Bezwaarprocedure Vlaanderen

Instellingen kunnen opmerkingen en/of bezwaren formuleren bij elke uitvoerbare beslissing van de NVAO die voorafgaat aan het uitbrengen van een besluit en bij elk ontwerp van besluit en beoordelingsrapport.

De wijze waarop bezwaar kan worden aangetekend, staat beschreven in NVAO’s reglement bestuursbeginselen. Hieronder volgt een beknopte beschrijving.De wijze waarop bezwaar kan worden aangetekend, staat beschreven in NVAO’s reglement bestuursbeginselen. Hieronder volgt een beknopte beschrijving.

Adviescollege

Bezwaren worden behandeld door een Adviescollege dat hiervoor opgericht wordt door de NVAO. Het Adviescollege bestaat uit drie stemgerechtigde collegeleden, waaronder een jurist-voorzitter en twee deskundigen met aantoonbare ervaring in het hoger onderwijs of als lid van één of meerdere beoordelingscommissies. Het Adviescollege wordt bijgestaan door een extern, onafhankelijk secretaris zonder stemrecht. Het Adviescollege kan naargelang het dossier worden aangevuld met een of twee stemgerechtigde inhoudelijke collegeleden. 

Samenstelling van het Adviescollege voor bezwaren hoger onderwijs Vlaamse Gemeenschap

  • mr. Erik A.N. Derycke, voorzitter 
  • prof. dr. Marc Boes, lid 
  • mr. Jos Gerards, lid
  • mr. dr. Theo L. Bellekom, secretaris (zonder stemrecht) 

mr. Erik Derycke (1949) 

behaalde in 1972 aan de Universiteit van Gent de titel van Licentiaat in de rechten en is sedertdien tot 2001 actief geweest als advocaat. Daarnaast heeft hij (vanaf 1978 tot 2001) namens de Vlaamse socialisten zitting gehad in achtereenvolgens de provincieraad van West-Vlaanderen, het federaal parlement en de gemeenteraad van Waregem. In de regering –Dehaene I werd hij staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid (1990) en later ook staatssecretaris en minister van Ontwikkelingssamenwerking (1991-1995). Van 1995 tot 1999 was hij minister van Buitenlandse Zaken. In 2001 werd de heer De Rycke benoemd tot rechter in het Arbitragehof, dat in 2007 de naam Grondwettelijk Hof kreeg. 

prof. Marc Boes (1946) 

is vanaf 1969 verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven, sedert 1990 in de functie van gewoon hoogleraar, met bestuursrecht als zijn onderwijs- en onderzoeksdomein. Sedert 1oktober 2011 is hij met emeritaat. Hij is nog in verschillende functies actief, waaronder die van voorzitter van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen en verder nog als lid van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid, plaatsvervangend raadsheer in het Hof van beroep van Brussel, plaatsvervangend lid van de Notariële Benoemingscommissie, lid van de Erkennings-commissie van de Orde van de Vlaamse Balies en als advocaat aan de balie van Hasselt. 

 mr. Jos Gerards (1949) 

studeerde in 1974 af als meester in de rechten, met als specialisatie bestuursrecht. Hij is vanaf 1976 werkzaam geweest in het hoger, universitair onderwijs. Hij was vanaf het allereerste begin betrokken bij de groei van de Universiteit Maastricht (UM), waarvan 15 jaar als secretaris van de universiteit, met bijzondere verantwoordelijkheid voor de juridische advisering. Hij was ten nauwste betrokken bij de opstelling van het verdrag tussen Vlaanderen en Nederland inzake de transnationale Universiteit Limburg (tUL). Hij is adviseur van de VSNU (Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) en van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). Verder is hij nog lid van de Bezwarenadviescommissie NVAO in Nederland en is hij voorzitter van de Bezwarenadviescommissie van de UM. 

 mr. dr. Theo Bellekom (1949) 

is (gecertificeerd) extern secretaris bij de NVAO, in welke kwaliteit hij regelmatig betrokken is bij Toetsen nieuwe opleidingen en Instellingstoetsen kwaliteitszorg (instellingsreviews) die door deskundigenpanels in Nederland worden uitgevoerd in opdracht van de NVAO. Daarnaast fungeert hij als rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag (rechtsgebied Bestuursrecht) en is hij lid/voorzitter van verschillende commissies van beroep- en bezwaarschriften. Van 1975 tot en met 2003 was de heer Bellekom verbonden aan de Universiteit Leiden, het laatst in de functie van Universitair hoofddocent (UHD) voor het vakgebied van het Staat- en bestuursrecht. 

Bezwaar indienen

Een instellingsbestuur formuleert zijn bezwaren in een bezwaarschrift en richt dit aan het Adviescollege, per adres van de NVAO. Dit bezwaarschrift moet ingediend worden binnen een vervaltermijn van 15 kalenderdagen. De vervaltermijn neemt een aanvang de dag na deze van ontvangst van het ontwerpbesluit. Tijdens een bezwaarprocedure kan het instellingsbestuur zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Het bezwaarschrift omvat ten minste alle hiernavolgende vermeldingen: 

  1. de naam en de bijhorende contactgegevens van het instellingsbestuur, te weten een postadres, een telefoonnummer en een e-mailadres; 
  2. het ontwerpbesluit van de NVAO waarop het bezwaarschrift betrekking heeft; 
  3. een omschrijving van de geschonden geachte regel(s) en/ of behoorlijkheidsnorm(en) en de wijze waarop die regel(s) en/of behoorlijkheidsnorm(en) naar het oordeel van het instellingsbestuur door het ontwerp geschonden word(t)en. 

Het instellingsbestuur kan overtuigingsstukken aan het bezwaarschrift toevoegen indien het dit nodig acht. Deze bijgevoegde stukken worden gebundeld aangeboden en zijn op een inventaris ingeschreven. Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en ondertekend door het instellingsbestuur of door zijn raadsman. 

Het Adviescollege toetst de ontvankelijkheid van elk inkomend bezwaarschrift. 

Het instellingsbestuur en de NVAO worden door de secretaris van het Adviescollege uitgenodigd voor een hoorzitting. Deze hoorzitting is niet openbaar en tijdens deze hoorzitting worden de partijen in elkaars aanwezigheid gehoord. 

Het Adviescollege beraadslaagt en beslist over het uit te brengen advies achter gesloten deuren. Dit advies spreekt zich uit over de gegrondheid of de ongegrondheid van de bezwaren. Het advies wordt binnen een ordetermijn van 15 kalenderdagen na de hoorzitting door de secretaris overgemaakt aan het instellingsbestuur en aan de NVAO. Het behandelt, ter motivering ervan, puntsgewijs de juridische en inhoudelijke aspecten van de bezwaren, in het licht van de normen en beginselen die van toepassing zijn op de werking van de NVAO. 

Eindbeslissing

Het bestuur van de NVAO neemt op grond van het advies van het Adviescollege een beslissing in het licht van het vervolg van de procedure. Het uitbrengen van een eindbeslissing over een ontvankelijk bezwaarschrift leidt tot één van de onderstaande gevolgen: 

  1. Indien het bezwaarschrift ongegrond verklaard wordt, wordt het oorspronkelijke ontwerpbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport definitief vastgesteld; 
  2. Indien het bezwaarschrift gegrond verklaard wordt en het advies van het Adviescollege geheel of gedeeltelijk wordt gevolgd, wordt het oorspronkelijke ontwerpbesluit of beoordelingsrapport ingetrokken; het bestuur van de NVAO herformuleert het ingetrokken ontwerpbesluit of beoordelingsrapport; 
  3. Indien het bezwaarschrift gegrond verklaard wordt en het advies van het Adviescollege niet wordt gevolgd, wordt het oorspronkelijke ontwerpbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport definitief vastgesteld. 

Het bestuur van de NVAO neemt een bijzondere motiveringsplicht in acht in geval het advies van het Adviescollege niet wordt gevolgd.  

Beroep

Instellingsbesturen hebben het recht om tegen besluiten tot stand gekomen na een bezwaarprocedure een beroep in te stellen bij de Raad van State. Het beroep wordt ingesteld binnen 60 kalenderdagen nadat het bestreden besluit werd betekend.