Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & ArtikelenCorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbrief200720062005RSS FeedsNieuwsbrief
NVAO Nieuwsbrief maart 2007
ALGEMEEN
5 juni: Congres Onderzoeksmasters
De NVAO organiseert in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de vereniging van universiteiten (VSNU) en de studentenbonden op dinsdagmiddag 5 juni 2007 in Den Haag een congres over onderzoeksmasters. Er vinden twee workshops plaats met inspirerende voorbeelden en tijdens een debat met topsprekers zullen de resultaten van de NVAO-review over onderzoeksmasters worden gepresenteerd. Noteer de datum vast in uw agenda, nadere details over plaats, programmering en aanmeldingsprocedure worden in de komende periode bekend gemaakt.
Algemeen bestuurslid Ella Vogelaar vertrekt bij NVAO
Mevrouw drs. C.P. Vogelaar heeft haar werkzaamheden in het algemeen bestuur van de NVAO neergelegd. Zij is op 22 februari 2007 benoemd tot minister voor Wonen, Wijken en Integratie in het vierde kabinet-Balkenende. Ella Vogelaar is vanaf het begin lid geweest van het algemeen bestuur van de Nederlandse Accreditatieorganisatie (NAO), later NVAO. De NVAO bedankt mevrouw Vogelaar voor haar inzet en haar bijdragen in de afgelopen periode bij de NVAO en wenst haar veel succes voor de toekomst.
1000ste NVAO-besluit
Op 15 januari 2007 kon NVAO-voorzitter Karl Dittrich het certificaat 1000ste NVAO-besluit uitreiken aan de heren drs. W. Wieling en P. Ganzeboom van de Hanzehogeschool Groningen en aan mevrouw mevr. ir. M.S. Dekker en de heer drs. ing. A.G.M. Horrevorts van de Netherlands Quality Agency (NQA). De heren J.G. Sixma (studentpanellid NQA) en D.E.M. Boselie (domeindeskundige NQA-panel) waren ook aanwezig bij de bijeenkomst die de NVAO ter gelegenheid van deze speciale accreditatie had georganiseerd voor vertegenwoordigers van de onderwijskoepels, VBI's/evaluatieorganen en studentenorganisaties in het Nederlandse en Vlaamse hogeronderwijsveld. De heren Van Ham, Wieling en Buyse hielden een korte toespraak.
Dittrich keek in zijn inleiding even terug op de afgelopen periode: 'Het is vandaag een gebeurtenis om even bij stil te staan: 2001: afspraak tussen de ministers Hermans en Vanderpoorten om gezamenlijk accreditatie-besluiten te nemen; 2002: wetgeving in Nederland afgerond, NAO opgericht, begin Nederlandse beoordelingen in mei 2003; 2003: wetgeving in Vlaanderen afgerond; september 2003: Verdrag Vlaanderen en Nederland, NVAO in oprichting. 1 februari 2005: NVAO officieel van start gegaan, begin Vlaamse beoordelingen en vandaag 1026 beoordeelde opleidingen met een publiek rapport.'
Omdat het stelsel achter de tekentafel is bedacht, heeft de NVAO zich vanaf het begin een lerende organisatie genoemd in een zich ontwikkelend stelsel, zegt Dittrich. 'Accreditatie met alle juridische consequenties was nieuw; de NVAO was nieuw; de visiterende en beoordelende instanties en evaluatieorganen zijn nieuw of hebben tenminste een andere rol gekregen. De panels moesten voor een deel anders gaan beoordelen, meer gericht op verantwoording en niet meer alleen gericht op kwaliteitsverbetering en ook de opleidingen hebben natuurlijk moeten wennen aan een nieuwe werkelijkheid met nieuwe spelregels. Het stelsel is echter goed geland en wij mogen ons allemaal (VBI’s/evaluatieorganen, instellingen, opleidingen en NVAO) best even op de borst kloppen, maar ook niet langer dan even. Wat uiteindelijk echter telt zijn de antwoorden op andere vragen: is het vertrouwen in (de kwaliteit van) het hoger onderwijs toegenomen? Is de kwaliteit van het onderwijs toegenomen? Is de mobiliteit van de studenten van en naar Vlaanderen en Nederland toegenomen? En is de internationale zichtbaarheid van het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs toegenomen?'
Volgens Dittrich beschikt het overgrote deel van de Nederlandse en Vlaamse hogeronderwijsopleidingen over de noodzakelijke basiskwaliteit: 'Dat is een geruststellend gegeven. Maar tegelijkertijd constateren wij ook met zorg (en ik spreek nu voornamelijk over het Nederlandse hoger onderwijs, omdat we daar meer ervaring mee hebben): een gering aantal studie-uren; zorg over basale vaardigheden in taal en rekenen; weinig differentiatie in kwaliteit; weinig aandacht voor de internationale omgeving; het onderwijs heeft binnen universiteiten minder prestige dan onderzoek en heel veel nieuwe opleidingen.'
Het is volgens Dittrich niet onbegrijpelijk dat in Nederland, maar ook in Vlaanderen, toenemende aandacht wordt gevraagd voor de kwaliteit van het onderwijs. Dittrich: 'De kritiek richt zich op het verdwijnen van de kenniscomponent uit het onderwijs, die te grote aandacht voor vaardig-heden, gebrek aan begeleiding en de te grote nadruk op zelfstandig leren. Ook al vind ik die kritiek vaak ongenuanceerd, de criticasters hebben wel degelijk recht van spreken. Het onderwijs begint daar ook terecht op te reageren!'
Volgens de NVAO-voorzitter wordt het Nederlands-Vlaamse accreditatie-stelsel in het buitenland goed begrepen en goed gewaardeerd: 'Zowel in het verband van ENQA, de Europese vereniging van kwaliteitszorg-organisaties, als in het verband van het Europees Consortium van Accreditatieorganisaties bestaat grote waardering voor het stelsel. Talrijke bezoeken van internationale organisaties en buitenlandse delegaties, rapporten van onafhankelijke waarnemers en een toenemende vraag om aan allerlei ontwikkelings- en samenwerkingsprojecten deel te nemen, onderstrepen dit. Voor de volgende fase van het stelsel zal als absolute voorwaarde moeten gelden dat een nieuwe inhoud en vormgeving ook internationaal begrepen en gewaardeerd moeten worden! Anders wordt veel energie weggegooid.'
De NVAO is er van overtuigd dat het accreditatiestelsel bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dittrich: 'Dat is misschien niet de officiële reactie van bestuurders van instellingen en koepels. En wellicht is het ook niet zo relevant voor diegenen die weten dat ze de basiskwaliteit ruim halen. Maar voor anderen wel, neem bijvoorbeeld TNO’s, researchmasters en zwakkere opleidingen, waar VBI’s en NVAO door hun oordelen de druk op kwaliteitsverbetering opvoeren en instrumenteel zijn in het beoordelen en beslechten van interne discussies. De tweede ronde van het accreditatiestelsel zou echter wel anders vorm moeten worden gegeven, waarbij de proportionaliteit van het toezicht meer tot uitgangspunt wordt genomen.'
Dittrich feliciteerde de heren Wieling en Ganzeboom van de Hanzehogeschool Groningen en mevrouw Dekker en de heer Horrevorts van de Netherlands Quality Agency met de 1000ste accreditatie. Dittrich: 'Er zijn nu 1000 opleidingen beoordeeld, er zijn er nog 2500 te gaan, waarvan een groot deel Vlaamse opleidingen en Nederlandse universitaire opleidingen. Thans lopen er meer dan 500 aanvragen! Wij werken er hard aan om die allemaal binnen decretale en acceptabele termijnen en met de nodige zorgvuldigheid en respect af te handelen. Morgen gaan we allemaal weer door met ons werk. Nu wil ik eerst de Hanzehogeschool Groningen feliciteren met het feit dat hun International Business and Management Studies de 1000ste beoordeelde hogeronderwijsopleiding in het nieuwe stelsel is.'
Nieuw systeem website
De NVAO-website heeft achter de schermen een nieuw systeem gekregen. Hierdoor kunnen de (deep)links op uw eigen website naar de NVAO-site zijn gewijzigd. Er is een re-direct systeem geplaatst, maar wij verzoeken u vriendelijk een eigen link even te willen controleren en zo nodig aan te passen. Vragen hierover kunt u stellen op info@nvao.net.
Stand van zaken
Op 14 maart 2007 stonden op de NVAO-website 1094 Nederlandse, 1 Antilliaanse en 55 Vlaamse (in totaal 1150) door de NVAO beoordeelde opleidingen:
Nederland
- 384 hbo-bacheloropleidingen (waarvan 335 positieve accreditaties, 35 positief getoetste nieuwe opleidingen, 5 afgekeurde VBI-rapporten, 5 negatieve accreditaties en 4 verlopen accreditatie van rechtswege);
- 127 hbo-masteropleidingen (waarvan 63 positieve accreditaties, 63 positief getoetste nieuwe opleidingen en 1 negatief getoetste nieuwe opleiding);
- 168 wo-bacheloropleidingen (waarvan 158 positieve accreditaties en 10 positief getoetste nieuwe opleidingen);
- 415 wo-masteropleidingen (waarvan 245 positieve accreditaties, 60 positief getoetste nieuwe opleidingen en 110 positief getoetste onderzoeksmasters).
Nederlandse Antillen
- 1 wo-masteropleiding (1 met referentiekader toets nieuwe opleidingen)
Vlaanderen
- 2 professioneel gerichte bacheloropleidingen (2 positief getoetste nieuwe opleidingen);
- 1 bachelor-na-bacheloropleiding (1 positief getoetste nieuwe opleiding);
- 16 academisch gerichte bacheloropleidingen (16 positieve accreditaties);
- 15 masteropleidingen (15 positieve accreditaties);
- 21 master-na-masteropleidingen (waarvan 19 positieve accreditaties en 2 positief getoetste nieuwe opleidingen).
Bezoek NVAO-website
| Aantal (unieke) bezoekers | Aantal bezoeken | |
| 2007 | ||
| januari | 9.561 | 23.831 |
| februari | 8.287 | 21.143 |
| 2006 | ||
| december | 7.764 | 21.869 |
| november | 8.316 | 17.009 |
| oktober | 7.914 | 15.399 |
| september | 5.097 | 9.501 |
NEDERLAND
Macrodoelmatigheidstoets voor kwaliteitstoets
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 15 februari 2007 enkele wijzigingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) ter behandeling naar de Tweede Kamer gestuurd. De staatssecretaris stelt voor om per 1 september 2007 de volgorde van behandeling van de toets nieuwe opleiding en de macrodoelmatigheidstoets om te draaien. Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, kan een instelling bij een nieuwe opleiding eerst een doelmatigheidstoets bij de minister aanvragen. De minister neemt in alle gevallen binnen acht weken een besluit. Wanneer dat positief is, vraagt de instelling daarna bij de NVAO de toets nieuwe opleiding aan, die binnen zes maanden besluit. Het positieve besluit over de macrodoelmatigheidstoets blijft tien maanden geldig. In de nieuwe situatie is voor de kwaliteitstoets van de NVAO geen vervaldatum meer nodig. Verder zijn in het wetsvoorstel de Associate-degreeprogramma's geformaliseerd en wordt een toets nieuw Ad-programma opgenomen.
Tweede ronde experimenten open bestel gestart
In februari 2007 is de tweede ronde van de experimenten open bestel van start gegaan. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft hiertoe een call for proposals verstuurd. In januari 2007 zijn acht opleidingen aangewezen die voor de eerste ronde in aanmerking komen.
De experimenten starten in twee cohorten, zowel in het studiejaar 2007-2008 als in het studiejaar 2008-2009. Hoofdbestanddelen zijn een experiment met open inschrijving en een experiment voor hbo-opleidingen "small business and retail management". Het experiment met open inschrijving is bestemd voor instellingen zonder financiering, het tweede experiment staat ook open voor bekostigde instellingen.
Instellingen moeten voor beide experimenten voldoen aan wettelijke voorschriften, een NVAO-accreditatie hebben of verkrijgen en voldoen aan de doelmatigheidstoets van het ministerie van OCW. Ook moet de continuïteit van de instelling zijn gegarandeerd.
Instellingen die in aanmerking willen komen voor de experimenten kunnen tot 15 juli 2007 een aanvraagformulier indienen bij het ministerie van OCW. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw drs. N. van der Velde, senior beleidsmedewerker hoger onderwijs/ projectleider experimenten open bestel van het ministerie van OCW (telefoon 070 - 412 34 97, email n.vandervelde@minocw.nl).
33 nieuwe Ad-pilots goedgekeurd
Op 29 januari 2007 heeft staatssecretaris Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloten dat 33 tweejarige Associate-degreeprogramma's in september 2007 kunnen starten. De aanvragen voor deze pilots zijn ingediend tijdens deelronde 2B van de tweede pilotronde voor Ad-programma’s. Het totaal aantal Ad-pilots bedraagt nu 57.
De NVAO heeft op 12 december 2006 een advies uitgebracht aan de staatssecretaris over de aanvragen uit deze deelronde. Vier van de 65 aanvragen waren niet ontvankelijk (te laat ingediend of al ingediend voor ronde 2A). Uit de tweede pilotronde zijn in totaal 46 Ad-programma's goedgekeurd. Na de eerste pilotronde heeft de staatssecretaris in maart 2006 besloten dat 11 hogescholen in september 2006 met een Ad-programma konden beginnen.
(Nog) geen NVAO-bijdrage aan congressen
De NVAO heeft begin dit jaar besloten op dat moment geen bijdrage te leveren aan conferenties van (commerciële) congresbureaus over instellingsaccreditatie en/of nieuwe uitdagingen in het hogeronderwijsveld. De NVAO achtte deze thema’s nog te vroeg om te behandelen. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de koers van de nieuwe bewindspersoon is er nog tijd genoeg om met de instellingen te spreken over de consequenties van die koers voor het accreditatiestelsel. Hoewel de NVAO voorstander is van een open discussie over de toekomst van het accreditatiestelsel, vreest de NVAO dat op dit moment slechts nietszeggende boodschappen kunnen worden afgegeven. Alles wat nu over instellingsaccreditatie zal worden gezegd, is gebaseerd op drijfzand en heeft weinig tot geen toegevoegde waarde voor hogeronderwijsinstellingen. Integendeel zelfs, mogelijk gaat men zich op een traject voorbereiden dat uiteindelijk niet wordt uitgevoerd.
Bijzondere kenmerken toegekend aan vier opleidingen
De NVAO heeft in januari 2007 voor het eerst bij vier opleidingen bijzondere kenmerken kunnen valideren. Het betreft het kenmerk duurzame ontwikkeling bij drie hbo-bacheloropleidingen van Fontys Hogescholen, te weten Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek, Chemie en Chemische Technologie. Het bijzondere kenmerk internationale oriëntatie is van toepassing op de hbo-bacheloropleiding Fysiotherapie van Saxion Hogescholen.
De bijzondere kenmerken zijn beoordeeld conform de Nieuwe beleidslijnen bijzondere kwaliteitskenmerken die de NVAO in juli 2006 heeft vastgesteld.
VLAANDEREN
Zes Vlaamse opleidingen richten tweejarige master in
Vanaf volgend academiejaar zullen vijf bijkomende masteropleidingen in de exacte en biomedische wetenschappen en de masteropleiding in de Informatica twee jaar duren in plaats van één:- Master in de Sterrenkunde (Katholieke Universiteit Leuven);
- Master in de Fysica en de Sterrenkunde (Universiteit Gent);
- Master in de Wiskunde (Universiteit Antwerpen en Vrije Universiteit Brussel);
- Master in de Fysica (Vrije Universiteit Brussel);
- Master in de Geomatica en de Landmeetkunde (Universiteit Gent);
- Master in de Informatica (computerwetenschappen) (de vijf grote Vlaamse universiteiten samen).
De volledige opleidingsduur gaat nu van vier naar vijf jaar (300 in plaats van 240 studiepunten). De Vlaamse regering neemt deze beslissing op basis van capaciteitsplannen waaruit blijkt dat de opleidingen doelmatig en op hoog niveau zullen worden georganiseerd. De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, minister Vandenbroucke, vond dat er goede argumenten waren voor de studieduurverlenging, maar vroeg de betrokken opleidingen om eerst een capaciteitsplan op te stellen om aan te tonen dat zij over de nodige kennis en infrastructuur beschikken. Vandenbroucke: 'De universiteiten hebben met stevige argumenten moeten aantonen waarom een goede master in Fysica of Informatica twee jaar moet duren. Tegelijk zien we dat de universiteiten erin geslaagd zijn om afspraken te maken om in die studiegebieden tot een rationeler opleidingsaanbod te komen. Ook dat komt de kwaliteit duidelijk ten goede.'
NVAO bij de Katholieke Hogeschool Kempen
Op 7 maart 2007 was het dagelijks bestuur van de NVAO te gast bij de Katholieke Hogeschool Kempen (KHK). Het doel was tweeledig: enerzijds de opleiding orthopedische technologie van dichtbij leren kennen en anderzijds met de beleidsverantwoordelijken van de KHK van gedachten wisselen over hun ervaringen met het visitatie- en accreditatieproces.
De opleiding orthopedische technologie is een samenwerkingsverband tussen de Fontys Hogescholen (Eindhoven) en de Katholieke Hogeschool Kempen (Geel). In zowel Vlaanderen als Nederland gaat het daarenboven om een unieke opleiding. En de samenwerking gaat heel ver. De Nederlandse studenten stromen in in een propedeuse in de Fontys Hogescholen en volgen daarna nog drie jaar lessen in de KHK, samen met hun Vlaamse collega’s. Om praktische redenen wordt een uitzondering gemaakt voor de stageperiode die plaatsvindt in eigen land. De Nederlandse studenten blijven hun hele studieperiode ingeschreven bij Fontys en krijgen ook een Nederlands diploma.
De NVAO-bestuursleden kregen van de opleidingsverantwoordelijken van Fontys en KHK uitleg bij het ontstaan van de samenwerking, de inhoudelijke aspecten van de opleiding, de praktische uitwerking van het samenwerkingsakkoord en ze konden er ook praten met studenten. Het werd een openhartig gesprek over de vele pluspunten van dergelijk samenwerkingsverband, maar ook over de hindernissen die overwonnen moeten worden. Inmiddels is deze hbo-bachelor in Nederland (dus voor Fontys) geaccrediteerd. In Vlaanderen kon dit omwille van een uiteenlopend tijdpad nog niet. Dat daardoor voor de KHK een dubbele visitatie ontstaat, is door het NVAO-bestuur meegenomen als een aandachtspunt. In de namiddag vond een gedachtewisseling plaats met KHK-verantwoordelijken over hun kwaliteitszorgstelsel en hun ervaringen met het visitatie- en accreditatiestelsel. Het werd een zeer openhartig gesprek over positieve punten, maar ook met aandacht voor verbeterpunten (onder andere vermindering van de administratieve last).
NVAO bezoekt Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg
Het bestuur van de NVAO hecht heel veel belang aan een goed contact met de instellingen en hun verantwoordelijken. Daarom worden zeer regelmatig werkbezoeken georganiseerd. Nadat alle Vlaamse instellingen zijn bezocht, is het bestuur van de NVAO begonnen aan een reeks ontmoetingen met beleidsverantwoordelijken van de associaties.
De Associatie K.U.Leuven en de Associatie Universiteit Gent kwamen al aan bod. Op 9 februari 2007 was het de beurt aan de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg (AUHL). De voorzitter van de Associatie presenteerde de structuur en de opdrachten van de AUHL, en stond ook stil bij de voor deze Associatie specifieke uitdagingen. Verder werden besproken: de visitatierapporten in het licht van de wet op de motiveringsplicht en de decretale opdracht van de associatie inzake kwaliteitszorg. Uitermate interessant was de presentatie van de stand van zaken van het academiseringsproces in de instellingen behorende tot de AUHL.
INTERNATIONAAL
NVAO bezoekt Poolse Accreditatieorganisatie PKA
Een NVAO-delegatie heeft tussen 28 februari en 2 maart 2007 een bezoek gebracht aan de Poolse accreditatieorganisatie PKA in Warschau. Doel van het bezoek was om het Poolse accreditatiestelsel beter te leren kennen. Het bezoek was onderdeel van een project van het European Consortium for Accreditation (ECA) waarin overeenkomsten en verschillen tussen accreditatiestelsels nader worden bekeken.
De NVAO delegatie heeft tijdens het bezoek deelgenomen aan de site visit in het kader van accreditatie van de opleiding "Informatics and Econometrics" van de Warsaw University. Aansluitend heeft de delegatie de besluitvorming omtrent een nieuwe opleiding kunnen volgen. Daarnaast vonden gesprekken plaats met de Poolse organisatie die verantwoordelijk is voor de erkenning van buitenlandse diploma's (ENIC/NARIC) en met de minister verantwoordelijk voor hoger onderwijs en onderzoek, prof. dr. Stefan Jurga. In dit gesprek is onder andere gesproken over de wederzijdse erkenning van accreditaties en het Bolognaproces.
Op basis van dit bezoek blijkt de voorlopige conclusie dat er geen sprake is van "substantiële verschillen" tussen de accreditatiebesluiten van PKA en NVAO. De Poolse beoordeling is erg inzichtelijk, hoewel er niet met expliciete standaarden wordt gewerkt. De waargenomen procedures zijn zeer zorgvuldig en de besluitvorming in Polen leidt in grote lijnen tot dezelfde consequenties als bij de NVAO. Wel zijn er natuurlijk verschillen in de hogeronderwijssystemen, zoals het ontbreken van de binariteit in Polen, rigide opleidingsprofielen en de zeer sterke nadruk op de kwalificaties van het personeel.
De PKA brengt van 2 tot en met 4 mei een tegenbezoek aan de NVAO. De NVAO zal dan onder andere het Nederlandse-Vlaamse accreditatiestelsel presenteren, gesprekken met stakeholders organiseren en de PKA-delegatie laten deelnemen aan site visits.
Zweeds bureau voor samenwerking binnen hoger onderwijs bezoekt NVAO
Op maandag 5 februari 2007 bracht de International Committee van de Swedish Agency for Networks and Cooperation in Higher Education (NSHU) een bezoek aan de NVAO.
De NSHU is voortgekomen uit de Swedish Net University Agency en de Council for the Renewal of Higher Education en wil de ontwikkeling van het Zweedse hoger onderwijs bevorderen door in dialoog te zijn en blijven met personeel en studenten van universiteiten en hogescholen. De hoofdtaken van de NSHU liggen op het gebied van het vergroten van de deelname aan het hoger onderwijs en het bevorderen van de ontwikkeling van het hoger onderwijs, naast het invoeren van de bachelor-masterstructuur en het steunen van afstandsonderwijs.
De NSHU was geïnteresseerd in de ervaringen van de NVAO met accreditatie in Nederland en in Vlaanderen en de ontwikkelingen binnen Europa. De NVAO presenteerde de stand van zaken binnen en de ontwikkelingen van het Nederlands-Vlaamse accreditatiestelsel en de internationale beleidsaspecten van de NVAO.
Japans onderzoeksteam bezoekt NVAO
Een delegatie van het Japanse Research Institute for Higher Education (RIHE) van de Universiteit van Hiroshima heeft op 30 januari 2007 de NVAO bezocht. RIHE is al een kwart eeuw een onderzoeksinstituut en nationaal onderzoekscentrum met expertise in nationaal en internationaal hoger-onderwijsbeleid. Het instituut vervult haar nationale rol door een reeks publicaties, seminaries en informatievoorzieningen en een uitgebreide hogeronderwijsbibliotheek.
Het onderzoeksinstituut kreeg van het Japanse ministerie van onderwijs (MEXT) de opdracht om het internationaliseringsbeleid en de strategie van de NVAO te onderzoeken, vooral de ontwikkelingen met betrekking tot kwaliteitszorg en de internationale inbedding daarvan. NVAO presenteerde de kwaliteitszorgontwikkelingen in het Bolognaproces, hoe de NVAO hier mee omgaat en welk internationaliseringsbeleid de NVAO daarnaast ontwikkelt.
Zambiaanse onderwijsautoriteit bezoekt NVAO
Een delegatie van de Zambiaanse Technical Education, Vocational and Entrepreneurship Authority (TEVETA) heeft op 23 januari 2007 een bezoek gebracht aan de NVAO. TEVETA reguleert, ondersteunt en faciliteert in Zambia het beroepsgerichte, professionele en technologische onderwijs en is daarbij verantwoordelijk voor de aansluiting van het onderwijs op de (in-)formele arbeidsmarkt, de curriculumontwikkeling en -vernieuwing en de kwaliteitszorg en accreditatie. TEVETA werd in 2000 opgericht. Zambia maakt momenteel een ontwikkeling door richting competentiegericht onderwijs. Daarnaast ontwikkelt Zambia in samenwerking met de andere landen in Zuidelijk Afrika een op competenties gebaseerd overkoepelend kwalificatieraamwerk. De delegatie van TEVETA was daarom geïnteresseerd in de ontwikkeling van competentiegericht onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Zij wilden weten op welke manier de NVAO hiermee omgaat en hoe dit in het accreditatiesysteem is geïncorporeerd.
