De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Kwaliteitszorgstelsel Nederland

Hoe lang moeten documenten worden bewaard?

Voor de documenten rond de accreditatie van hoger onderwijsopleidingen geldt als meest gangbare bewaartermijn zeven jaar. Hogescholen en universiteiten hebben in een 'basisselectiedocument' vastgelegd hoe lang zij hun documenten bewaren, bijvoorbeeld op het gebied van tentamen- en (eind)examenresultaten, reglementen van orde en accreditatieprocedures. Meestal worden deze afspraken gemaakt in overleg met de toezichthouder op de archieven (Erfgoedinspectie).

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Geldt een buitenlandse accreditatie ook voor Nederland?

Nee, alleen voor Vlaamse hogeronderwijsopleidingen heeft de NVAO de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen. De NVAO sluit wel met andere internationale accreditatieorganisaties overeenkomsten om elkaars accreditatiebesluiten over te nemen of om accreditatieprocedures tegelijk te laten verlopen en hierdoor de lasten te verminderen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Geldt accreditatie voor voltijd, deeltijd en duaal?

Een Nederlandse opleiding kan in verschillende varianten worden aangeboden: voltijd, deeltijd en duaal (WHW, artikel 7.7). De verschillende varianten gelden als één opleiding: er is dus één accreditatiebesluit. Een opleiding kan alleen worden geaccrediteerd als de verschillende varianten ten minste voldoende zijn. Een negatief beoordeelde variant houdt dus de gehele accreditatie tegen.

Deeltijdse opleidingen zijn specifiek gericht op studenten met werk(ervaring), die niet op de gangbare uren het voltijdse programma kunnen volgen. Bij de duale opleiding wordt een overeenkomst gesloten tussen instelling, student en werkgever, waarin diverse afspraken zijn vastgelegd, onder andere over de wijze waarop een deel van de opleiding op de werkplek wordt gerealiseerd (WHW, artikel 7.7, leden 2 tot en met 5).

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Wanneer is de NVAO terughoudend met aanvullende acties?

De NVAO bekijkt ieder visitatierapport kritisch en rekent erop dat de argumentatie in het rapport navolgbaar is. Wanneer dat het geval is, behoeft de NVAO geen aanvullende acties te ondernemen (vragen stellen, uitnodigen voor een gesprek, nadere informatie opvragen e.d.).

De NVAO beoogt de kwaliteit van het rapport te versterken door duidelijke voorwaarden te schetsen, helder te zijn over de eisen en door training te geven aan secretarissen. Tijdens deze contacten kan de NVAO in algemene zin informatie geven over haar bevindingen tijdens het besluitvormingsproces. Zo ontstaat een continue verbeterpatroon

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Wat betekent 'uitgaan van vertrouwen'?

De NVAO gaat uit van vertrouwen en maakt onafhankelijk van de instelling dezelfde afwegingen in de behandeling op individueel opleidingsniveau. Van groeiend of afnemend vertrouwen is geen sprake. De NVAO behandelt de instellingen niet anders. Elke opleiding wordt, vanuit vertrouwen, individueel getoetst. Daarbij evalueert de NVAO enerzijds de kwaliteit van het rapport en het proces en anderzijds de navolgbaarheid van de onderbouwing van de basiskwaliteit.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Wat verstaat de NVAO onder consistentie?

Voor de NVAO betekent consistentie dat in gelijke gevallen gelijk wordt gehandeld. Consistentie in de oordelen is de verantwoordelijkheid van de panels en de NVAO. De NVAO probeert de consistentie te versterken door onder meer trainingen aan te bieden, goed te informeren en streng toe te zien op de deskundigheidseisen voor panels.  

Door te werken met visitatiegroepen zien de panels meerdere soortgelijke opleidingen. Dat komt het referentiekader van panels ten goede. De panels kunnen zo op een vergelijkende manier oordelen. De NVAO vertrouwt op de inhoudelijke deskundigheid van de peers wanneer zij de oordeelsvorming van de panels ontvangt. Indien de argumentatie in het rapport niet navolgbaar is, zal de NVAO nadere vragen stellen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Is het werken met twee assessoren verplicht?

Het werken met twee assessoren (het vierogen principe) wordt steeds meer gemeengoed in geval van assessments (bijvoorbeeld criteriumgerichte interviews of gedrag assessments). Het inzetten van twee assessoren komt de zorgvuldigheid van de beoordeling ten goede. De beoordeling is daarmee niet objectief, maar op zijn minst intersubjectief; de assessoren stemmen af (kalibreren) over het oordeel en dat verhoogt de kwaliteit van het oordeel.

Er rust geen verplichting op het inzetten van twee assessoren, maar bij het aantonen van een kwaliteitsvolle toetsing kiest een opleiding hier vaak voor. Als een opleiding volstaat met één assessor, geeft de opleiding aan waarom de toetsing met één assessor voldoende is geborgd.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Mag een instelling een opleiding overdragen aan een andere instelling?

Een instelling die een geaccrediteerde opleiding aanbiedt, kan deze overdragen aan een andere erkende instelling (rechtspersoon voor hoger onderwijs). De overdracht is geregeld in de Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs (artikel 3, lid 4). In die procedure heeft de NVAO geen rol.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
overdragen

Wat is het verschil tussen een getuigschrift en een diploma?

In het voortgezet onderwijs krijgt u een diploma of een getuigschrift. In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) krijgt u een diploma. In het hoger onderwijs (hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs) ontvangt u een getuigschrift en een supplement op het getuigschrift.  Meer informatie

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Studenten
Abonneren op RSS - Kwaliteitszorgstelsel Nederland