Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & ArtikelenCorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbrief200720062005RSS FeedsNieuwsbrief
NVAO Nieuwsbrief juli 2006
ALGEMEEN
Stand van zaken
Op 11 juli 2006 stonden op de NVAO-website 805 beoordeelde opleidingen:
Nederland:
- 307 hbo-bacheloropleidingen (waarvan 270 positieve accreditaties, 25 positief getoetste nieuwe opleidingen, 10 afgekeurde VBI-rapporten en 2 negatieve accreditaties);
- 100 hbo-masteropleidingen (waarvan 54 positieve accreditaties en 46 positief getoetste nieuwe opleidingen;
- 88 wo-bacheloropleidingen (waarvan 80 positieve accreditaties en 8 positief getoetste nieuwe opleidingen);
- 277 wo-masteropleidingen (waarvan 122 positieve accreditaties, 48 positief getoetste nieuwe opleidingen en 107 positief getoetste onderzoeksmasters).
Vlaanderen:
- 2 professioneel gerichte bacheloropleidingen;
- 5 academisch gerichte bacheloropleidingen;
- 7 masteropleidingen;
- 19 master-na-masteropleidingen.
Certiked definitief op VBI-lijst 2006
De voorwaardelijke plaatsing van Certiked VBI bv op de VBI-lijst 2006 is opgeheven en omgezet in een definitieve plaats. In januari is Certiked op de lijst geplaatst onder voorwaarde dat de audit van de NVAO in juni 2006 succesvol kon worden afgerond. Tijdens een eerdere audit in november 2005 waren namelijk enkele onvolkomenheden aangetroffen. Het auditteam heeft tijdens zijn heraudit in juni vastgesteld dat Certiked de geconstateerde punten op een goede manier heeft opgepakt. Verder heeft de NVAO in de nieuwste rapporten van Certiked een belangrijke verbetering van de kwaliteit geconstateerd. Daarom heeft de NVAO besloten om de voorwaardelijke plaats van Certiked op de VBI-lijst 2006 om te zetten in een definitieve positie.
NEDERLAND
Bekritiseerde pabo’s maken kwaliteitsslag
Het overgrote deel van de pabo’s die op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de NVAO verbeteringen moesten aanbrengen, heeft een kwaliteitsslag gemaakt. De minister heeft de Tweede Kamer laten weten dat 13 pabo’s bestuurlijk adequaat hebben gereageerd op de kritieken uit een eerdere beoordeling. Met de twee lerarenopleidingen basisonderwijs waar dit (nog) niet het geval was, zijn afspraken gemaakt over een kort vervolgtraject dat uiterlijk 30 september moet zijn afgerond. Aan de hand daarvan zal de NVAO haar definitieve oordeel geven.
De NVAO heeft in de afgelopen maanden de 15 pabo’s bezocht die op grond van een “stand van zaken-notitie” moesten aangeven welke vorderingen zij hebben gemaakt en haar bevindingen gerapporteerd aan de minister van OCW.
Eind 2004 heeft de NVAO in het kader van de taken die zij bij het ontstaan van het accreditatiestelsel van de Inspectie van het Onderwijs heeft overgenomen, in een meta-evaluatie vastgesteld dat 18 pabo-opleidingen verbeteringen moesten aanbrengen. Bij drie pabo’s waren langdurige ernstige tekortkomingen (LET’s) geconstateerd en in 15 situaties moesten substantiële verbeterpunten worden aangepakt. De NVAO heeft na overleg met de minister van OCW de drie pabo’s met een LET in juni 2005 opnieuw beoordeeld. Na een positief advies kon de minister daarop de drie LET’s intrekken. De NVAO heeft de overige 15 pabo’s verzocht uiterlijk eind 2005 een zogenoemde stand van zaken-notitie in te dienen en deze opleidingen tussen januari en mei 2006 opnieuw bezocht.
De NVAO doet nu geen uitspraak over de accreditatiewaardigheid van de opleidingen. De accreditatie van de pabo-opleidingen vindt plaats uiterlijk op 31 december 2009. De pabo’s bereiden zich nu samen met de VBI’s voor op dat traject.
Tweede pilotronde Associate degree-programma’s geopend
In juni is de tweede pilotronde voor Associate degree-programma’s (Ad-programma’s) geopend. Deze ronde bestaat uit twee deelrondes:
- deelronde 2A was vooral bedoeld voor Ad-programma’s die starten in februari 2007 en waarvan de voorbereiding zich al in een vergevorderd stadium bevond. Voor deze deelronde konden tot 30 juni 2006 aanvragen worden ingediend. De NVAO heeft 19 aanvragen ontvangen;
- de Ad-programma’s uit deelronde 2B starten in het studiejaar 2007-2008. Voor deze ronde kunnen tot 2 oktober 2006 aanvragen worden ingediend.
Het is niet mogelijk een aanvraag voor een zelfde Ad-programma voor beide deelrondes in te dienen. Aanvragen voor pilots die zijn afgewezen in de eerste ronde, mogen wel opnieuw worden ingediend voor deze tweede pilotronde (deelronde 2A óf 2B). De NVAO heeft voor de tweede pilotronde een nieuw "Protocol toetsing Associate-degreeprogramma door de NVAO" ontwikkeld. De staatssecretaris beslist uiterlijk op 2 oktober 2006 over de aanvragen in ronde 2A en in januari 2007 over de aanvragen in ronde 2B.
Na de eerste pilotronde heeft de NVAO in januari 2006 een positief advies uitgebracht over 11 Ad-programma’s. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in maart besloten dat de betrokken hogescholen in september 2006 kunnen starten met een tweejarig Ad-programma.
Bijeenkomsten
De NVAO heeft op 12 juni een bijeenkomst georganiseerd met secretarissen van de VBI’s en medewerkers van de NVAO om elkaars werkwijze en interpretaties beter te begrijpen en irritaties over “dubbel werk” zo veel mogelijk te voorkomen. Op 14 juni vond een rondetafelgesprek plaats met diverse ervaren panelvoorzitters en -leden om de kwaliteit van het proces rond de toets nieuwe opleidingen verder te verbeteren. Het verslag van beide bijeenkomsten wordt binnenkort gestuurd naar de betrokken deelnemers. Na de vakantieperiode vindt een bredere verspreiding plaats, onder meer via de website van de NVAO.
VLAANDEREN
Nieuwe Vlaamse accreditaties
Op 20 juni heeft de NVAO de buitenlandse accreditatie van 28 opleidingen van de Universiteit Antwerpen Management School equivalent verklaard en de opleidingen geaccrediteerd. Het gaat om opleidingen die op 21 april 2005 een positief accreditatiebesluit van de Association to Advance Collegiate Schools of Business (AACSB) hebben gekregen. Het door de AACSB genomen besluit bleek na grondig onderzoek te voldoen aan de door de NVAO gehanteerde equivalentiecriteria. Hieruit blijkt hoe het hoger onderwijs zich meer dan ooit internationaal ontwikkelt. Intussen zijn nog 16 Vlaamse accreditatieaanvragen en vier aanvragen toets nieuwe opleiding bij de NVAO in behandeling.
De NVAO heeft de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen op basis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Een dergelijke equivalentieverklaring gebeurt niet zomaar. De internationale accreditatie moet verleend zijn volgens een vergelijkbare methodologische aanpak en gesteund zijn op een externe beoordeling. De NVAO heeft haar voorwaarden voor het erkennen van de equivalentie van internationale accreditaties vastgelegd als onderdeel van het “accreditatiekader bestaande opleidingen Vlaanderen”. De NVAO maakt hier gebruik van sinds januari 2006.
NVAO bezoekt Associaties
De NVAO zet haar “Ronde van Vlaanderen” voort. Nadat vorig jaar verschillende hogeronderwijsinstellingen zijn bezocht, vinden in 2006 ook gesprekken plaats met Associaties. Zo is op 23 maart gesproken met enkele vertegenwoordigers van de Associatie KULeuven en op 4 juli met vertegenwoordigers van de Associatie Universiteit Gent.
Met het bestuur van de Associatie is een interessant gesprek gevoerd over onder meer de visitatierapporten in het licht van de wet op de motiveringsplicht, de decretale opdracht van de Associatie inzake kwaliteitszorg, de stand van zaken van het academiseringsproces, de Nederlandse ervaringen met accreditatie en toets nieuwe opleiding, de Nederlandse voorstellen om de administratieve belasting van het visitatiestelsel te verlichten - ook in het licht van de eerste Vlaamse ervaringen, de betrokkenheid van de NVAO en de Associatie bij wijzigingen in het opleidingenaanbod en ten slotte over de accreditatie van internationale programma’s.
INTERNATIONAAL
Resultaten tweejaarlijkse INQAAHE Workshop
De NVAO heeft van 17 tot 19 mei de tweejaarlijkse INQAAHE Workshop georganiseerd in Den Haag. Het International Network for Quality Assurance Agencies in Higher Education (INQAAHE) is het wereldwijde netwerk van accreditatie- en kwaliteitszorgorganisaties in het hoger onderwijs. Er waren bijna 100 deelnemers afkomstig uit meer dan 40 landen. Staatssecretaris Mark Rutte (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) hield de openingstoespraak. Op 17 mei stonden de standaarden en richtlijnen centraal die door respectievelijk INQAAHE, de European Association for Quality Assurance in higher education (ENQA) en de European Consortium for Accreditation in higher education (ECA) zijn vastgesteld om het functioneren van accreditatie- en kwaliteitszorgorganisaties te evalueren. De verschillende standaarden werden vergeleken, alsmede de positieve ervaringen hiermee in Duitsland en Chili.
Op 18 mei kwam de wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten aan de orde. Daarbij werd ingegaan op de weg die ECA daartoe aflegt, waarvoor veel belangstelling bestond. Ook de internationale samenwerking van accreditatieorganisaties op het gebied van de architectuur werd gepresenteerd. Tot slot van deze dag werd de kwaliteitszorg van transnationaal onderwijs behandeld, zowel vanuit het gezichtspunt van een land dat veel hoger onderwijs exporteert (Australië) als van een importerend land (Hong Kong/China). De door UNESCO en OECD opgestelde Guidelines for Quality Provision in Cross-Border Education geven een belangrijk houvast aan accreditatie- en kwaliteitszorgorganisaties, instellingen en andere betrokkenen voor het inrichten van de kwaliteitszorg van dergelijk grensoverschrijdend hoger onderwijs.
Een laatste belangrijk onderwerp dat tijdens de Workshop werd behandeld, betrof de impact van accreditatie en kwaliteitszorg. Deze impact is zeker aanwezig, meestal positief, maar niet gemakkelijk te meten. Evaluaties van accreditatie- en kwaliteitszorgorganisaties zouden hier aandacht aan moeten besteden. De zelfevaluatie wordt vaak als belangrijkste opbrengst van accreditatie en externe kwaliteitszorg gezien. Tegelijkertijd wordt erkend dat deze zelfevaluatie alleen goed tot zijn recht komt indien deze wordt gevolgd door een visitatie. Input van studenten, afgestudeerden en werkgevers is daarbij belangrijk. In termen van kosten/baten-verhouding kan men concluderen dat accreditatie en externe kwaliteitszorg een behoorlijke impact opleveren in ruil voor een klein gedeelte van het onderwijsbudget.
Resultaten halfjaarlijkse ECA Workshop
Van 31 mei t/m 2 juni organiseerde de NVAO de halfjaarlijkse ECA Workshop in Brugge. Lid van ECA zijn 15 accreditatieorganisaties uit tien Europese landen. Het doel van ECA is de wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten. In Brugge waren ruim 50 vertegenwoordigers van ECA-leden aanwezig, plus enige waarnemers vanuit instellingen en studentenorganisaties.
Dirk Van Damme (kabinetschef van de Vlaamse minister van Onderwijs) en daarna Ko Scheele (voormalig inspecteur hoger onderwijs) hielden openingstoespraken waarbij de betekenis van accreditatie voor internationalisering werd benadrukt en Van Damme een aantal uitdagingen voor accreditatiestelsels benoemde.
Daarna volgden presentaties en discussies betreffende het werk van de vier werkgroepen van ECA. Dit leverde de volgende belangrijkste resultaten op:
- een eerste bespreking van een conceptverklaring die tot wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten moet leiden;
- een toenemend aantal samenwerkingsprojecten tussen ECA-partners met vergelijkingen van standaarden en waarnemingen van elkaars procedures;
- de eerste ervaringen met externe evaluaties van ECA-leden;
- gedachtevorming rond de accreditatie van “joint degrees”;
- een voorstel voor het opzetten van een Engelstalige website waarmee naar accreditatiebesluiten van alle ECA-partners gezocht kan worden;
- inventarisatie van het gebruik van “labels” en “learning outcomes” in accreditatieprocedures.
Op weg naar de volgende ECA Workshop in december 2006 zal verder worden gewerkt aan deze onderwerpen.
