De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Instellingen

Mag de opleiding tussentijds een deeltijdse of duale variant starten?

Een opleiding mag lopende de accreditatietermijn van de geaccrediteerde variant (bijvoorbeeld voltijd) een nieuwe variant starten (bijvoorbeeld deeltijd, duaal).
Bij voorkeur start de nieuwe variant halverwege de termijn van zes jaar zodat bij eerstvolgende accreditatiebeoordeling de nieuwe variant op basis van gerealiseerde kwaliteit (en zo mogelijk ook het gerealiseerd eindniveau) beoordeeld kan worden.

Een start van de nieuwe variant direct na of direct voor de accreditatiebeoordeling is niet wenselijk, omdat deze in dat geval te lang niet beoordeeld wordt, respectievelijk alleen als plan kan worden beoordeeld.

De opleiding laat de nieuwe variant voorafgaand aan de start registreren in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO), waardoor studenten in de nieuwe variant direct onderworpen zijn aan alle rechten en plichten die horen bij accreditatie, ook al heeft de variant op dat moment nog geen accreditatiebeoordeling ondergaan

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
varianten

Hoe lang moeten documenten worden bewaard?

Voor de documenten rond de accreditatie van hoger onderwijsopleidingen geldt als meest gangbare bewaartermijn zeven jaar. Hogescholen en universiteiten hebben in een 'basisselectiedocument' vastgelegd hoe lang zij hun documenten bewaren, bijvoorbeeld op het gebied van tentamen- en (eind)examenresultaten, reglementen van orde en accreditatieprocedures. Meestal worden deze afspraken gemaakt in overleg met de toezichthouder op de archieven (Erfgoedinspectie).

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Geldt een buitenlandse accreditatie ook voor Vlaanderen?

Ja, voor Vlaamse hogeronderwijsopleidingen heeft de NVAO de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen. De NVAO sluit daarnaast met andere internationale accreditatieorganisaties overeenkomsten om elkaars accreditatiebesluiten over te nemen of om accreditatieprocedures tegelijk te laten verlopen en hierdoor de lasten te verminderen.

Nederlands
Stelsel
Vlaams
Doelgroep
Instellingen

Geldt een buitenlandse accreditatie ook voor Nederland?

Nee, alleen voor Vlaamse hogeronderwijsopleidingen heeft de NVAO de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen. De NVAO sluit wel met andere internationale accreditatieorganisaties overeenkomsten om elkaars accreditatiebesluiten over te nemen of om accreditatieprocedures tegelijk te laten verlopen en hierdoor de lasten te verminderen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Geldt accreditatie voor voltijd, deeltijd en duaal?

Een Nederlandse opleiding kan in verschillende varianten worden aangeboden: voltijd, deeltijd en duaal (WHW, artikel 7.7). De verschillende varianten gelden als één opleiding: er is dus één accreditatiebesluit. Een opleiding kan alleen worden geaccrediteerd als de verschillende varianten ten minste voldoende zijn. Een negatief beoordeelde variant houdt dus de gehele accreditatie tegen.

Deeltijdse opleidingen zijn specifiek gericht op studenten met werk(ervaring), die niet op de gangbare uren het voltijdse programma kunnen volgen. Bij de duale opleiding wordt een overeenkomst gesloten tussen instelling, student en werkgever, waarin diverse afspraken zijn vastgelegd, onder andere over de wijze waarop een deel van de opleiding op de werkplek wordt gerealiseerd (WHW, artikel 7.7, leden 2 tot en met 5).

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Verantwoorden versus verbeteren

Het beoordelingskader 2016 scheidt de functies van verantwoording en verbetering tijdens het locatiebezoek (bij bestaande opleidingen). Het visitatierapport maakt duidelijk welke bevindingen hebben geleid tot de toegekende oordelen en vormt de basis voor een accreditatiebesluit. Aanbevelingen tot verbetering zijn opgenomen in het rapport. De instelling publiceert daarnaast binnen een redelijke termijn na het accreditatiebesluit van de NVAO de conclusies die zijn verbonden aan het ontwikkelgesprek met het panel.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Wanneer is de NVAO terughoudend met aanvullende acties?

De NVAO bekijkt ieder visitatierapport kritisch en rekent erop dat de argumentatie in het rapport navolgbaar is. Wanneer dat het geval is, behoeft de NVAO geen aanvullende acties te ondernemen (vragen stellen, uitnodigen voor een gesprek, nadere informatie opvragen e.d.).

De NVAO beoogt de kwaliteit van het rapport te versterken door duidelijke voorwaarden te schetsen, helder te zijn over de eisen en door training te geven aan secretarissen. Tijdens deze contacten kan de NVAO in algemene zin informatie geven over haar bevindingen tijdens het besluitvormingsproces. Zo ontstaat een continue verbeterpatroon

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Wat betekent 'uitgaan van vertrouwen'?

De NVAO gaat uit van vertrouwen en maakt onafhankelijk van de instelling dezelfde afwegingen in de behandeling op individueel opleidingsniveau. Van groeiend of afnemend vertrouwen is geen sprake. De NVAO behandelt de instellingen niet anders. Elke opleiding wordt, vanuit vertrouwen, individueel getoetst. Daarbij evalueert de NVAO enerzijds de kwaliteit van het rapport en het proces en anderzijds de navolgbaarheid van de onderbouwing van de basiskwaliteit.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen

Hoe vrij is de opleiding/instelling?

Het kader is leidend voor de oordeelsvorming en de standaarden blijven gelijk. De NVAO stimuleert dat panels en instellingen het kader goed begrijpen en kunnen toepassen. De NVAO blijft strak op de inhoud, maar geeft vrijheid in de vorm. Vormvrijheid is daarbij geen doel, maar een middel om de eigenheid van de opleiding weer te geven. De instelling neemt het panel mee in de organische ontwikkeling binnen de opleiding en laat zien dat de reflectieve cyclus van de opleiding werkt waarbij alle standaarden worden meegenomen.

De visitatie is, binnen de krijtlijnen van het kader, vormvrij. Het kader schetst de bandbreedte. De vrijheid zit in het inrichten van het locatiebezoek, de samenstelling van het programma tijdens het bezoek en de kritische reflectie. Het doel daarbij is fitness for purpose. De eigenheid van de opleiding en instelling moet worden meegenomen en begrepen door het panel. Wat belangrijk is, is dat de opleiding of instelling laat zien hoe je met elkaar aan kwaliteit werkt. Het panel moet wel akkoord gaan met de voorstellen van de instelling – zij moeten gezamenlijk besluiten dat de voorstellen geschikt zijn om tot gedegen en navolgbare oordelen te komen.

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Verschil kader 2014 en kader 2016: panelsamenstelling

Panelsamenstelling

  • alle panelleden krijgen een training/briefing over de desbetreffende beoordeling;
  • criterium onafhankelijkheid panel beknopter (en scherper) geformuleerd: geen directe, of indirecte banden die leiden tot een conflict of interest;
  • ITK toegevoegd: expertise met betrekking tot effectiviteit van kwaliteitszorgsystemen, maatschappelijk veld, werkveld, deskundigheid specifieke aspecten (zijn detailpunten).

 

Nederlands
Stelsel
Nederlands
Doelgroep
Instellingen
Trefwoorden
kader 2016

Pagina's

Abonneren op RSS - Instellingen