Klachten hoger onderwijs Nederland

Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het hoger onderwijs. Het bestuur van een hogeschool of universiteit stelt een onderwijs- en examenregeling (OER) vast met de inhoud van de opleiding, de daaraan verbonden tentamens en examens, de rechten als student en de mogelijkheid tot intern beroep. Na de interne klachtenprocedure is extern beroep mogelijk bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO).

Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het hoger onderwijs. Zij bepalen binnen het wettelijk kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) hoe zij een opleiding ontwikkelen en vormgeven. Het bestuur van een hogeschool of universiteit stelt voor iedere opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling (OER) vast waarin de inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden tentamens en examens zijn geregeld. In deze OER staan ook de rechten als student en de mogelijkheid tot intern beroep, c.q. de klachtenprocedure. Studenten ontvangen de OER aan het begin van het studiejaar van de instelling. Zij kunnen ook bij de eventuele vertrouwenspersoon van de instelling informeren hoe de klachtenprocedure verloopt. 


Extern beroep

Bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) kunt u extern beroep aantekenen wanneer u - na een interne beroepsprocedure bij een hogeronderwijsinstelling - vindt dat de instelling een onrechtmatige beslissing heeft genomen over het college- of examengeld; financiĆ«le ondersteuning uit profileringsfondsen; zaken rond de in- en uitschrijving; vrijstellingen op grond van andere diploma's; decentrale selectie bij numerus fixus opleidingen; overtreding van de huis- en orderegels van de instelling of een uitspraak van het college van beroep voor de examens (CBE) over examenzaken; toelating bachelor- en masteropleiding en examenfraude. 

Inspectie van het Onderwijs 

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op het accreditatiestelsel, de naleving van wet- en regelgeving (o.a. functioneren examencommissie) en de financiĆ«le rechtmatigheid conform de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De inspectie kijkt of de samenstelling van de examencommissie en de OER voldoen aan de wet. De inspectie houdt geen toezicht op de kwaliteit van examinering en toetsing. De Inspectie betrekt de NVAO bij het onderzoek voor het beoordelen van de kwaliteitselementen die zijn opgenomen in de beoordelingskaders voor het accreditatiestelsel hoger onderwijs. De Inspectie kan op basis van signalen een tussentijds onderzoek instellen. De Inspectie behandelt zelf geen klachten, daarvoor moet je bij de instelling zelf zijn. Wel kan de Inspectie bij ernstige signalen verder actie ondernemen.