De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

HBO5

Vraagbaak Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming)

Nederlands

De antwoorden op vragen van samenwerkingsverbanden zijn aanvullingen bij het Kader Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) (2017). De vragen vervangen niet het kader, noch vormen ze een verdere invulling of interpretatie ervan. De invulling of interpretatie is de verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband tussen een hogeschool en een centrum voor volwassenenonderwijs. De vraagbaak kan richting en aanzet geven tot invulling, bij onduidelijkheid of twijfel heeft het kader steeds voorrang.

Meer informatie

Bij specifieke vragen neemt u contact op met de NVAO-procescoördinator die uw aanvraag behandelt.

NVAO contactpersoon: Pieter Soete, beleidsmedewerker Afdeling Vlaanderen.

Onderwerpen

(versie 27/10/2017)

  1. Algemeen
  2. De aanvraag
  3. Het informatiedossier
  4. De visitatiecommissie
  5. Het toelichtend gesprek
  6. Beoordelingsproces en besluitvorming

1. Algemeen

 

Wat verwacht de NVAO van de opleidingen (samenwerkingsverbanden)?

HBO5-opleidingen (graduaatsopleidingen vanaf 2019) moeten een Toets Nieuwe Opleiding (TNO) doorlopen bij de NVAO om zich te kunnen omvormen. Het kader Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) is daarbij richtinggevend en verschaft duidelijkheid over de generieke kwaliteitswaarborgen, standaarden en criteria die de basis zullen vormen voor een oordeel door peers over de kwaliteit van de omgevormde HBO5-opleidingen. Zo kan een nieuwe (omgevormde) opleiding pas worden erkend als er voldoende duidelijkheid is over wat de opleiding beoogt, hoe de opleiding dit wil realiseren, hoe de opleiding zal evalueren of de beoogde leerresultaten bereikt zijn en hoe ze de interne kwaliteitszorg organiseren. In het informatiedossier bij de aanvraag en tijdens een toelichtend gesprek geven de opleidingen/samenwerkingsverbanden invulling aan en duiding bij deze standaarden.

In welke mate moet de nieuwe (omgevormde) opleiding lijken op de oorspronkelijke opleiding?

Deze omvormingen betekenen voor veel opleidingen ingrijpende veranderingen (minimum één derde aandeel werkplekleren, vaak wijzigingen van het pedagogisch concept, nieuwe vakinhouden aangestuurd door geactualiseerde beroepskwalificaties, etc.). Een Toets Nieuwe Opleiding biedt de kans om opleidingen tegen het licht te houden en te hervormen. De focus ligt daarbij op het uiteenzetten hoe de nieuwe (omgevormde) opleiding eruit zal zien, d.i. een beknopte beschrijving van het bestaande met vooral een blik op de veranderingen voor de toekomst. De eigenheid van de nieuwe (omgevormde) opleiding staat daarbij centraal en dient in de aanvraag herkenbaar te zijn.

Hoe wordt bij de beoordeling rekening gehouden met het feit dat dit voor de opleidingen (samenwerkingsverbanden) een grote omslag en een bijkomende taakbelasting betekent?

De NVAO heeft bij de verdere ontwikkeling van het kader en de procedurerekening gehouden met de vragen en bekommernissen van de betrokkenen die werden gehoord tijdens de informatiebijenkomsten. Daarnaast is er geregeld afstemming met het overlegplatform graduaatsopleidingen om vinger aan de pols te houden. Er werden bovendien een aantal initiatieven genomen om het proces voor de samenwerkingsverbanden en de opleidingen werkbaar te houden: er werd een vraagbaak op de website ontwikkeld om snel een antwoord te vinden op veel voorkomende vragen en bij onduidelijkheden, het informatiedossier is gelimiteerd op maximum 25 pagina’s en maximum 10 000 woorden, het indienen van de aanvraag kan volledig digitaal en enkel in zeer uitzonderlijke gevallen zal een aanvullend locatiebezoek plaatsvinden.

Welke situatiebeschrijving (rapporteren van de huidige situatie of de toekomstige situatie) verdient prioriteit?

De focus van de Toets Nieuwe Opleiding ligt op de nieuwe (omgevormde) HBO5-opleiding. Zowel het beschrijven van de oorsprong (huidige situatie) als van de toekomstige situatie is daarbij de enige mogelijkheid om voldoende context aan de visitatiecommissie mee te geven.

Welke vestigingsplaats(en) vermelden?

Het vermelden van de vestiging(en) betreft de locatie waar de opleiding na de Toets Nieuwe Opleiding zal worden aangeboden.

Hoe kunnen de opleidingen (samenwerkingsverbanden) het best omgaan met gekende aandachtspunten en/of niet-functionerende aspecten? (=Falen en hoe daarmee omgaan?)

De opleidingen (samenwerkingsverbanden) dragen zelf de verantwoordelijkheid over de kwaliteit van het geboden onderwijs. De aanwezigheid van verbeterpunten en/of niet-werkende elementen in de uitvoering moeten daarom niet verborgen gehouden worden. Het is de manier waarop met die elementen wordt omgegaan die bepalend is voor het oordeel van de visitatiecommissie.

Hoe garandeert de NVAO dat de eigenheid van het hoger beroepsonderwijs (het HBO5-niveau) voldoende wordt bewaakt tijdens de TNO?

De NVAO is zich ervan bewust dat de HBO5-context verschillend is ten aanzien van de klassieke bachelor en master. Zowel de visitatiecommissie, als de projectcoördinator van de NVAO hebben expertise op het vlak van de HBO5-specificiteit. Daarnaast wordt voor de selectie van commissieleden en de samenstelling van de visitatiecommissie ook gekeken naar betrokkenen uit de associate degree-opleidingen in Nederland. Voor het invullen van de studentgebonden deskundigheid zal de NVAO bij voorkeur HBO5-studenten betrekken. De opleidingen (samenwerkingsverbanden) worden aangeraden om voorstellen van kandidaat-commissieleden, met name voor het invullen van werkvelddeskundigheid en studentgebonden deskundigheid, te suggereren aan de NVAO.

Wat is de kostprijs voor het indienen van een aanvraag voor de toetsing van de nieuwe (omgevormde) opleiding bij de NVAO?

Het indienen van een aanvraag voor de toetsing van een nieuwe (omgevormde) HBO5-opleiding impliceert geen kosten voor het samenwerkingsverband en/of de betrokken opleidingen.

Wat na deze Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming)?

Het doorlopen van een positieve Toets Nieuwe Opleiding is voor de HBO5-opleidingen de opstap tot het accreditatiestelsel van het Hoger Onderwijs in Vlaanderen. In een volgende fase zal een eerste accreditatie worden uitgevoerd en vervolgens, bij een positief accreditatiebesluit, kunnen de opleidingen deel uitmaken van de instellingsreview. De opleidingsaccreditaties (TNO) blijven bestaan voor nieuwe opleidingen, waarbij de graduaatsopleidingen samen met de bachelor- en masteropleidingen volgens eenzelfde toetsingskader zullen worden beoordeeld.

2. De aanvraag
 

Hoe leggen de samenwerkingsverbanden een aanvraag Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) bij de NVAO neer?

Een aanvraag Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) indienen bij de NVAO verloopt digitaal via webaanvraag@nvao.net (max. 40 Mb). Een volledige aanvraag bestaat uit een aanbiedingsbrief, het informatiedossier en de verplichte bijlagen. Indien één van de commissieleden een afdruk wenst, dan zal het samenwerkingsverband worden verzocht om een afdruk van het informatiedossier aan het betreffende commissielid te bezorgen.

Wanneer kunnen de samenwerkingsverbanden een aanvraag indienen?

Het samenwerkingsverband dient een aanvraag voor de toetsing van de nieuwe (omgevormde) opleiding in bij de NVAO. Dit kan op drie momenten: uiterlijk op 30 november voor 2017, en uiterlijk op 31 mei of 30 november voor 2018. Een hernieuwde aanvraag indienen kan binnen 60 kalenderdagen na intrekking van de initiële aanvraag.

Wat omvat de aanbiedingsbrief?

Deze brief omschrijft wat er precies wordt aangevraagd bij de NVAO. De aanvraagbrief is de juridische start van de besluitvorming waaruit een NVAO-besluit kan volgen. Daarbij is de exacte en gewenste schrijfwijze van de naam van de opleiding belangrijk, alsook de administratieve gegevens van de primaire contactpersoon bij deze aanvraag.

Wat is de rol van de primaire contactpersoon?

De NVAO zal tijdens het proces Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) werken met een primaire contactpersoon. Dit is een persoon aangewezen door het samenwerkingsverband die de primaire communicatiepartner voor de NVAO zal zijn tijdens de voorbereiding en het proces van de Toets Nieuwe Opleiding. De primaire contactpersoon zal eveneens worden uitgenodigd voor de SAMENaries.

3. Het informatiedossier
 

Hoe zal de NVAO concreet omgaan met het informatiedossier dat als documentatie bij de TNO-aanvraag moet zitten?

Na het indienen van de aanvraag ontvangt de indiener een ontvangstbevestiging en wordt het dossier door de NVAO op volledigheid gecheckt. Indien de aanvraag volledig is, dan wordt het dossier ontvankelijk verklaard. Alle stukken worden vervolgens voorgelegd aan de visitatiecommissie die een voorlopig oordeel over de opleiding vormt na het bestuderen van het informatiedossier. Indien nodig dan zal aanvullende informatie worden opgevraagd.

In hoeverre kunnen de informatiedossiers voor de Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) gemeenschappelijke inhoud (interne kwaliteitszorg, materiële voorzieningen, etc.) delen voor alle opleidingen van dezelfde opleidingsaanbieder?

Er dient een volledig informatiedossier per nieuwe (omgevormde) opleiding te worden ingediend. Het hernemen van gemeenschappelijke inhouden in de opmaak van de stukken voor verschillende opleidingen van dezelfde opleidingsaanbieder is mogelijk. Het blijft daarbij de verantwoordelijkheid van de indiener dat de documentatie per opleiding volledig is bij iedere aanvraag. Ten aanzien van deze gemeenschappelijke inhouden dient de aanvrager er steeds rekening mee te houden dat het informatiedossier een duidelijk beeld van de eigenheid van de opleiding naar voren brengt.

Zijn er concrete richtlijnen voor het schrijven van een informatiedossier?

De inhoud van een informatiedossier vormt een geïntegreerd geheel en is opgehangen aan de vier standaarden van het beoordelingskader. Het informatiedossier is samenhangend geschreven en schept een duidelijk beeld van de opleiding, d.i. een beknopte beschrijving van het bestaande met vooral een blik op de veranderingen voor de toekomst. De eigenheid van de nieuwe (omgevormde) opleiding staat daarbij centraal en dient in de aanvraag herkenbaar te zijn.

Het informatiedossier is zelfkritisch met aandacht voor zowel de sterke als de zwakke kanten. Vanuit het idee dat meer niet per se beter is, worden de opleidingen verzocht om zich te beperken tot de essentie. Het informatiedossier mag maximum 25 pagina’s en maximum 10 000 woorden tellen (inclusief de inleiding en exclusief de verplichte bijlagen).

In welke mate moet er aandacht aan het gerealiseerde niveau van de bestaande opleiding besteed worden?

Bij de generieke kwaliteitswaarborg ‘te realiseren eindniveau’ worden de volgende criteria omschreven: De opleiding formuleert een beleid ten aanzien van beoordelen, toetsen en examineren waaruit blijkt hoe zij ervoor zorgt dat de evaluatie valide, betrouwbaar en transparant is en hoe uit de beoordeling, de toetsing en de examinering van de studenten het gerealiseerd niveau zal blijken (of reeds blijkt). De beoogde evaluatievormen zijn passend met de verschillende leervormen.

Bij een opleiding die door de instelling reeds wordt georganiseerd, zal het gerealiseerd niveau meegenomen worden in de beoordeling door de visitatiecommissie. Het gaat met name over de resultaten van de toetsing en de examinering, de mate van inzetbaarheid van de afgestudeerden op de arbeidsmarkt of doorstroom naar een vervolgopleiding.

In welke mate moet er aandacht aan de reeds uitgevoerde evaluaties (interne kwaliteitszorg) besteed worden?

Bij de generieke kwaliteitswaarborg ‘opzet en organisatie van de interne kwaliteitszorg’ worden de volgende criteria omschreven: De opleiding zal periodiek geëvalueerd worden, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen. De uitkomsten van deze evaluatie zullen de basis vormen voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen tot de realisatie van de streefdoelen. Bij de interne kwaliteitszorg zullen medewerkers, studenten, alumni en het afnemend (beroepen)veld van de opleiding actief betrokken worden.

Bij een opleiding die door de instelling reeds wordt georganiseerd, zullen reeds uitgevoerde evaluaties meegenomen worden in de beoordeling door de visitatiecommissie.

In welke mate moet het onderscheid tussen trajecten (vb. dag- en avondtraject) gemaakt worden?

De belangrijkste overweging hierbij is of er daadwerkelijk een onderscheid is tussen het dag- en het avondtraject. In het informatiedossier moet de eigenheid van de verschillende trajecten worden aangetoond. Leidend hierbij is het feit dat de visitatiecommissie geen verrassingen wil tegenkomen tijdens het toelichtend gesprek. Het is aan de opleidingen (samenwerkingsverbanden) om een duidelijk beeld te schetsen van de opleiding -en opleidingsvariant(en)- in het informatiedossier.

Wat is het belang van het rapport van de Commissie Hoger Onderwijs (n.a.v. het voorlopig kwaliteitstoezicht) en, indien van toepassing, het verbeterplan bij dit TNO-proces?

De rapporten van de Commissie Hoger Onderwijs vormen belangrijke achtergrondinformatie in de context van de opleiding en zijn daardoor onderdeel van de oordeelsvorming van de visitatiecommissie. De commissie houdt daarbij rekening met de beperkte actualiteitswaarde en het feit dat deze rapporten van de Commissie Hoger Onderwijs geen betrekking hebben op de specificiteit van de nieuwe (omgevormde) opleiding.

Mogen de opleidingen (samenwerkingsverbanden) naast de verplichte bijlagen ook nog vrij bijlagen aan het informatiedossier toevoegen?

Neen, het informatiedossier, inclusief bijlagen, moet een handzaam en duidelijk document zijn en moet kunnen volstaan. Meer is niet per se beter! Er kunnen eventueel wel links in het document worden verwerkt.

4. Visitatiecommissie
 

In welke mate worden de opleidingen (samenwerkingsverbanden) geraadpleegd bij de samenstelling van de visitatiecommissie?

De samenwerkingsverbanden worden op twee manieren betrokken bij de samenstelling van een visitatiecommissie. Enerzijds is mogelijk om onafhankelijke commissieleden voor te stellen die beschikken over vakdeskundigheid, internationale deskundigheid, werkvelddeskundigheid, onderwijsdeskundigheid, studentgebonden deskundigheid en/of visitatie- of auditdeskundigheid. Voor het invullen van de studentgebonden deskundigheid zal de NVAO bij voorkeur HBO5-studenten betrekken. De opleidingen (samenwerkingsverbanden) worden aangeraden om voorstellen van kandidaat-commissieleden, met name voor het invullen van werkvelddeskundigheid en studentgebonden deskundigheid, te suggereren aan de NVAO. Anderzijds wordt de samenstelling van een visitatiecommissie steeds voorgelegd aan de betrokken opleidingen (samenwerkingsverbanden). Daarbij is er 14 dagen tijd om te reageren door middel van een gemotiveerde reactie.

Zal dezelfde visitatiecommissie gebruikt worden bij alle (dezelfde) nieuwe (omgevormde) opleidingen?

De NVAO zal trachten om zoveel mogelijk dezelfde commissieleden in te zetten. Hierbij is de praktische planning afhankelijk van het door de samenwerkingsverbanden gekozen indienmoment.

Welke selectiecriteria worden gehanteerd voor het student-lid?

Van studentgebonden deskundigheid is sprake tot één jaar na het afstuderen op het moment waarop de visitatiecommissie wordt ingesteld door de NVAO. Aan te bevelen is dat de student affiniteit heeft met het hoger beroepsonderwijs en/of met de beroeps- en opleidingskwalificaties van de te visiteren nieuwe (omgevormde) opleiding.

Voor het invullen van de studentgebonden deskundigheid zal de NVAO bij voorkeur HBO5-studenten betrekken. De opleidingen (samenwerkingsverbanden) worden aangeraden om voorstellen van kandidaat-commissieleden, met name voor het invullen van werkvelddeskundigheid en studentgebonden deskundigheid, te suggereren aan de NVAO.

Wat betekent de onafhankelijkheid van de visitatiecommissie?

De commissieleden, de secretaris en de procescoördinator hebben ten minste vijf jaren geen banden gehad met de instelling die de opleiding aanbiedt. Allen verklaren voorafgaand aan de beoordeling van de opleiding geen relaties of banden met de betrokken instelling te onderhouden die een onafhankelijke oordeelsvorming over de kwaliteit van de opleiding positief of negatief zou kunnen beïnvloeden. Deze onafhankelijkheid is primair. De NVAO roept de samenwerkingsverbanden op commissieleden die niet onafhankelijk zijn zo snel mogelijk te melden.

Hoe wordt de objectiviteit van de commissie(leden) gewaarborgd?

De leden van de commissie vertrekken vanuit het perspectief van de nieuwe (omgevormde) opleidingen (samenwerkingsverbanden). De leden vellen dus geen oordeel vanuit hun eigen visie op onderwijs of vanuit hun eigen visie op de kwaliteit van onderwijs. Door de aanpak en de briefing van de NVAO zullen commissieleden het waardenkader van de nieuwe (omgevormde) opleiding hanteren in de context van die opleiding. De NVAO-procescoördinator ziet hier ook op toe tijdens het toelichtend gesprek.

5. Het toelichtend gesprek
 

Wat is het doel van het toelichtend gesprek?

De visitatiecommissie vormt een voorlopig oordeel over de opleiding op grond van de bestudering van het informatiedossier. Vervolgens wordt een toelichtend gesprek georganiseerd waarin de commissie het voorlopig oordeel verifieert en vervolledigt.

Welke gespreksonderwerpen komen aan bod tijdens het toelichtend gesprek?

Na de beoordeling van het informatiedossier en volgens de standaarden uit het kader Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) zal de visitatiecommissie bepalen welke gespreksonderwerpen uitgebreider aan bod zullen komen tijdens het toelichtend gesprek. De gespreksonderwerpen worden voor het toelichtend gesprek aan het samenwerkingsverband bezorgd, zodat de opleiding het gesprek waar nodig kan voorbereiden. Het samenwerkingsverband kan steeds terecht bij de toegewezen procescoördinator voor bijkomende toelichting.

Wie wil de visitatiecommissie spreken tijdens het toelichtend gesprek?

De toelichtende gesprekken zijn steeds op maat. Afhankelijk van de gespreksonderwerpen zullen de meest geschikte gesprekspartners voor het toelichtend gesprek worden gevraagd. Daartoe kan de visitatiecommissie gespreksdeelnemers met een verschillende achtergrond (opleidingsverantwoordelijken, opleidingscommissie/ontwikkelgroep, docenten, vertegenwoordigers beroepenveld, studenten, etc.) uitnodigen. Om dit proces te faciliteren stelt het samenwerkingsverband (de opleiding) een lijst op met de personen, per generieke kwaliteitswaarborg, die de visitatiecommissie kan spreken. Het is dan aan de visitatiecommissie om de gesprekspartners te kiezen. Een beperkt aantal deelnemers bij elk gesprek verzekert dat iedereen aan het woord komt binnen de voorziene gesprekstijd.

Wie organiseert de praktische elementen van het toelichtend gesprek van de visitatiecommissie (locatie, catering, verplaatsingen, etc.)?

De NVAO neemt deze praktische elementen voor haar rekening. De kosten hiervan worden ook gedragen door de NVAO. De concrete invulling van het toelichtend gesprek wordt bepaald in overleg tussen de contactpersoon van het samenwerkingsverband en de procescoördinator van de NVAO. Het gesprek vindt plaats op een opleidingsonafhankelijke locatie. In zeer uitzonderlijke gevallen is een aanvullend locatiebezoek mogelijk.

6. Beoordelingsproces en besluitvorming
 

Hoe verloopt het beoordelingsproces na het indienen van de aanvraag?

Na het indienen van de aanvraag en het bestuderen van het informatiedossier door de visitatiecommissie, volgt een toelichtend gesprek waarin de commissie het voorlopig oordeel verifieert en vervolledigt. Dit gesprek vindt plaats op een opleidingsonafhankelijke locatie waarbij de visitatiecommissie gespreksdeelnemers met verschillende achtergrond (opleidingsverantwoordelijken, opleidingscommissie/ontwikkelgroep, docenten, vertegenwoordigers beroepenveld, studenten, etc.) kan uitnodigen. In zeer uitzonderlijke gevallen is een aanvullend locatiebezoek mogelijk.

In een volgende stap legt de visitatiecommissie de weergave van de beoordeling neer in een adviesrapport. Dit adviesrapport wordt aangeboden aan de NVAO ter besluitvorming. Indien het adviesrapport vragen oproept bij de NVAO kan de NVAO de visitatiecommissie uitnodigen voor een gesprek.

Op basis van het adviesrapport stelt de NVAO een ontwerp van toetsingsrapport met een toetsingsbesluit op. Dit ontwerp van toetsingsrapport gaat naar het samenwerkingsverband voor het vaststellen van eventuele feitelijke onjuistheden. Binnen een ordetermijn van 4 maanden na ontvangst van de aanvraag neemt de NVAO een beslissing en stelt daartoe het definitieve toetsingsrapport en toetsingsbesluit vast. Indien de NVAO van mening is dat voor de nieuwe opleiding voldoende generieke kwaliteitswaarborgen voorhanden zijn leidt dit tot een positief toetsingsrapport en - besluit. Indien onvoldoende generieke kwaliteitswaarborgen voorhanden zijn leidt dit tot een negatief toetsingsrapport en -besluit.

Het positief/negatief toetsingsrapport en toetsingsbesluit van de NVAO worden aan de Vlaams minister van Onderwijs en het samenwerkingsverband bezorgd. Er volgt een besluit van de Vlaamse Regering.

Hoe verhouden zich de verschillende criteria per generieke kwaliteitswaarborg ten opzichte van elkaar bij de beoordeling (gezien het oordeel betrekking heeft op de generieke kwaliteitswaarborg als geheel)?

In het kader Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) staat bij ‘Beoordelingsschaal en beslisregel’ dat een opleiding voldoet, als zij een acceptabel niveau over de hele breedte van de onderliggende criteria vertoont. Het begrip basiskwaliteit (de generieke kwaliteitswaarborg is aanwezig en de opleiding – of een opleidingsvariant – voldoet aan de kwaliteit die in internationaal perspectief redelijkerwijs mag worden verwacht van een HBO5-opleiding in het hoger onderwijs) speelt daarbij een essentiële rol. De visitatiecommissie vormt een oordeel per standaard als geheel. De afweging en oordeelsvorming, waarbij één criterium bepalend kan zijn in beide richtingen, gebeurt steeds vanuit een holistische benadering en binnen de werking van een visitatiecommissie.

Waartoe leidt een positief toetsingsrapport en toetsingsbesluit?

Na de erkenning als nieuwe (omgevormde) opleiding wordt de opleiding geacht geaccrediteerd te zijn conform de decretaal bepaalde termijn. Nadien vraagt men een eerste accreditatie aan.

Wat gebeurt er in het geval van een negatief toetsingsrapport en toetsingsbesluit?

Een opleiding zal na een negatief toetsingsrapport en toetsingsbesluit van de NVAO en een daaruit volgend negatief besluit van de Vlaamse Regering niet omgevormd zijn. Deze opleiding zal niet tot het accreditatiestelsel van het Hoger Onderwijs in Vlaanderen behoren en bijgevolg geen HBO5-diploma’s (gegradueerde) kunnen afleveren. Er kan een nieuwe aanvraag worden ingediend, rekening houdend met de decretale voorwaarden.

 

Aan het gebruik van de Vraagbaak kunnen geen rechten worden ontleend.

Stelsel
Vlaams
Trefwoorden
HBO5

Toetsingskader TNO HBO5 omvorming 2017 - 2019

Presentatie infosessies HBO5 Toetsingskader TNO

HBO5 (omvorming)

Nederlands

Het hoger beroepsonderwijs of HBO5 omvat opleidingen op het niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Het hoger beroepsonderwijs maakt daarmee de onderwijsladder tussen het secundair en het professionele bachelor niveau compleet, waarbij de onderwijskwalificaties op niveau 5 voorbereiden op het uitoefenen van een beroep. In het kader van de oriëntatie richting hoger onderwijs en het verbreden van de keuze na het secundair onderwijs nemen de HBO5-opleidingen een belangrijke en essentiële positie in.

Het hoger beroepsonderwijs op kwalificatieniveau 5 wordt op vandaag (2017) door de samenwerkingsverbanden georganiseerd. Het aanbod aan HBO5-opleidingen dat nu nog in de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) bestaat, krijgt vanaf het academiejaar 2019-2020 een plaats in de Vlaamse hogescholen als graduaatsopleidingen. Om dit goed voor te bereiden moeten de opleidingen met onderwijskwalificatie op niveau 5 zich omvormen en een ‘Toets Nieuwe Opleiding’ (TNO) doorlopen bij de NVAO. Daartoe ontwikkelde de NVAO een beoordelingskader. De onderwijskwalificaties waarvoor nog geen verwante beroepskwalificatie zijn erkend dienen een tussentijdse actualisatie van de domeinspecifieke leerresultaten te doorlopen en worden nadien nog omgevormd. Ten laatste op 1 september 2019 zijn alle bestaande HBO5-opleidingen ofwel omgevormd, ofwel geactualiseerd.

Procedure

De NVAO behandelt de toets nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van 4 maanden. Na ontvangst van het ontwerp van toetsingsrapport van de NVAO kan het samenwerkingsverband bezwaar formuleren (zie onder) of bij een negatief toetsingsrapport de aanvraag intrekken. In het laatste geval kan het samenwerkingsverband een hernieuwde aanvraag indienen.

Na een positief NVAO-besluit en na erkenning door de Vlaamse regering wordt de nieuwe (omgevormde) opleiding opgenomen in een register van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en kan ze als nieuwe (omgevormde) graduaatsopleiding worden aangeboden.

Kaders/documenten

Na een eerste goedkeuring en advies van de Raad van State keurde de Vlaamse Regering op vrijdag 28 april 2017 het kader Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming) definitief goed.

Het kader beschrijft welke kwaliteitswaarborgen aanwezig moeten zijn. Zo kan een nieuwe (omgevormde) opleiding pas worden erkend als er voldoende duidelijkheid is over wat de opleiding beoogt, hoe de opleiding dit wil realiseren, hoe de opleiding zal evalueren of de beoogde leerresultaten bereikt zijn en hoe ze de interne kwaliteitszorg organiseren. Bij voorliggend kader is geopteerd om zo nauw mogelijk aan te sluiten bij het Kader Toets Nieuwe Opleiding voor de bachelor- en masteropleidingen.

De belangrijkste documenten worden rechts op deze pagina gepresenteerd.

Aanvraag indienen

Het samenwerkingsverband dient een aanvraag voor de toetsing van de nieuwe (omgevormde) opleiding in bij de NVAO.

  • uiterlijk op 30 november voor 2017, en uiterlijk op 31 mei of 30 november voor 2018.
  • hernieuwde aanvraag indienen binnen 60 kalenderdagen na intrekking van de initiële aanvraag.
  • via e-mailadres webaanvraag@nvao.net (max. 40 Mb).

Tarief

Het indienen van een aanvraag voor de toetsing van een nieuwe (omgevormde) graduaatsopleiding impliceert geen kosten voor het samenwerkingsverband en/of de betrokken opleidingen.

Meer informatie

Voor algemene vragen: raadpleeg de vraagbaak Toets Nieuwe HBO5-Opleiding (Omvorming). Bij specifieke vragen neemt u contact op met de NVAO-procescoördinator die uw aanvraag behandelt.

NVAO contactpersoon: Pieter Soete, beleidsmedewerker Afdeling Vlaanderen

Bezwaarprocedure
Wetgeving

Stelsel
Vlaams
Trefwoorden
HBO5

Informatiesessies HBO5: beoordelingskader Toets Nieuwe HBO5-opleiding omvorming

26 apr 2017 13:30 tot 27 apr 2017 16:30

De NVAO organiseert op 26 april (Gent) en op 27 april 2017 (Mechelen) een informatiesessie over het beoordelingskader voor de toets nieuwe HBO5-opleiding omvorming en het praktische verloop na indi

Abonneren op RSS - HBO5