Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & ArtikelenCorrespondentieVraag en antwoordNederlandVlaanderenNieuwsbriefRSS FeedsVeelgestelde vragen
Kan een opleiding zich bij een accreditatie onderscheiden of profileren ten opzichte van andere opleidingen?
De beoordeling van de 'basiskwaliteit', waar accreditatie op gebaseerd is, kan ertoe leiden dat uniformiteit en nivellering optreden. Een gevolg kan zijn dat het stimuleren tot en aandacht voor kwaliteitsverbetering, een belangrijk kenmerk van het huidige visitatiestelsel, wordt verzwakt of verloren gaat. Eén van de instrumenten die de NVAO wil inzetten om dit tegen te gaan is het gebruik maken van de mogelijkheid die de wet en het structuurdecreet bieden om in het accreditatierapport in te gaan op 'bijzondere kwaliteitskenmerken' van opleidingen (artikel 5a.10, lid 1 WHW/art. 59§2, Structuurdecreet).
De NVAO nodigt instellingen uit bij een verzoek om accreditatie van bestaande opleidingen aan te geven welke bijzondere kwaliteitskenmerken zij door de NVAO willen laten beoordelen. De VBI's/evaluatieorganen zullen deze in hun onderzoek betrekken. Op deze wijze hoopt de NVAO een impuls te geven aan instellingen of opleidingen om zich te onderscheiden en bij te dragen aan meer differentiatie en variatie in het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs. Verder gebeurt de beoordeling van de facetten uit de (ontwerp)accreditatiekaders op basis van een vierpuntsschaal: excellent, goed, voldoende en onvoldoende. Ook het gebruik van deze vierpuntsschaal kan bijdragen aan de profilering van een opleiding.
