De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) kan voor kleinschalig en intensief onderwijs toestemming verlenen voor de selectie van studenten en het verhogen van het wettelijke collegegeld. Via deze procedure vraagt u (behoud van) die toestemming aan.
Instellingsbesturen kunnen voor opleidingen met kleinschalig en intensief onderwijs en programma’s daarbinnen, met toestemming van de minister, studenten selecteren en tot vijfmaal het wettelijk collegegeld vragen. Opleidingen of programma’s met kleinschalig en intensief onderwijs kennen een hoge onderwijsintensiteit, selecteren studenten die daarbij passen en bieden hun onder voorwaarden een regeling voor dispensatie van betaling van het hogere collegegeld. De hoge onderwijsintensiteit moet leiden tot een bovengemiddeld onderwijsrendement.
Een aanvraag volgt de standaarden uit het accreditatiekader, met een viertal aanvullende aspecten: bij standaard 1 de verwachte onderscheidende meerwaarde van een kleinschalige en intensieve onderwijsleeromgeving, bij standaard 2 hoe die onderwijsleeromgeving precies gaat bijdragen aan die ambitie en wat de onderwijsleeromgeving intensief maakt, en bij standaard 4 hoe de onderwijsleeromgeving gaat leiden tot een bovengemiddeld onderwijsrendement.
Een panel onder begeleiding van een NVAO procescoördinator beoordeelt vervolgens hoe aannemelijk het is dat (1) kleinschaligheid via selectie (inclusief dispensatieregeling) bij gaat dragen aan hetgeen de opleiding beoogt en zal leiden tot bovengemiddeld onderwijsrendement, en (2) er sprake gaat zijn van een intensieve onderwijsleeromgeving. Dit paneloordeel vormt de basis voor het advies van de NVAO aan de minister over al dan niet verlenen van toestemming voor specifieke selectiecriteria en hoger collegegeld.
Initiële beoordelingen zijn mogelijk voor zowel nieuwe als bestaande opleidingen. Voor bestaande opleidingen verdient het de sterke voorkeur om een aanvraag te combineren met een accreditatieaanvraag. Bij een niet-gecombineerde aanvraag stelt de NVAO een panel samen dat een locatiebezoek uitvoert.
Bij de eerstvolgende visitatie voor accreditatie beoordeelt een panel, in aanwezigheid van een NVAO-procescoördinator, of de ambities van de initiële planbeoordeling zijn waargemaakt. Het instellingsbestuur beschrijft bij de standaarden uit het accreditatiekader de onderscheidende meerwaarde van een kleinschalige en intensieve onderwijsleeromgeving, hoe kleinschaligheid via selectie, inclusief een dispensatieregeling, bijdraagt aan hetgeen de opleiding beoogt, waar de intensiteit van de onderwijsleeromgeving precies uit blijkt en hoe de onderwijsleeromgeving heeft geleid tot een bovengemiddeld onderwijsrendement.
Het panel beoordeelt (1) hoe kleinschaligheid via selectie (inclusief dispensatieregeling) bijdraagt aan hetgeen de opleiding beoogt en leidt tot een bovengemiddeld onderwijsrendement, en (2) waar de intensiteit van de onderwijsleeromgeving uit blijkt. De NVAO stuurt ter informatie een afschrift van dit oordeel naar de minister. Hierover neemt de minister geen nieuw besluit; de afgegeven toestemming is voor onbepaalde tijd.
Na een positief besluit over de toetsing aan de praktijk beschouwt de NVAO de kleinschalige en intensieve onderwijsleeromgeving als wezenskenmerk van de opleiding. Bij volgende visitaties is geen NVAO-procescoördinator meer betrokken. In de rapportage kan worden volstaan met het beschrijven van de aanvullende aspecten bij de betreffende standaarden, zonder expliciet paneloordeel over hoe de kleinschaligheid bijdraagt aan de opleidingsambitie en het onderwijsrendement en waar de intensiteit van de onderwijsleeromgeving uit blijkt. De minister wordt niet langer geïnformeerd.
De criteria en procedure voor aanvragen voor toestemming voor specifieke selectiecriteria en hoger collegegeld zijn beschreven in de Uitvoeringsregels 2026. Als een panelrapport daartoe aanleiding geeft, kan de minister de toestemming altijd intrekken op grond van artikel 6.7d van de WHW. Voor opleidingen of programma’s met het voormalige Bijzonder Kenmerk Kleinschalig en Intensief onderwijs geldt een overgangsregeling tot 1 november 2027. Zie daarvoor de procedure ‘Overgangsregeling bijzondere kenmerken’.
In 2026 bedraagt het tarief voor een toets nieuwe opleiding inclusief aanvraag voor toestemming voor specifieke selectiecriteria en hoger collegegeld € 30.853. Voor de aanvraag van uitsluitend de toestemming voor specifieke selectiecriteria en hoger collegegeld bedraagt het tarief € 24.087.
Voor overige of afwijkende procedures gelden andere tarieven. De kosten voor buitenlandse bezoeken of voor het inzetten van externe deskundigen, advisering of aanvullende eisen worden aanvullend gefactureerd.
Ja, dat kan.
Ja, een opleiding die al langer kleinschalig en intensief was maar pas later het bijzonder kenmerk aanvraagt, kan al eerder de realisatie van de ambities laten toetsen.
Ja, in principe kunnen alle opleidingen in het hoger onderwijs het BKKI aanvragen. Binnen de eigen sector zal een programma of opleiding moeten bewijzen dat het kleinschalig en intensief onderwijs geeft en dat ook resultaat mee boekt.
Beoordeling van het bijzonder kenmerk 'Kleinschalig en intensief onderwijs' na de praktijktoets
In het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk ‘Kleinschalig en intensief onderwijs’ (BKKI) is bepaald dat dit kenmerk bij elke accreditatie opnieuw wordt beoordeeld en (bij positief resultaat) toegekend. Het BKKI kent een instaptoets en na zes jaar een toets van de realisatie van kleinschalig en intensief onderwijs, de praktijktoets. Het beoordelingskader stelt dat het BKKI na de praktijktoets als wezenskenmerk van de opleiding moet worden beschouwd. Hieruit vloeit voort dat het kleinschalig en intensief karakter als deel van de basiskwaliteit kan worden gezien en als zodanig worden getoetst. De NVAO heeft dat in het beoordelingskader voor BKKI op p.14 als volgt omschreven:
(...) "Het panel neemt daarom de beoordeling van de criteria integraal mee in de beoordeling voor accreditatie. Dit houdt in dat het behaalde niveau en het rendement van de opleiding of programma meewegen in de oordelen op de relevante standaarden en het eindoordeel. Het rapport geeft een helder beeld van de afweging van het panel inzake het bijzonder kenmerk. Het panel geeft in het eindoordeel gemotiveerd aan of het toekenning van het bijzonder kenmerk ‘Kleinschalig en intensief onderwijs’ gerechtvaardigd acht."
Het is van belang dat panels, secretarissen en procescoördinatoren van beoordelingen op een consistente wijze vormgeven aan de beoordeling van BKKI na de praktijktoets. Hieronder is daarom een handreiking gegeven voor de handelswijze bij deze beoordeling, uitgaande van de standaarden en beslisregels in het accreditatiekader 2018.
Werkwijze beoordeling BKKI na de praktijktoets
Tekortkomingen op BKKI en voorwaarden
Tekortkomingen op reguliere standaarden en voorwaarden
Sinds 3 december 2024 moeten aanvragen (digitaal) ingestuurd worden via LEO ho. Het is van belang om de volgende documenten mee te sturen:
Let op: zorg ervoor dat de bestandsnamen kort en begrijpelijk zijn, langere bestandsnamen van documenten vertragen de registratie van de aanvraag.
Sinds 3 december 2024 is LEO ho beschikbaar. Deze digitale omgeving is door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in samenwerking met het hoger onderwijsveld ontwikkeld voor het erkennen, wijzigen en beëindigen van opleidingen.
Lees meer
Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft in samenwerking met het hoger onderwijsveld een nieuwe digitale omgeving ontwikkeld voor het erkennen, wijzigen en beëindigen van opleidingen. Deze digitale omgeving, genaamd LEO ho, is sinds 3 december 2024 beschikbaar. LEO ho wordt onder andere gebruikt voor diverse Nederlandse NVAO-procedures die voorheen via de website van de NVAO werden aangevraagd.
Lees meer
Sinds 1 april 2024 hanteert de NVAO een nieuw accreditatiekader voor het Nederlandse hoger onderwijs, en op dezelfde datum zijn de bijbehorende Uitvoeringsregels in werking getreden. Deze Uitvoeringsregels worden jaarlijks op 1 september geactualiseerd. In de afgelopen periode heeft de NVAO de voorgenomen wijzigingen besproken met vertegenwoordigers van evaluatiebureaus, secretarissen, onderwijsinstellingen en studentenbonden. De wijzigingen omvatten diverse tekstuele verbeteringen en procedurele aanpassingen. Enkele belangrijke inhoudelijke wijzigingen zijn:
Lees meer
Met ingang van 1 april 2024 gaat de NVAO het nieuwe accreditatiekader (kader) hanteren. Dit kader bevat de standaarden en beslisregels voor de beoordeling en accreditatie van nieuwe en bestaande opleidingen in het hoger onderwijs, de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) en de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Die laatste beoordeling maakt deel uit van de procedure waarmee organisaties erkenning kunnen aanvragen als rechtspersoon voor hoger onderwijs. Het kader bevat ook de criteria voor het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs en de regels voor de indeling van opleidingen in het visitatierooster.
Lees meer
Het is mogelijk om bezwaar/beroep in te dienen tegen een besluit van de NVAO. Enkel belanghebbenden kunnen dit proces starten.