitenlandse instellingen bestaan twee mogelijkheden:
- Het op dat moment geldende Nederlandse beoordelingskader, aangevuld met de onderdelen die specifiek betrekking hebben op de beoordeling van gezamenlijk onderwijs (zie Uitvoeringsregels);
- Beoordeling volgens de European Approach for Quality Assurance of Joint Programmes (European Approach) (zie Uitvoeringsregels).**
** Voor zowel de beoordeling van een nieuw als van een bestaand joint programme heeft de tweede optie, de European Approach for Quality Assurance of Joint Programmes (European Approach), in vrijwel alle gevallen de voorkeur. Dit komt doordat met de European Approach doorgaans met één beoordelingsprocedure accreditatie kan worden verkregen in meerdere landen. Deze mogelijkheid bestaat niet bij de eerste optie; in dat geval geldt de accreditatie uitsluitend voor Nederland. De accreditatie wordt dan niet automatisch door andere landen erkend of overgenomen. Hetzelfde geldt andersom: accreditatiebesluiten uit andere landen die niet volgens de European Approach tot stand zijn gekomen, worden door de NVAO niet overgenomen.
Uitvoerende organisatie
Voor een beoordeling volgens de European Approach geldt dat deze moet worden uitgevoerd door een kwaliteitszorgorganisatie die is geregistreerd in het European Quality Assurance Register for Higher Education (EQAR). De beoordeling volgens de European Approach kan door de NVAO worden uitgevoerd voor zowel nieuwe als bestaande opleidingen. Dit is mogelijk omdat de NVAO in Nederland de enige in het EQAR geregistreerde kwaliteitszorgorganisatie is die deze beoordelingen uitvoert.
Wanneer een beoordeling volgens de European Approach is uitgevoerd door een in het EQAR geregistreerde kwaliteitszorgorganisatie in een ander land, kan op basis van het formele besluit van de bevoegde autoriteit in dat land, in combinatie met het beoordelingsrapport van het panel, accreditatie van een nieuw of bestaand joint programme bij de NVAO worden aangevraagd.
Omzetting
Voor Nederlandse instellingen is het in bepaalde gevallen mogelijk om door omzetting van één of meer reeds geaccrediteerde buitenlandse opleidingen een geaccrediteerd joint programme met een joint degree, double degree of multiple degree te realiseren, mits de opleidingen reeds gezamenlijk worden verzorgd.
Een omzetting is eveneens mogelijk wanneer een partner zich terugtrekt uit een joint programme met een joint degree, double degree of multiple degree en de overgebleven partners de opleiding gezamenlijk willen voortzetten.
Daarnaast is een omzetting mogelijk wanneer een joint programme met een joint degree, double degree of multiple degree wordt beëindigd en één van de betrokken instellingen de opleiding zelfstandig wil voortzetten.
De specifieke voorwaarden voor de verschillende omzettingsmogelijkheden zijn opgenomen in de Uitvoeringsregels. In alle gevallen maakt de NVAO een afweging op basis van de specifieke omstandigheden van de betreffende casus.
Aanvullende eisen
In sommige landen moeten, naast een beoordeling volgens de European Approach, ook andere (nationale) procedures worden doorlopen. In Nederland geldt bijvoorbeeld dat voor bekostigde opleidingen een aanvraag voor een toets macrodoelmatigheid moet worden ingediend bij de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). Deze nationale procedure staat los van de beoordeling volgens de European Approach.
Tarieven
In 2026 bedraagt het tarief voor:
- accreditatie van een bestaand joint programme (beoordeling met het op dat moment geldende beoordelingskader voor accreditatie en aanvullingen uit de Uitvoeringsregels) kost € 2.678 per aanvraag;
- accreditatie van een nieuw of bestaand joint programme (beoordeling volgens European Approach), uitgevoerd door een EQAR-geregistreerde organisatie niet zijnde de NVAO, kost € 2.678 per aanvraag;
- het beoordelen en accreditatie van een nieuw of een bestaande joint programme (beoordeling volgens European Approach), uitgevoerd door de NVAO, kost € 30.853 per aanvraag;
-
Als het een gezamenlijke aanvraag van twee of meer instellingen betreft, betaalt iedere instelling een gedeelte. Bij een joint degree betaalt de penvoerder.
Voor overige of afwijkende procedures gelden andere tarieven. De kosten voor buitenlandse bezoeken of voor het inzetten van externe deskundigen, advisering of aanvullende eisen worden aanvullend gefactureerd.