De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Nederlands

Verschil kader 2014 en kader 2016: visitatierapport

Voor het visitatierapport dat naar de NVAO wordt gestuurd, verandert niets met de invoering van het nieuwe beoordelingskader (kader 2016). De eis blijft dat de oordelen herleidbaar tot de standaarden en navolgbaar moeten zijn.

De NVAO publiceert de visitatierapporten van alle geaccrediteerde opleidingen via haar website, maar houdt geen ranking bij van de kwaliteit van rapporten

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Trefwoorden
kader 2016

Hoe vrij is de opleiding/instelling?

Het kader is leidend voor de oordeelsvorming en de standaarden blijven gelijk. De NVAO stimuleert dat panels en instellingen het kader goed begrijpen en kunnen toepassen. De NVAO blijft strak op de inhoud, maar geeft vrijheid in de vorm. Vormvrijheid is daarbij geen doel, maar een middel om de eigenheid van de opleiding weer te geven. De instelling neemt het panel mee in de organische ontwikkeling binnen de opleiding en laat zien dat de reflectieve cyclus van de opleiding werkt waarbij alle standaarden worden meegenomen.

De visitatie is, binnen de krijtlijnen van het kader, vormvrij. Het kader schetst de bandbreedte. De vrijheid zit in het inrichten van het locatiebezoek, de samenstelling van het programma tijdens het bezoek en de kritische reflectie. Het doel daarbij is fitness for purpose. De eigenheid van de opleiding en instelling moet worden meegenomen en begrepen door het panel. Wat belangrijk is, is dat de opleiding of instelling laat zien hoe je met elkaar aan kwaliteit werkt. Het panel moet wel akkoord gaan met de voorstellen van de instelling – zij moeten gezamenlijk besluiten dat de voorstellen geschikt zijn om tot gedegen en navolgbare oordelen te komen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Verschil kader 2014 en kader 2016: panelsamenstelling

Panelsamenstelling

  • alle panelleden krijgen een training/briefing over de desbetreffende beoordeling;
  • criterium onafhankelijkheid panel beknopter (en scherper) geformuleerd: geen directe, of indirecte banden die leiden tot een conflict of interest;
  • ITK toegevoegd: expertise met betrekking tot effectiviteit van kwaliteitszorgsystemen, maatschappelijk veld, werkveld, deskundigheid specifieke aspecten (zijn detailpunten).

 

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Verschil kader 2014 en kader 2016: opleidingsbeoordeling

Opleidingsbeoordeling

  • één kader voor de verschillende opleidingsbeoordelingen (wo, hbo, ad/bestaand, nieuw);
  • locatiebezoek: minder is vastgelegd - initiatief voor inrichting van het programma ligt nu bij de instelling;
  • scheiding van verantwoorden en verbeteren in uitvoering beoordeling: eerste deel van de beoordeling voor accreditatie + tweede deel is een ontwikkelgesprek tussen opleiding en panel (incl. tweedeling adviesrapport voor NVAO besluitvorming en conclusies ontwikkelgesprek );
  • kwaliteit docententeam in plaats van kwaliteit personeel.


Wat is toegevoegd?

  • verwijzing naar de ESG en aandacht voor student-centred learning;
  • uitgebreide beoordeling:
  • aansluiting bij onderwijsvisie en profiel instelling (S1,4);
  • expliciete en breed gedragen kwaliteitszorg in plaats van periodieke opleidingsevaluatie (meer op het handelen zelf, dichter bij stakeholders, immers breed gedragen);
  • de opleiding publiceert accurate, betrouwbare en voor de doelgroepen goed toegankelijke informatie over de kwaliteit van de opleiding.


Wat staat er niet meer in?

  • niet meer geëxpliciteerd dat het panel bepaalt welk ‘palet van eindprestaties’ als eindwerken van de opleiding worden beoordeeld. De opleiding bepaalt dit nu;
  • documenten ter inzage: nu naar inzicht van de opleiding, niet meer uitgeschreven welke dit moeten zijn;
  • beperkte opleidingsbeoordeling TNO: standaard afstudeergarantie en financiële voorzieningen verwijderd.

 

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Verschil kader 2014 en kader 2016: lastenverlichting

Lastenverlichting

  • binnen het beoordelingskader is het aantal soorten beoordelingen teruggebracht van 7 naar 2 (instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) en opleidingsbeoordeling). Overlap kader ITK en beperkte beoordeling weggenomen;
  • veel ruimte om beoordeling af te stemmen op eigen doelstellingen en interne kwaliteitszorg:
    - zelfevaluatie vormvrij;
    - mogelijkheid om gebruik te maken van bestaande documenten;
    - instelling is ‘in de lead’ voor wat betreft materiaal ter inzage tijdens locatiebezoeken (naar eigen inzicht).
    - panels zijn terughoudend in het opvragen van aanvullende informatie;
    - opleidingsbeoordeling: mogelijkheid om als sector in gesprek te gaan met NVAO over inrichting proces.
  • rol en betrokkenheid studenten/ medezeggenschap vergroot:
    - eigen hoofdstuk studenten/OC (bij bestaande opleidingen);
    - zelfevaluatie voorgelegd aan medezeggenschap;
    - herstel: advies/beoordeling OC van het herstelplan;
    - ITK: bij de verschillende standaarden staat expliciet de rol en betrokkenheid van de stakeholders beschreven.


Om de vermindering in lastendruk te versterken, zal de NVAO heldere randvoorwaarden verstrekken door meer informatie te verstrekken. Ook worden regelmatig informatieve bijeenkomsten georganiseerd. Door onzekerheden weg te nemen, kunnen processen sneller en gemakkelijker worden doorlopen en zullen minder vragen tijdens de accreditatieprocedure zelf beoeven te worden gesteld. Dit versnelt de besluitvorming. Daarnaast werkt de NVAO samen met andere (internationale) accreditatieorganisaties om tot gezamenlijke accreditatieprocedures te komen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Verschil kader 2014 en kader 2016: ITK

Instellingstoets kwaliteitszorg (ITK)

  • standaarden ITK zijn actiever geformuleerd en dichter bij het onderwijs zelf: in plaats van accent op monitoren en aansturen van kwaliteit onderwijs ligt het accent nu op het actueel en passend houden van de onderwijsvisie, verwezenlijking onderwijsvisie en duurzame kwaliteitsontwikkeling. Voorbeeld standaard 3: van managementinformatiesysteem dat geaggregeerde informatie oplevert naar het organiseren van effectieve feedback met reflectie en medezeggenschap in alle lagen van de instelling;
  • de aparte standaard organisatiestructuur is ondergebracht in de overige standaarden, daardoor is één standaard vervallen;
  • bij instellingen die beschikken over een ITK wordt past performance betrokken bij de beoordeling in het kader van het verlengen van de geldigheidsduur ITK;
  • betrokkenheid van de relevante stakeholders (medewerkers, studenten, beroepenveld) nu geëxpliciteerd in alle standaarden.


Wat is toegevoegd:

  • expliciete verwijzing naar de European Standard and Guidelines (ESG) en aandacht voor student-centred learning;
  • beslisregel positief onder voorwaarden bij maximaal 2 ‘voldoet ten dele’;
  • beslisregel negatief bij 3 of meer ‘voldoet ten dele’;
  • mogelijkheid om verkennend en verdiepend bezoek achtereenvolgens plaats te laten vinden voor instellingen met een ITK, of wanneer gebruik wordt gemaakt van een internationaal panel;
  • één audittrail is nader omschreven: verdiepend onderzoek naar effectiviteit kwaliteitszorg en risicomanagement opleidingen.


Wat staat er niet meer in?

  • randvoorwaarden voor verkennend bezoek zijn niet meer uitgeschreven.

 

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Wat is nieuw in het kader 2016?

Het Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland 2016 (kader 2016) past in de voorstellen 'Accreditatie op maat' van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het verder ontwikkelen van het Nederlandse accreditatiestelsel via spoor 1) optimalisering huidig accreditatiestelsel - bestaande uit 1a) vernieuwd accreditatiekader en 1b) wetsvoorstel 'Accreditatie op maat' - en spoor 2) de pilot instellingsaccreditatie. Voor spoor 1a) heeft de NVAO bekeken of binnen de huidige wetgeving het begrip  'vertrouwen' in het beoordelingskader meer een plek kon krijgen.

Het kader 2016:

  • gaat uit van de visie en doelstellingen van de instelling of opleiding
  • heeft een open opzet
  • met grotendeels gelijke standaarden als het kader 2014
  • is eenduidiger (minder verschillende kaders, handleidingen en protocollen)
  • biedt vrijheid voor inrichting van het zelfevaluatierapport en locatiebezoek
  • beperkt de beoordelingslast (maakt zoveel mogelijk gebruik van bestaande documentatie)
  • versterkt de positie van studenten (studentenhoofdstuk)
  • bij bestaande opleidingen de zelfevaluatie niet meer aan criteria gebonden
  • scheidt de verantwoordings- en verbeterfunctie door het locatiebezoek te splitsen in twee delen
  • ligt de keuze voor de aan te leveren of ter inzage aanwezige documenten in eerste instantie bij de opleiding of instelling
  • biedt de mogelijkheid om als sector, voorafgaand aan het accreditatieproces met de NVAO te spreken over de visitatiegroep, het kader, de inhoudelijke thematiek en om werkafspraken te maken, zodat accreditatieproces soepel kan verlopen


Tevens zijn zaken samengevoegd (bijvoorbeeld één kader voor verschillende opleidingsbeoordelingen); toegevoegd (bijvoorbeeld het criterium student-centred conform de European Standard and Guidelines) én verwijderd (zoals de overlap tussen instellingstoets en de beperkte opleidingsbeoordeling en financiële voorzieningen bij nieuwe opleidingen).

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Wat is de betekenis van de tweede ITK?

Het huidige stelsel bevat geen aparte status voor instellingen met of zonder een positief besluit voor de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK). Wel kan een instelling met een ITK een beperkte opleidingsbeoordeling (BOB) aanvragen. De (wijze van) onderbouwing van de past performance ligt bij de instelling. Hier ontwerpt de NVAO geen aparte indicatoren voor.

Een positieve instellingstoets geeft aan dat de kwaliteitszorg met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs binnen de instelling (interne kwaliteitszorg) afdoende is gewaarborgd. Het daaruit volgende beperkte karakter van de opleidingsbeoordeling (BOB) betekent dat de NVAO het visitatierapport op een terughoudender manier toetst dan bij de uitgebreide opleidingsbeoordeling (UOB).

Wanneer een instelling niet beschikt over een positief ITK-besluit behandelt de NVAO de opleidingen via de UOB, maar op basis van hetzelfde vertrouwen. Elke opleiding wordt op die basis individueel getoetst. Daarbij evalueert de NVAO de kwaliteit van het rapport en proces enerzijds en de navolgbaarheid van de onderbouwing van de basiskwaliteit anderzijds.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Hoe verhouden de verantwoordelijkheden van de instelling zich met die van het panel?

Beide partijen hebben een verantwoordelijkheid om tot goede oordeelsvorming te komen. Het accreditatieproces wordt gevormd door het samenspel tussen het panel en de instelling. De instelling is eigenaar van het proces en neemt het panel mee in haar gedachtegang. Degelijke oordeelvorming is een gezamenlijk belang. Indien het nodig is om tot een navolgbaar oordeel te komen, kan het panel extra informatie opvragen. De vorm daarvan is vrij. Het kader is leidend voor de oordeelsvorming. De NVAO investeert erin dat panels en instellingen het kader goed begrijpen en kunnen toepassen.

Zowel de verantwoordings- als de verbeterfunctie komen tijdens het visitatieproces geïntegreerd aan bod. De instelling kan zelf beslissen over de wijze van rapporteren over de verbeteringen. De informatie is publiek en dus ook voor de NVAO toegankelijk.

 

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Wat verstaat de NVAO onder consistentie?

Voor de NVAO betekent consistentie dat in gelijke gevallen gelijk wordt gehandeld. Consistentie in de oordelen is de verantwoordelijkheid van de panels en de NVAO. De NVAO probeert de consistentie te versterken door onder meer trainingen aan te bieden, goed te informeren en streng toe te zien op de deskundigheidseisen voor panels.  

Door te werken met visitatiegroepen zien de panels meerdere soortgelijke opleidingen. Dat komt het referentiekader van panels ten goede. De panels kunnen zo op een vergelijkende manier oordelen. De NVAO vertrouwt op de inhoudelijke deskundigheid van de peers wanneer zij de oordeelsvorming van de panels ontvangt. Indien de argumentatie in het rapport niet navolgbaar is, zal de NVAO nadere vragen stellen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Pagina's

Abonneren op RSS - Nederlands