Print  Mail pagina  Sitemap   RSS   English  Twitter/NVAO


Toelichting accreditatiestelsel

Korte toelichting op (de werking van) het accreditatiestelsel, de (panel)commissies van deskundigen, de wijze van beoordeling en het toezicht (in pdf).

 

Inleiding

Het Nederlandse accreditatiestelsel is ontstaan als gevolg van de afspraken die de Europese ministers van Onderwijs in 1999 in Bologna hebben gemaakt om in het hoger onderwijs de bachelor-masterstructuur in te voeren: een beter vergelijkbaar hoger onderwijs in Europa levert veel voordelen op, de uitwisseling van studenten wordt gemakkelijker en het zorgt voor een betere voorbereiding op de internationale arbeidsmarkt.

Om opleidingen goed met elkaar te kunnen vergelijken, is het van belang om te weten of deze opleidingen voldoen aan bepaalde (gemeenschappelijke) maatstaven van kwaliteit. Voor veel landen was daarom de bachelor-masterstructuur reden om ook een accreditatiestelsel te introduceren: in Nederland startte dit in 2002, in Vlaanderen in 2005.

In Nederland is het accreditatiestelsel vastgelegd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Voor de uitvoering van het stelsel is bij verdrag tussen Nederland en Vlaanderen de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) opgericht. 

 

In april en in juni 2010 zijn de toenmalige Tweede en Eerste Kamer unaniem akkoord gegaan met een nieuw accreditatiestelsel. De kaders voor de beoordeling van de kwaliteit van opleidingen en instellingen zijn in het najaar van 2010 behandeld in beide Kamers en eind 2010 vastgesteld door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het nieuwe accredatiestelsel is op 1 januari 2011 van start gegaan.

 

Accreditatiestelsel toen (2002-2010) en nu (vanaf 2011)

 

Doel

 

2002-2010

  • Doel van het accreditatiestelsel is dat een opleiding wordt beoordeeld op de "basiskwaliteit" (de kwaliteit die in internationaal perspectief redelijkerwijs mag worden verwacht van een bachelor- of masteropleiding binnen het hoger onderwijs).
  • Kern van het stelsel is dat alle opleidingen om de zes jaar worden beoordeeld door een panel van onafhankelijke deskundigen.

 

Vanaf 2011 

  • De accreditatie is "het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld".
  • Kern van het stelsel blijft dat alle opleidingen om de zes jaar worden beoordeeld door een panel van onafhankelijke deskundigen.
  • Nieuw is de "instellingstoets kwaliteitszorg". Instellingen kunnen op vrijwillige basis door de NVAO laten toetsen hoe zij intern zorgen dat de kwaliteit van hun opleidingen bewaakt wordt.

 

Doel van de instellingstoets is niet alleen om vast te kunnen stellen of het bestuur van een instelling adequaat omgaat met de kwaliteit van haar opleidingen, maar betekent nadrukkelijk ook een stimulans voor de ontwikkeling van de kwaliteitscultuur binnen een instelling. Immers, bij de instellingstoets staat het functioneren van het bestuur van een instelling centraal. De instellingstoets staat naast de verplichting dat alle opleidingen apart beoordeeld en geaccrediteerd moeten worden en vervangt dus niet de opleidingsaccreditatie.
Alle universiteiten en het overgrote deel van de door de overheid bekostigde hogescholen (in totaal 44) hebben de NVAO gevraagd om een versnelde uitvoering van een dergelijke toets. Vanaf eind mei 2011 worden de eerste instellingstoetsen afgenomen.

 

Commissies van deskundigen (panels) 

 

2002-2010

  • Alle opleidingen worden beoordeeld door onafhankelijke commissies van (tenminste)
    3 deskundigen (panels). Het panel beschikt over vakdeskundigheid; beroep- of werkvelddeskundigheid; onderwijsdeskundigheid; studentgebonden deskundigheid en auditdeskundigheid.
  • Het panel is onafhankelijk en tekent voorafgaand aan het beoordelingsproces een onafhankelijkheids- en geheimhoudingsverklaring.
  • De panels zijn geen panels van de NVAO, maar worden in opdracht van de opleidingen samengesteld door Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI’s, nu evaluatiebureaus), zoals NQA, QANU, Hobéon en Certiked. VBI's zijn commerciële organisaties, die op verzoek van de toenmalige Tweede Kamer in de wet zijn opgenomen als uitvoerders van de visitatiebezoeken aan de opleidingen. De idee achter de introductie van marktwerking in de beoordeling van kwaliteit was de opvatting dat concurrentie tussen VBI’s een positief kwalitatief effect op de beoordeling en een prijsdrukkend effect zou hebben.
    De NVAO nam bij de beoordeling van de aanvragen kennis van de samenstelling van het panel.  
  •  

Vanaf 2011

  • Alle opleidingen worden beoordeeld door onafhankelijke commissies van (tenminste)
    4 deskundigen (panel), onder wie een student. Het panel beschikt over vakdeskundig-heid; internationale deskundigheid; beroep- of werkvelddeskundigheid; onderwijs-deskundigheid; studentgebonden deskundigheid en auditdeskundigheid. Bij de instellingstoets komen daar nog bij: bestuurlijke deskundigheid en kennis van de (inter)nationale ontwikkelingen in de hogeronderwijssector.
  • Het panel is onafhankelijk (de leden hebben tenminste vijf jaar geen banden gehad met de te beoordelen instelling) en tekent voorafgaand aan het beoordelingsproces de NVAO-gedragscode en een onafhankelijkheids- en geheimhoudingsverklaring.
  • Het panel wordt ondersteund door een NVAO getrainde en gecertificeerde secretaris.
  • Bij bestaande opleidingen benoemt de instelling - na instemming van de NVAO met de samenstelling daarvan - de panels.
    Bij de beoordeling van nieuwe opleidingen en de instellingstoets stelt de NVAO het panel samen.

 

In de afgelopen maanden zijn zo’n 40 panels volgens de nieuwe systematiek ingesteld. 

 

Beoordeling

 

2002-2010

  • De opleidingsbeoordeling vindt plaats op een tweepuntsschaal: voldoet aan de basiskwaliteit, voldoet niet aan de basiskwaliteit.
  • De NVAO velt een zelfstandig oordeel over de kwaliteit van de opleidingen op basis van de rapporten die door de VBI-panels worden opgesteld. Na een grondige analyse neemt de NVAO in 80% van de gevallen de adviezen van de panels over. In 20% van de gevallen zijn aanvullende vragen gesteld, gesprekken met de panels gevoerd en eigen NVAO-panels het veld in gestuurd, omdat de NVAO twijfels had over het oordeel van een VBI-panel.
  • De panelrapporten en besluiten van de NVAO worden gepubliceerd op de website www.nvao.net.

 

Vanaf 2011

  • De instellingsbeoordeling vindt plaats op een driepuntsschaal: positief, positief onder voorwaarden of negatief.
  • De opleidingsbeoordeling vindt plaats op een vierpuntsschaal: onvoldoende, voldoende, goed, excellent.
  • Er hebben nog geen beoordelingen plaatsgevonden in het kader van het nieuwe accrediatiestelsel. Vanaf eind mei 2011 worden de eerste instellingstoetsen afgenomen. De aanvragen voor de opleidingsbeoordeling die in 2010 zijn voorbereid, worden tot 31 december 2011 volgens het oude stelsel beoordeeld (overgangsregeling).
  • De panelrapporten en besluiten van de NVAO worden gepubliceerd op de website www.nvao.net.

 

Herstelmogelijkheid

 

2002-2010

Wanneer een opleiding voor één van de deelaspecten een onvoldoende scoort, wordt geen accreditatie verleend. Er is tot 1 september 2010* geen reële herstelmogelijkheid.

 

Vanaf 2011

Bij een "onvoldoende" kan eenmalig een herstelperiode van maximaal twee jaar worden verleend. 

 

Wijze van steekproeftrekking door commissies/panels

 

2002-2010

  • Het panel heeft voorafgaand aan het bezoek afstudeerwerken bestudeerd om zicht te hebben op het bereikte eindniveau in de opleiding.
  • Er golden geen voorschriften over de wijze van steekproeftrekking. Instelling en VBI waren vrij in het bepalen van de werkwijze.

 

Vanaf 2011

  • Het panel heeft voorafgaand aan het bezoek afstudeerwerken bestudeerd om zicht te hebben op het bereikte eindniveau in de opleiding.
  • Het panel maakt hiertoe een selectie uit een door de opleiding opgestelde complete overzichtslijst van de eindwerkstukken van de laatste twee jaar.
  • Het panel beslist naar eigen inzicht met welke docenten en studenten het wil spreken en welke documenten het wil inzien.

 

In aansluiting op haar onderzoek naar de eindwerkstukken van Inholland heeft de NVAO de regels rondom de steekproeftrekking en verantwoording van eindwerkstukken aangescherpt:

  • in de rapporten moet melding worden gemaakt van de wijze waarop de steekproef van minimaal 15 eindwerkstukken tot stand is gekomen, terwijl in de bijlage een overzicht van de beoordeelde werkstukken moet zijn opgenomen. Dit bevordert de transparantie van de beoordeling;
  • bij twijfel over het gerealiseerde niveau in een aanzienlijk deel van de werkstukken wordt de steekproef uitgebreid tot 25 eindwerkstukken;
  • de NVAO laat jaarlijks (de eindwerken van) een steekproef van 10 beoordeelde opleidingen opnieuw beoordelen door een eigen panel. Deze extra beoordeling moet ervoor zorgen dat de panels scherp genoeg blijven oordelen.

 

Open spreekuur

 

2002-2010

Geen.

 

Vanaf 2011

De commissie richt bij een instellingstoets of de beoordeling van een bestaande opleiding een open spreekuur in waar docenten, studenten en medewerkers welkom zijn met hun standpunten over de opleiding.

 

Tussentijds onderzoek

 

2002-2010

  • De Inspectie van het Onderwijs kan op basis van signalen of klachten een tussentijds onderzoek instellen naar de kwaliteit van een opleiding. Het is de NVAO niet toegestaan om tussen twee accreditaties in toezicht uit te oefenen.
  • De Inspectie kan de verantwoordelijke bewindspersoon van Onderwijs adviseren om de accreditatie van een opleiding in te trekken.

 

Vanaf 2011

  • De Inspectie van het Onderwijs kan op basis van signalen of klachten een tussentijds onderzoek instellen naar de kwaliteit van een opleiding.
  • De Inspectie kan de verantwoordelijke bewindspersoon van Onderwijs adviseren om de accreditatie van een opleiding in te trekken.
  • De NVAO heeft de bevoegdheid tussentijds onderzoek te verrichten op het moment waarop de minister besluit om een procedure tot het intrekken van een accreditatie, een instellingstoets of een toets nieuwe opleiding in gang te zetten en hij de NVAO in dat verband om advies vraagt. Aanleiding voor het starten van een intrekkingsprocedure is een rapportage van de Inspectie over serieuze klachten en/of ernstige signalen met betrekking tot de kwaliteit van een bepaalde opleiding. De Inspectie betrekt de NVAO bij haar onderzoek voor zover het gaat om het beoordelen van die kwaliteitselementen die in de beoordelingskaders accreditatiestelsel hoger onderwijs zijn opgenomen.
  •  

Toezicht op het accreditatiestelsel

2002-2010

De Inspectie houdt toezicht op het accreditatiestelsel zelf.

 

Vanaf 2011

De Inspectie houdt toezicht op het accreditatiestelsel zelf. 

 

Evaluatie

 

2002-2010

Op grond van haar ervaringen heeft de NVAO het accreditatiestelsel geanalyseerd en de positieve ervaringen en tekortkomingen geëvalueerd met studenten, instellingen, koepelorganisaties, werkgevers, Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze evaluatie is opgenomen in de Kamerstukken over het nieuwe stelsel dat in 2010 in beide Kamers werd behandeld.
De volgende tekortkomingen werden geconstateerd:

  • door het ontbreken van een reële herstelperiode zijn panels mogelijk aarzelend om “onvoldoendes” te geven;
  • de samenstelling van de panels zou vooraf goedgekeurd moeten worden om voldoende zeker te zijn van de kwaliteit ervan;
  • de administratieve belasting van de opleidingsbeoordelingen is te groot;
  • het oordeel "voldoet aan de basiskwaliteit" is niet onderscheidend genoeg en voor een groot aantal opleidingen niet uitdagend;
  • er is relatief weinig aandacht voor de inhoud en het gerealiseerde niveau van de opleiding, waardoor docenten minder het gevoel hebben dat de visitaties over hun vak gaan;
  • de panelrapporten en de besluiten van de NVAO zijn te omvangrijk en daardoor niet toegankelijk genoeg.

 

Het nieuwe accreditatiestelsel werd in 2008/2009 in negen pilots getest. Hieruit bleek dat met name docenten het nieuwe stelsel waarderen, omdat het meer over de inhoud van hun vak gaat. Over de instellingstoets concludeerden zowel de Inspectie van het Onderwijs, als de regering en het parlement dat deze toets een belangrijke bijdrage kan leveren aan de borging van de kwaliteit van het onderwijs.

 

Vanaf 2011

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft tijdens de behandeling van de accreditatiewet in de Tweede Kamer toegezegd dat het nieuwe accreditatiestelsel aan het einde van 2012 wordt geëvalueerd. Hiervoor heeft de NVAO een klankbordgroep ingesteld met vertegenwoordigers van hogeronderwijsinstellingen en studentenorganisaties.

 


* Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enige andere wetten onder meer in verband met de verbetering van het bestuur bij de instellingen voor hoger onderwijs, de collegegeldsystematiek en de rechtspositie van studenten (versterking besturing) (Stb. 2010, 119)