NVAO
Wat doet de NVAO? Nederland Vlaanderen Wetgeving Internationale samenwerking Overname Inspectietaken Nederland Hogeronderwijsregister Vlaanderen Organisatie Vacatures Links ContactNederland
De taken die de NVAO in Nederland uitvoert, vloeien voort uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en komen neer op het accrediteren van bestaande opleidingen, het toetsen van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs en het adviseren over de mogelijke verlenging van masterprogramma's in het wetenschappelijk onderwijs.
Op grond van de wet heeft de NVAO in februari 2003 de accreditatiekaders voor bestaande opleidingen en toetsingskaders voor nieuwe opleidingen vastgesteld. Deze kaders omvatten het beoordelingskader waarmee de kwaliteit van een opleiding getoetst wordt en de werkwijze bij accreditatie. De wet legt het initiatief om accreditatie aan te vragen bij de instellingen.
De opleidingen werken een zelfevaluatierapport uit en verzoeken een Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI) een externe beoordeling uit te voeren om de kwaliteit van de betrokken opleiding te beoordelen. De VBI doet daarbij een beroep op een commissie van onafhankelijke deskundigen die zich een oordeel vormt over de te accrediteren opleiding. Dit oordeel wordt vastgelegd en onderbouwd in een rapport. De NVAO baseert haar accreditatiebeslissing op dit rapport.
De Nederlandse wetgever schrijft voor dat de NVAO jaarlijks een lijst opstelt van VBI's die hebben aangegeven daarvoor in aanmerking te willen komen en die voldoen aan de criteria die de NVAO stelt. Deze criteria betreffen onder meer de onafhankelijkheid, de deskundigheid en het gezag van de externe deskundigen, de werkwijze van de VBI, de onderbouwing van het oordeel en eisen aan de rapportage (zie ook het protocol ter beoordeling van VBI’s). Overigens zijn instellingen vrij in de keuze van een VBI en kunnen zij ook een VBI inschakelen die niet op de lijst is opgenomen.
Hogescholen en universiteiten nemen zelf het initiatief voor accreditatie.
Zij geven na een zelfevaluatie een VBI opdracht om de kwaliteit van een opleiding te beoordelen. De VBI brengt een rapport uit aan de instelling.
De instelling stuurt dat rapport vervolgens naar de NVAO die nagaat of het rapport beantwoordt aan de gestelde eisen, verifieert of de visitatiecommissie op grond van voorhanden zijnde gegevens tot de juiste conclusies is gekomen en, waar dat het geval is, het oordeel van de VBI valideert. Het is langs deze weg dat de NVAO besluit al dan niet tot accreditatie over te gaan. Dat een VBI op de door de NVAO jaarlijks samen te stellen lijst staat, is geen garantie dat een door dat VBI opgesteld rapport voldoende basis biedt voor accreditatie. De NVAO moet ieder VBI-rapport op zijn merites beoordelen en vervolgens tot een eigenstandig oordeel komen.
Het Nederlandse hoger onderwijs heeft een goed werkend stelsel van
kwaliteitszorg. Door zelfevaluaties en visitaties kunnen opleidingen zichzelf voortdurend verbeteren. Deze functie blijft bestaan. Accreditatie is de afronding: het eindoordeel van de NVAO over de kwaliteit van een opleiding.
