Print  Mail pagina  Sitemap   RSS   English  Twitter/NVAO


Erkenning instelling als rechtspersoon voor hoger onderwijs

Nederlandse particuliere organisaties (rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid) die geen financiering ontvangen van de overheid kunnen in Nederland door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden erkend als "rechtspersoon voor hoger onderwijs" en daarmee geaccrediteerde opleidingen aanbieden en wettelijk erkende bachelor- en mastergraden 1) afgeven.

 

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) kent de volgende erkende hogeronderwijsinstellingen:

 

  • de bij wet bepaalde bekostigde universiteiten en hogescholen
    De "bekostigde" instellingen zijn de bekende universiteiten en hogescholen. Zij ontvangen een financiering van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Hun opleidingen en de daaraan verbonden diploma’s en graden zijn wettelijk erkend;

    *uitzondering: de vier levensbeschouwelijke universiteiten, Nijenrode en TiasNimbas blijven erkend als "aangewezen" universiteiten in de zin van de wet.

 

  • rechtspersonen voor hoger onderwijs
    Particuliere onderwijsinstellingen die geen financiering ontvangen van de overheid kunnen door de de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden erkend als "rechtspersoon voor hoger onderwijs" en daarmee geaccrediteerde opleidingen aanbieden. Na accreditatie zijn de opleidingen van rechtspersonen voor hoger onderwijs wettelijk erkend. De diploma’s verbonden aan die opleidingen zijn gelijk aan de diploma's van bekostigde instellingen. 

 

Studenten aan een erkende instelling hebben recht op studiefinanciering en een studenten ov-chipkaart.
 

Drie stappen

Een organisatie die wil worden erkend als "rechtspersoon voor hoger onderwijs" volgt onderstaande drie stappen:

 

1. Zij vraagt bij de NVAO een verzwaarde uitgebreide toets nieuwe opleiding aan voor een kwaliteitstoets van de (eerste) aan te bieden volwaardige bachelor- of masteropleiding. Bij deze toets wordt - in tegenstelling tot de 'normale' uitgebreide toets nieuwe opleiding - wel naar het resultaat van de opleiding gekeken. Het is dus geen plantoetsing, maar er moet sprake zijn van bewezen (gerealiseerde) kwaliteit. 

De NVAO heeft haar werkwijze neergelegd in het protocol erkenning als rechtspersoon voor hoger onderwijs (English version). Na het beoordelen van de opleiding neemt de NVAO een besluit ten behoeve van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 

Aan het oordeel van de NVAO zijn kosten verbonden.

 

2. Tevens vraagt de organisatie bij de Inspectie van het Onderwijs een advies aan. De inspectie toetst de kwaliteit en continuïteit van de kandidaat-rechtspersoon (de instelling zelf), waaronder de naleving van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en verstrekt hierover een advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Erkende onderwijsinstellingen vallen onder het toezicht van de inspectie.

 

3. Na een positief besluit van de NVAO en een advies van de Inspectie neemt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een besluit over de erkenning van de organisatie als "rechtspersoon voor hoger onderwijs" en daarmee de toetreding tot het Nederlandse hogeronderwijsstelsel, op basis van de beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs

 

 

1) De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt instellingen de mogelijkheid tot accreditatie van bachelors en masters binnen het hoger beroepsonderwijs (hbo) en op wetenschappelijk niveau (wo). Een hbo-bachelor duurt vier jaar (240 studiepunten) en een wo-bachelor drie jaar (180 EC's = studiepunten). Een master zowel in het hbo als in het wo duurt minimaal 1 jaar (60 studiepunten).

Voor kortere opleidingen/cursussen (duur minder dan 1 jaar) bestaat in Nederland geen wettelijk erkende accreditatiemogelijkheid. In dat geval is een erkenning/aanbeveling door een branche- of beroepsorganisatie het "hoogst haalbare".