Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & ArtikelenCorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbrief200720062005RSS FeedsNieuwsbrief
NVAO Nieuwsbrief november 2006
ALGEMEEN
Stand van zaken
Op 6 november stonden op de website www.nvao.net 880 Nederlandse,
1 Antilliaanse en 45 Vlaamse (in totaal 926) door de NVAO beoordeelde opleidingen:
Nederland
- 353 hbo-bacheloropleidingen (waarvan 310 positieve accreditaties, 31 positief getoetste nieuwe opleidingen, 10 afgekeurde VBI-rapporten en
2 negatieve accreditaties);
- 119 hbo-masteropleidingen (waarvan 62 positieve accreditaties, 56 positief getoetste nieuwe opleidingen en 1 negatief getoetste nieuwe opleiding);
- 100 wo-bacheloropleidingen (waarvan 92 positieve accreditaties en
8 positief getoetste nieuwe opleidingen);
- 308 wo-masteropleidingen (waarvan 149 positieve accreditaties, 51 positief getoetste nieuwe opleidingen en 108 positief getoetste onder-zoeksmasters).
Nederlandse Antillen
- 1 wo-masteropleiding (1 met referentiekader toets nieuwe opleidingen)
Vlaanderen
- 2 professioneel gerichte bacheloropleidingen (2 positief getoetste nieuwe opleidingen);
- 11 academisch gerichte bacheloropleidingen (11 positieve accreditaties);
- 12 masteropleidingen (12 positieve accreditaties);
- 20 master-na-masteropleidingen (waarvan 19 positieve accreditaties en 1 positief getoetste nieuwe opleiding).
NEDERLAND
Kamer akkoord met Ad-programma's en naar voren halen macrodoelmatigheidstoets
De Tweede Kamer heeft op 31 oktober 2006 ingestemd met (de kwaliteitstoets van en graadverlening voor) de Associate-degree-programma's en het omkeren van de kwaliteitstoets en de macrodoel-matigheidstoets bij het invoeren van nieuwe hogeronderwijsopleidingen. Beide onderwerpen maakten deel uit van het door staatssecretaris Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ingediende Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), de zogenoemde Spoedwet. Het wetsvoorstel is aangenomen.
De pilots met tweejarige Associate-degreeprogramma's binnen (geaccrediteerde) hbo-bachelor-opleidingen lopen op dit moment. De NVAO beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen. De staatssecretaris van OCW bepaalt welke programma's kunnen starten. In september zijn elf hoge-scholen met een Ad-programma gestart. In februari 2007 beginnen 13 andere programma's (zie onder). Studenten die het examen met goed gevolg afleggen, krijgen de graad Associate degree (Ad).
De macrodoelmatigheidstoets van het ministerie van OCW kan straks plaatsvinden vóór de toets nieuwe opleiding door de NVAO (de kwaliteitstoets). Dit gebeurt nu andersom. De inwerkingtreding van dit onderdeel van de Spoedwet wordt gekoppeld aan (bepaalde delen van) het wetsvoorstel Financiering in het hoger onderwijs betreffende leerrechten en onderwijsbijdragen; nu voorzien per 1 september 2007. De Eerste Kamer moet zich nog over de wet uitspreken.
De hersteltermijn voor instellingen die niet voor accreditatie in aanmerking komen, is uit de Spoedwet gehaald. De NVAO betreurt dit. Dit onderwerp wordt nu aangehouden tot de Kamerbehandeling van de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en onderzoek (WHOO).
13 Ad-programma's starten in februari
Op 2 oktober 2006 heeft staatssecretaris Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloten dat 13 tweejarige Associate-degreeprogramma's in februari 2007 van start kunnen gaan (zie onderstaande lijst). De aan-vragen voor de opleidingen zijn ingediend tijdens deelronde 2A van de tweede pilotronde voor Associate-degreeprogramma’s. Na de eerste pilotronde heeft de staatssecretaris in maart 2006 besloten dat 11 hoge-scholen in september 2006 met een Ad-programma konden beginnen.
De tweede pilotronde liep van juni tot oktober 2006. De staatssecretaris beslist in januari 2007 over de aanvragen uit deelronde 2B.
Instelling | Ad-programma |
Avans Hogeschool | Accountancy |
Avans Hogeschool | Management in de zorg |
Chr. Agrarische Hogeschool Dronten | Dier- en Veehouderij |
Chr. Agrarische Hogeschool Dronten | Tuin- en Akkerbouw |
Hogeschool Arnhem en Nijmegen | Management in de zorg |
Hogeschool Arnhem en Nijmegen | Assistent fiscalist |
Hogeschool Leiden | Management in de zorg |
Saxion Hogeschool Deventer | Bedrijfskundige Informatica |
Saxion Hogeschool Enschede | Small Business en Retail Management |
Stoas Hogeschool | Educatie en kennismanagement Groene Sector |
Christelijke Hogeschool Windesheim | Elektrotechniek |
Christelijke Hogeschool Windesheim | Werktuigbouwkunde |
Christelijke Hogeschool Windesheim | Industrieel produkt ontwerpen |
Kort verslag TNO-rondetafelgesprek
In de eerste helft 2006 was het aantal aanvragen toets nieuwe opleiding (TNO) groter dan over heel 2005 (2006: 90 aanvragen, 2005: 60 en 2004: 70). Een duidelijke stijging tekent zich af, inclusief een toenemende belangstelling voor de master. De aanvragen vanuit niet-bekostigde instellingen nemen af, terwijl vanuit de hogescholen en de universiteiten het aantal aanvragen stijgt. In vergelijking met voorgaande jaren is de kwaliteit van de aangeboden opleidingen toegenomen. Van het totale aantal ingediende aanvragen in 2005 heeft 75 procent geleid tot een positief besluit. In 2004 was dat slechts 50 procent. Het toetsingsproces blijkt echter niet altijd een probleemloze weg. Ook wordt de totale tijdsduur van het proces als erg lang ervaren
Dit blijkt onder meer uit het verslag van het TNO-rondetafelgesprek dat op 14 juni 2006 bij de NVAO heeft plaatsgevonden en waar alle bij de toets betrokken panelleden begin oktober over zijn geïnformeerd. Voor het rondetafelgesprek waren ervaren panelvoorzitters en -leden uitgenodigd om de kwaliteit van het proces rond de toets nieuwe opleidingen te bespreken en zo nodig verder te verbeteren. De discussie werd ingeleid door de presentatie Toets nieuwe opleiding – drie jaar en verder, met resultaten van de NVAO na drie jaar ervaring met de toets nieuwe opleiding. Daarna is gesproken over het beoordelingsproces en verschillende onderwerpen daarbinnen, evenals de beoordeling zelf. Tevens kwam de hbo-master aan bod.
Alle pabo's van rechtswege geaccrediteerd
Minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eind september 2006 de Tweede Kamer laten weten dat ook de laatste twee lerarenopleidingen basisonderwijs bestuurlijk adequaat hebben gereageerd op de bevindingen en aanbevelingen van de visitatiecommissie. Alle pabo's zijn nu tot eind 2009 overgangsrechtelijk geaccrediteerd. Zij moeten uiterlijk 31 december 2009 hun eerstvolgende accreditatie hebben afgerond.
De NVAO heeft in de eerste helft van 2006 de 15 pabo’s bezocht die op grond van een stand van zaken-notitie moesten aangeven welke vorderingen zij hebben gemaakt. De NVAO heeft haar bevindingen gerapporteerd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dertien pabo’s hebben bestuurlijk adequaat gereageerd op de kritieken uit de eerdere beoordeling. Met de twee lerarenopleidingen basisonderwijs waar dit (nog) niet het geval was, waren afspraken gemaakt over een kort vervolgtraject tot uiterlijk 30 september.
De NVAO baseert zich in haar oordeel op haar wettelijke taak in het kader van de evaluatie bestuurlijke hantering. Hierbij gaat het om de vraag of de instellingen bestuurlijk adequaat hebben gehandeld in reactie op de geconstateerde tekortkomingen. De huidige evaluatie vond plaats op basis van het in september 2003 verschenen visitatierapport Moed tot meesterschap van de Inspectie over de pabo’s en niet op grond van het accreditatiekader. De NVAO doet geen uitspraak over de beleidsagenda die tussen de bewindslieden van Onderwijs en de HBO-raad is afgesproken met betrekking tot de (activiteiten van de) pabo’s. De NVAO doet evenmin een uitspraak over de accreditatiewaardigheid van de opleidingen. Dat zal pas gebeuren tijdens de accreditatieaanvraag. De pabo's zijn nu in samenwerking met de visiterende en beoordelende instanties (VBI’s) bezig met de voorbereidingen voor dat traject.
VLAANDEREN
Vlaanderen wil opleidingsaccreditatie afmaken
Vlaanderen wil eerst de opleidingsaccreditatie afmaken, voordat een wijziging in het stelsel optreedt. Wel kan over de toekomst van het accreditatiestelsel worden gesproken, ook met Nederland. Dit blijkt uit de Beleidsbrief Onderwijs en Vorming 2006-2007 Voortbouwen en vooruitzien die de Vlaamse minister voor Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke op 27 oktober 2006 ter bespreking naar het Vlaams Parlement heeft verstuurd.
Vandenbroucke in zijn Beleidsbrief: 'Intussen zijn de eerste accreditaties aan Vlaamse opleidingen uitgereikt. Om te garanderen dat ons systeem van kwaliteitszorg goed op de sporen blijft, zullen we samen met de betrokken partijen (de instellingen, de koepels VLIR en VLHORA, de NVAO…) de processen van visitatie en accreditatie van nabij monitoren en waar nodig bijsturen. Het blijft wel de bedoeling om de opleidingsaccreditatie aan te houden en alle opleidingen dit proces te laten doorlopen. Dit belet niet dat, ook met Nederland, de discussie gevoerd kan worden over de toekomst van het accreditatiestelsel.'
Daarnaast streeft de Vlaamse regering naar ranking. 'We moeten studenten stimuleren om zich bij hun studiekeuze te baseren op de bijzondere kwaliteitskenmerken van een opleiding en op de klemtonen die de opleidingen leggen. Het Centrum für Hochschulenentwicklung hanteert een systeem van gedifferentieerde en meerdimensionale rankings volgens discipline. Samen met Nederland zullen we een pilootproject opstarten om dat Duitse systeem te vertalen naar de eigen context. De instellingen en de studenten zullen er heel actief bij betrokken worden. Tegen het einde van dit werkjaar zullen de uitkomsten van het pilootproject beschikbaar zijn', aldus de Beleidsbrief.
Vandenbroucke over kwaliteitszorg, accreditatie en ranking
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke sprak op 2 oktober ter gelegenheid van de opening van het academiejaar 2006-2007 aan de UGent over “De maatschappelijke doelmatigheid van het hoger onderwijs”. In zijn rede ging Vandenbroucke ook in op kwaliteitszorg, accreditatie en ranking: 'De doelstellingen waartoe rationalisatie van opleidingen moet kunnen leiden, zijn voor de hand liggend: door concentratie van opleidingen de in Vlaanderen aanwezige wetenschappelijke expertise beter benutten, de opleidingen dichter doen aansluiten bij het wetenschappelijk onderzoek, academisch en wetenschappelijk personeel meer tijd geven voor wetenschappelijk onderzoek, de gemiddelde omkadering per opleiding kwantitatief en kwalitatief verhogen, en de studenten en de samenleving zo betere opleidingen te garanderen.’
‘Vermits kwaliteit de doelstelling is van rationalisatie, is externe kwaliteitszorg door visitaties en de accreditatie daarvan niet los te zien. Opleidingen die geen accreditatie verwerven, kunnen – na de decretaal voorziene herstelperiode uiteraard – tot afbouw worden gedwongen. Dat is een vorm van rationalisatie. Maar accreditatie situeert zich op het niveau van de basiskwaliteit. De uitkomsten van de externe kwaliteitszorg wil ik ook boven het niveau van de basiskwaliteit meenemen in het rationalisatieproces. Instellingen moeten de moed durven hebben om zelf of samen maatregelen te nemen wanneer de kwaliteit niet optimaal is, zelfs al is de basiskwaliteit gegarandeerd. Accreditatie is een krachtig en noodzakelijk instrument, omdat het aan de studenten en de buitenwereld de garantie van basiskwaliteit levert. Maar het risico bestaat dat door accreditatie instellingen zich enkel focussen op dat niveau en onvoldoende beseffen dat er ook vaak heel wat te verbeteren valt aan opleidingen, ook al zijn ze geaccrediteerd. Uit visitatierapporten is zoveel meer te halen, zowel voor de interne verbetering van opleidingen, maar dus ook voor afspraken over samenwerking, taakverdeling en eventueel zelfs afbouw van opleidingen. We moeten dat kwaliteitsverbeterend potentieel die visitatierapporten bieden, sterker benutten om ook de kwaliteit van het Vlaamse hoger onderwijs in zijn geheel te verbeteren.’
‘In ons model van kwaliteitszorg door visitaties verwachten we dat de commissies van peers tot gezagsvolle en onderbouwde oordelen komen. Het is dus belangrijk de soevereiniteit van deze commissies te erkennen. Net nu het proces van accreditatie echt van start is gegaan, doemt al meteen het risico van juridische schermutselingen op. Naar verluidt vragen sommige mensen zich af of tegen negatieve oordelen van visitatie-commissies juridisch zou kunnen worden opgetreden. Ik zou dit ten zeerste ontraden. We hebben er collectief belang bij dat het gezag van visitatiecommissies gerespecteerd wordt. Foute oordelen zijn in principe mogelijk, maar er is ook nog het onafhankelijke oordeel van de NVAO.’
‘We zijn zover nog niet, maar ik wil toch benadrukken welk risico het "juridiseren" van het visitatiegebeuren zou meebrengen. De externe kwaliteitszorg die we kennen, geeft een groot vertrouwen aan de sector zelf. Het eigenaarschap van kwaliteitszorg ligt in de handen van de universiteiten en hogescholen zelf. Dat hoort zo in een geprofessionali-seerde sector, maar voorwaarde is wel dat de sector dit stelsel dan ook zelf ondersteunt. Het alternatief is een terugkeer naar een door de overheid georganiseerd inspectiesysteem. Ook al heeft men dit in ons land voor de universiteiten nooit gekend, het is wel mogelijk. Vergis u niet: de samenleving, de politiek en meer bepaald het Parlement hecht groot belang aan een sterk systeem van kwaliteitszorg mét consequenties. Wanneer de sector in gebreke blijft, dan rest de overheid niet anders dan zelf de kwaliteitszorg in handen te nemen.’
‘Net zoals in de Verenigde Staten heeft ook Vlaanderen nood aan een hoger onderwijs dat bereid is en in staat tot grotere transparantie en verantwoording, ook over gevoelige zaken zoals kwaliteit, leerresultaten van studenten, enz. (Ik citeer uit het rapport A test of leadership over het hoger onderwijs in de Verenigde Staten door een commissie van gezaghebbende industriëlen en wetenschappers in opdracht van mijn collega Margaret Spellings: "To meet the challenges of the 21st century, higher education must change from a system primarily based on reputation to one based on performance. We urge the creation of a robust culture of accountability and transparency throughout higher education.") Met het nieuwe financieringsmodel plaatsen we performantie-indicatoren centraal in de aansturing van instellingen, maar wellicht moeten we nog verder gaan. Het is vanuit deze overweging dat ik aangekondigd heb dat Vlaanderen, samen met Nederland, proefprojecten zal opstarten inzake ranking van opleidingen en instellingen, volgens de methodologie van het Duitse CHE.’
‘In een lezing over dit thema in Leiden enkele maanden geleden heb ik gepleit voor een meer transparante studiekeuze voor studenten door een meerdimensionaal rankingssysteem. Studiekeuze van studenten moet een beter geïnformeerd keuzeproces worden, waarbij zowel het inzicht in eigen talenten, als ook kennis van de kwaliteit van het opleidingenaanbod beter wordt. Ik zie betere studiekeuze ook als een belangrijk element van de “competentie-agenda”, waarover de Vlaamse Regering met de sociale partners aan het overleggen is. Een beter geïnformeerde studiekeuze, met meer transparantie over kwaliteit van het opleidingenaanbod, zal ook leiden tot meer slagen en succes, hetgeen op zijn beurt weer zal leiden tot financiële stimuli voor de instellingen.'
INTERNATIONAAL
TEAM-project gestart
Op 23 en 24 oktober 2006 heeft de stuurgroep van het project Transparent European Accreditation decisions and Mutual recognition agreements (TEAM) voor het eerst vergaderd in het kantoor van de NVAO in Den Haag. Het TEAM-project is daarmee officieel gestart.
TEAM is een project van de 15 accreditatieorganisaties in tien Europese landen die deelnemen aan ECA. Het project wordt gefinancierd door de Europese Commissie en gecoördineerd door de NVAO. TEAM loopt tot april 2008 en bevat naast vier publicaties tevens een congres om de weder-zijdse erkenning van accreditatiebesluiten verder onder de aandacht te brengen van de Europese belanghebbenden. De belangrijkste doelstelling van TEAM is om een information tool te ontwikkelen waarmee studenten, erkennings-autoriteiten, instellingen en werkgevers via een Engelstalige website kunnen zoeken op geaccrediteerde instellingen en opleidingen in Europa. Eén van de belangrijkste uitkomsten van de eerste stuurgroep-vergadering is het bepalen van de gegevens en het ontwerp voor de ontwikkeling van de information tool. Na overleg met de Europese belanghebbenden en de ECA-leden kan het ontwikkelingsproces begin 2007 van start gaan.
Deense evaluatieorganisatie geïnteresseerd in ervaringen NVAO
Een delegatie van negen personen van de Deense evaluatieorganisatie EVA heeft op 1 november 2006 een bezoek gebracht aan de NVAO. Eerder was al een delegatie van het Deense ministerie van onderwijs bij de NVAO op bezoek en was de NVAO vertegenwoordigd op een Deens seminar over accreditatie. De delegatie van EVA was geïnteresseerd in de ervaringen van de NVAO met accreditatie.
In de afgelopen jaren zijn ook in Denemarken kwaliteitszorg en accreditatie hoog op de agenda komen te staan. Denemarken wil een accreditatiestelsel voor het gehele hoger onderwijs invoeren en bestudeert daarbij vooral de Nederlands-Vlaamse en Duitse stelsels. Er komt een centraal Deens accreditatieorgaan waarbij EVA één van de visiterende en beoordelende instanties (VBI's) zal zijn. De NVAO en EVA hebben afgesproken om regelmatig informatie uit te wisselen over de ontwikkelingen van de stelsels.
Eerste positieve beoordeling opleiding Universiteit van de Nederlandse Antillen
De NVAO heeft de kwaliteit van de Postgraduate Controllersopleiding van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) op Curaçao positief beoordeeld. Dit is de eerste opleiding van de UNA die door de NVAO van een oordeel is voorzien.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de NVAO gevraagd een oordeel te geven over de kwaliteit van de opleidingen die de publieke hogeronderwijsinstellingen op de Nederlandse Antillen of Aruba aan de NVAO voorleggen. Het referentiekader voor deze opleidingen vormt het accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs of het toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs, zoals die door de NVAO in 2003 zijn vastgesteld. Het gaat hierbij echter niet om een accreditatie of toets nieuwe opleiding conform de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW): het toepassingsbereik van de WHW beperkt zich tot het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.
De NVAO heeft samen met enkele deskundigen en vertegenwoordigers van VBI’s in januari 2006 een bezoek gebracht aan de UNA. De universiteit wil haar opleidingen door de NVAO laten accrediteren en organiseerde de conferentie Kijk op kwaliteit in het Hoger Onderwijs. De conferentie werd bezocht door 140 deelnemers uit Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint-Maarten. De NVAO verzorgde lezingen en workshops over bepaalde facetten van het accreditatiestelsel en -proces. De leden van de delegatie hebben daarnaast faciliteiten bezichtigd en gesprekken gevoerd met de rector, decanen, het kwaliteitsteam van de UNA en vertegenwoordigers van het ministerie van Onderwijs, de Inspectie en het bedrijfsleven.
Europese top Bologna + 10 in Vlaanderen
De tweejaarlijkse Europese ministeriële top over de opvolging van het Bolognaproces in het hoger onderwijs Bologna + 10 zal in 2009 plaats-vinden in Leuven en zusterstad Louvain-la-Neuve. Dat heeft de Bologna Follow-Up Group op 14 oktober 2006 beslist. De vertegenwoordigers van de Europese onderwijsministers hadden de keuze uit drie kandidaat-gastlanden. Zij gaven de voorkeur aan de gezamenlijke kandidatuur van de Benelux-landen boven die van Kroatië en Slovakije.
In 2009 is de Bolognaverklaring precies tien jaar oud. Dat is niet alleen een goed moment voor een uitgebreide evaluatie van het hele proces, deze top biedt volgens de Vlaamse onderwijsminister Frank Vandenbroucke tevens de gelegenheid om aan te geven wat vanaf 2010 in de Europese hoger-onderwijsruimte moet gebeuren.
De afspraken die in 1999 in Bologna zijn gemaakt door 31 - en intussen meer dan 45 Europese landen en regio's - om tegen 2010 een Europese hogeronderwijsruimte te creëren, zijn altijd krachtig ondersteund door de Vlaamse en Nederlandse overheden. Nederland en Vlaanderen komen om de twee jaar met de andere betrokken landen en regio's bijeen om de stand van zaken en de programma's voor de komende jaren te bespreken: in 2001 in Praag, in 2003 in Berlijn en in 2005 in het Noorse Bergen. De eerst-komende ministeriële conferentie vindt plaats in mei 2007 in Londen.
