De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Studiepunten Nederland

Bij de start van het bachelor-masterstelsel in 2002 is het studiepuntensysteem European Credit Transfer System (ECTS) ingevoerd. De studielast van iedere opleiding en iedere onderwijseenheid wordt door het instellingsbestuur uitgedrukt in studiepunten (EC's). 

In dit systeem kent een:

  • studiejaar = 60 EC (= 1680 studie-uren)
  • associate-degreeprogramma: 120 EC (2 jaar)
  • hbo-bachelor: 240 EC (4 jaar)
  • wo-bachelor: 180 EC (3 jaar)
  • masteropleiding: 60 EC (1 jaar, minimaal )
  • internationale joint degree-opleiding: 90 EC (1 jaar, minimaal)

De opleiding kan vrijblijvend extra-curriculaire opleidingsonderdelen aanbieden (niet formeel binnen het curriculum). De Nederlandse wet kent alleen een uitzondering voor de master (zowel hbo als wo) (WHW, artikel 7.4b, lid 8).

Vierjarige bachelor in drie jaar - (ver)korte opleidingen

Sommige Nederlandse hogeronderwijsinstellingen bieden een vierjarige hbo-bacheloropleiding aan in bijvoorbeeld drie jaar. De NVAO beoordeelt accreditatieaanvragen aan de hand van de volgende criteria, conform de afspraken die zijn gemaakt met de koepelorganisaties in het hoger onderwijs en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 

- Een hbo-bacheloropleiding heeft een studielast van 240 studiepunten. Vrijstellingen kunnen op basis van individuele beoordeling worden gegeven, maar een programma waarin structureel vrijstelling wordt verleend voor bepaalde categorieën studenten kan niet worden geaccrediteerd.
Vwo’ers kunnen automatisch tot een driejarig bachelortraject worden toegelaten (WHW, artikel 7.9a, zie onder). De student moet voldoen aan de eventuele (aanvullende) toelatingseisen van de opleiding waartoe het driejarige opleidingstraject behoort. Vwo’ers zijn niet verplicht een aangeboden driejarig bachelortraject te volgen; zij kunnen ook instromen in een regulier vierjarig bachelortraject.

- Een studieprogramma van een geaccrediteerde voltijdse bachelor- en masteropleiding wordt aangeboden in de vorm van 60 studiepunten per jaar. Voor deeltijdse en duale opleidingen geldt deze norm niet (minder punten per jaar zijn mogelijk).

- Goed beargumenteerd is bij opleidingen van private instellingen een verkort intensief programma mogelijk van max. 80 studiepunten per jaar, wanneer de instelling aantoont dat:

  • de studenten zorgvuldig worden geselecteerd met het oog op het intensieve programma;
  • het programma in redelijkheid studeerbaar is voor geselecteerde studenten;
  • de voorzieningen en de beschikbaarheid van het personeel adequaat zijn om het intensieve programma haalbaar te maken;
  • het beoogde eindniveau (bachelor) wordt gerealiseerd.

- Bacheloropleidingen bij bekostigde instellingen moeten - in verband met de eisen van toegankelijkheid en studeerbaarheid  - in alle gevallen een programma aanbieden van 60 studiepunten per jaar. Daarbinnen kunnen verkorte varianten met een hogere belasting worden aangeboden (bijvoorbeeld naast het 4 x 60 EC-traject binnen dezelfde opleiding ook een 3 x 80 EC-traject voor een groep geselecteerde studenten, bijvoorbeeld met een hoger instroomniveau of een bijzondere motivatie).

Artikel 7.9a. Toelating tot versneld traject gericht op studenten met een VWO-diploma

  1. Een instellingsbestuur kan binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs een versneld traject aanbieden dat toegankelijk is voor studenten met een diploma als bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder a of b dan wel een op grond van artikel 7.28, tweede lid, bij ministeriële regeling als ten minste gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het instellingsbestuur daaraan tenminste gelijkwaardig diploma. Een student die aan de in de eerste zin bedoelde voorwaarde en de overige voorwaarden voor inschrijving voldoet, wordt voor een versneld traject ingeschreven indien hij daarom verzoekt.
  2. Het instellingsbestuur kan besluiten ook een andere student dan degene, bedoeld in het eerste lid, tot het versnelde traject toe te laten indien hij naar het oordeel van het instellingsbestuur blijk heeft gegeven van geschiktheid voor dat traject.
  3. In afwijking van artikel 7.4b, eerste lid, bedraagt de studielast voor een versneld traject 180 studiepunten.