De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

"Meer ruimte voor eigen kwaliteit", interview NVAO-voorzitter Anne Flierman, ScienceGuide, 19 mei 2016

In de nieuwe opzet van de instellingstoets kunnen hogescholen en universiteiten zelf meer invullen hoe zij beoordeeld gaan worden. “Wij vellen niet meer een oordeel over hun visie, maar kijken hoe die gedragen en beleefd wordt in een instelling, bij docenten en stakeholders,” zegt NVAO-voorzitter Anne Flierman.

Nu in de loop van volgend jaar bij de eerste instellingstoetsen (ITK) in HBO en WO de geldingsduur ten einde zal lopen, moet een volgende ronde van zulke kwaliteitsbeoordelingen worden voorbereid en ingericht. In de voorbereidingen op  een nieuwe opzet van het stelsel van HO-borging werd stevig gediscussieerd over de toekomstige uitgangspunten en de gevolgen daarvan voor het bestel en de kwaliteitszorg.

Goed plan

Belangrijke elementen van de conclusies uit die discussie kunnen binnen het huidige accreditatiestelsel al concreet ingevuld worden en minister Bussemaker en de NVAO “waren het al snel eens dat het een goed plan zou zijn, om deze dan niet te laten rusten totdat het hele proces van wet- en regelgeving zou zijn afgerond,” zegt Anne Flierman.

Dat zou namelijk nog wel veel tijd kunnen vergen en met verkiezingen en een kabinetsformatie in aantocht, zouden op die manier de verbeteringen en lastenverminderingen in de borging wel erg lang op zich laten wachten. Nu is het mogelijk, dat OCW al dit najaar een nieuwe beoordelingskader goedkeurt, waarna dat zo snel mogelijk in werking kan treden. “De instellingen kunnen dan al in de nieuwe ronde van instellingstoetsingen met zo’n aangepaste opzet en minder lastendruk aan het werk.”

Belangrijke nieuwe elementen in die nieuwe opzet zijn een beperking van de standaarden tot vier stuks en een stevig proces van gezamenlijke, inhoudelijke voorbereiding “ruimschoots voor de daadwerkelijke start,” zoals de NVAO aan de HO-instellingen schrijft (zie download onderaan pagina). Flierman benadrukt namelijk, dat hij in de komende ronde van toetsingen “met de instellingen samen de ITK wil invullen."

Hoe zelf vormgeven?

"Het is zinvol met hen om de tafel te gaan zitten en te bespreken welke aspecten juist voor hen van belang zijn daarin. Wil men bijvoorbeeld een sterk internationaal panel dat bij hen komt visiteren? Zijn er inhoudelijke accenten die zij als hogeschool of universiteit wat sterker willen zetten? Hoe zouden zij de aanpak van hun zelfevaluatie en bijvoorbeeld het bezoek van het panel willen vormgeven?”

De NVAO-voorzitter wijst erop dat in de nieuwe ITK-opzet twee nieuwe accenten worden gezet. “Ten eerste gaan wij de onderwijsvisie die een instelling in haar zelfevaluatie formuleert niet als zodanig beoordelen. Die visie beschouwen wij als een gegeven en als vertrekpunt voor het gesprek met de mensen van die hogeschool of universiteit. Ik kan mij herinneren, dat bij de Universiteit Maastricht een heel gesprek ontstond met het panel over de vraag of die mensen het PGO-model wel een goede onderwijsvisie vonden. Daar zou het echter niet om moeten gaan.”

“Waar het wel om moet gaan is de vraag naar en de discussie over de wijze waarop die visie leeft. Wordt die gedragen binnen de instelling, door docenten? Hoe staan de externe stakeholders daar tegenover, herkennen zij die visie?” Volgens Flierman komt in een dergelijke dialoog veel beter naar voren hoe zich in een instellingen de kwaliteitscultuur ontwikkeld en verdiept heeft.

Groei van kwaliteitscultuur

Het tweede nieuwe accent binnen de ITK is de nadrukkelijke blik op en analyse van ‘past performance’. “Zeker bij instellingen die al een eerdere ITK hebben gehad is het de moeite waard nu te bezien hoe het heeft gewerkt. Wat is er gebeurd sinds die eerste ITK? Is de kwaliteitscultuur intern gegroeid? Heeft men bijvoorbeeld meer dan voorheen opleidingen waar een kwaliteitsvraagstuk ontstond, adequate aandacht kunnen schenken en problemen zo kunnen voorkomen of tijdig aanpakken?”

Flierman bevestigt, dat daarbij ook gedacht is aan de kritische kanttekening vanuit de studentenbonden, dat het gegeven van het beschikken over een ITK of instellingsaccreditatie niet vanzelf betekent, dat zich op het niveau van de opleidingen geen kwaliteitsproblemen meer voor zouden doen. “De aandacht voor ‘past performance’ en de lessen die men intern heeft getrokken, is mede een reactie op  die kritiek vanuit de studenten, inderdaad. Daar hadden zij een goed punt. Door dit accent te zetten in de nieuwe opzet kunnen we het gesprek in de instellingen en met hen daarover een goede stimulans geven.”

Invulling naar eigen profiel

De instellingen krijgen in de nieuwe opzet ook meer ruimte om het gesprek met het panel een eigen kleur te geven. “Wij geven natuurlijk aan welke thema’s ten aanzien van kwaliteit en borging in elk geval aan de orde zijn. De gesprekken en de zelfevaluatie moeten immers wel tot een consistente beoordeling voeren, vergelijkbaar met andere. Maar die thema’s zijn beslist niet limitatief. De iPabo zal daarbij vast nog andere punten naar voren willen brengen dan de Universiteit Leiden, om een willekeurig voorbeeld te noemen. En daar is ook echt de ruimte voor.”

Dat geldt ook voor het bezoek van panels. “Daar willen we met instellingen graag over praten. Als men dat zelf meer naar eigen profiel wil invullen, lijkt mij dat de moeite waard. Neem bijvoorbeeld Windesheim. Die hebben zich zeer ingespannen om in Flevoland het HBO tot bloei te brengen. Ik kan mij voorstellen, dat zij een panel ook daar mee willen laten kennismaken en met docenten en leidinggevenden daar wil laten praten. Bij een universiteit zal men wellicht een panel ook het university college specifiek willen laten bezoeken.”

Flierman onderstreept, dat hij hoopt dat met deze stappen naar een nieuwe ronde van instellingstoetsing nog een andere winst geboekt zal worden. “Als we zien dat de aanpak van de hoger onderwijs borging met het instrument van de ITK zich bewijst, dan zou dat eraan kunnen bijdragen dat er wordt gewonnen aan vertrouwen. Het is dan helder dat men het in een hogeschool en universiteit niet alleen op papier op orde heeft, maar dat er een kwaliteitscultuur is gegroeid en men deze ook weet uit te bouwen. Dat zou een einde kunnen maken aan de soms wat stekelige  discussie van de voorbije tijd over de kwaliteitszorg.”

Bron: ScienceGuide