Actueel
Nieuws200820072006200520042003Nieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & ArtikelenCorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbriefRSS FeedsNieuwsberichten
Vandenbroucke over kwaliteitszorg, accreditatie en ranking
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke sprak op 2 oktober ter gelegenheid van de opening van het academiejaar 2006-2007 aan de UGent over “De maatschappelijke doelmatigheid van het hoger onderwijs”. In zijn rede ging Vandenbroucke ook in op kwaliteitszorg, accreditatie en ranking.
'De doelstellingen waartoe rationalisatie van opleidingen moet kunnen leiden zijn voor de hand liggend: door concentratie van opleidingen de in Vlaanderen aanwezige wetenschappelijke expertise beter benutten, de opleidingen dichter doen aansluiten bij het wetenschappelijk onderzoek, academisch en wetenschappelijk personeel meer tijd geven voor wetenschappelijk onderzoek, de gemiddelde omkadering per opleiding kwantitatief en kwalitatief verhogen, en de studenten en de samenleving zo betere opleidingen te garanderen.
Vermits kwaliteit de doelstelling is van rationalisatie, is externe kwaliteits-zorg door visitaties en de accreditatie daarvan niet los te zien. Opleidingen die geen accreditatie verwerven, kunnen – na de decretaal voorziene herstelperiode uiteraard – tot afbouw worden gedwongen. Dat is een vorm van rationalisatie. Maar accreditatie situeert zich op het niveau van de basiskwaliteit. De uitkomsten van de externe kwaliteitszorg wil ik ook boven het niveau van de basiskwaliteit meenemen in het rationalisatieproces. Instellingen moeten de moed durven hebben om zelf of samen maatregelen te nemen wanneer de kwaliteit niet optimaal is, zelfs al is de basiskwaliteit gegarandeerd. Accreditatie is een krachtig en noodzakelijk instrument, omdat het aan de studenten en de buitenwereld de garantie van basiskwaliteit levert. Maar het risico bestaat dat door accreditatie instellingen zich enkel focussen op dat niveau en onvoldoende beseffen dat er ook vaak heel wat te verbeteren valt aan opleidingen, ook al zijn ze geaccrediteerd. Uit visitatierapporten is zoveel meer te halen, zowel voor de interne verbetering van opleidingen, maar dus ook voor afspraken over samenwerking, taakverdeling en eventueel zelfs afbouw van opleidingen.
We moeten dat kwaliteitsverbeterend potentieel die visitatierapporten bieden, sterker benutten om ook de kwaliteit van het Vlaamse hoger onderwijs in zijn geheel te verbeteren.
In ons model van kwaliteitszorg door visitaties verwachten we dat de commissies van peers tot gezagsvolle en onderbouwde oordelen komen.
Het is dus belangrijk de soevereiniteit van deze commissies te erkennen.
Net nu het proces van accreditatie echt van start is gegaan, doemt al meteen het risico van juridische schermutselingen op. Naar verluidt vragen sommige mensen zich af of tegen negatieve oordelen van visitatie-commissies juridisch zou kunnen worden opgetreden. Ik zou dit ten zeerste ontraden. We hebben er collectief belang bij dat het gezag van visitatie-commissies gerespecteerd wordt. Foute oordelen zijn in principe mogelijk, maar er is ook nog het onafhankelijke oordeel van de NVAO.
We zijn zover nog niet, maar ik wil toch benadrukken welk risico het "juridiseren" van het visitatiegebeuren zou meebrengen. De externe kwaliteitszorg die we kennen, geeft een groot vertrouwen aan de sector zelf. Het eigenaarschap van kwaliteitszorg ligt in de handen van de universiteiten en hogescholen zelf. Dat hoort zo in een geprofessiona-liseerde sector, maar voorwaarde is wel dat de sector dit stelsel dan ook zelf ondersteunt.
Het alternatief is een terugkeer naar een door de overheid georganiseerd inspectiesysteem. Ook al heeft men dit in ons land voor de universiteiten nooit gekend, het is wel mogelijk. Vergis u niet: de samenleving, de politiek en meer bepaald het Parlement hecht groot belang aan een sterk systeem van kwaliteitszorg mčt consequenties. Wanneer de sector in gebreke blijft, dan rest de overheid niet anders dan zelf de kwaliteitszorg in handen te nemen.
Net zoals in de Verenigde Staten heeft ook Vlaanderen nood aan een hoger onderwijs dat bereid is en in staat tot grotere transparantie en verantwoording, ook over gevoelige zaken zoals kwaliteit, leerresultaten van studenten, enz. (Ik citeer uit het rapport A test of leadership over het hoger onderwijs in de Verenigde Staten door een commissie van gezag-hebbende industriëlen en wetenschappers in opdracht van mijn collega Margaret Spellings: "To meet the challenges of the 21st century, higher education must change from a system primarily based on reputation to one based on performance. We urge the creation of a robust culture of accountability and transparency throughout higher education.") Met het nieuwe financieringsmodel plaatsen we performantie-indicatoren centraal in de aansturing van instellingen, maar wellicht moeten we nog verder gaan.
Het is vanuit deze overweging dat ik aangekondigd heb dat Vlaanderen, samen met Nederland, proefprojecten zal opstarten inzake ranking van opleidingen en instellingen, volgens de methodologie van het Duitse CHE.
In een lezing over dit thema in Leiden enkele maanden geleden heb ik gepleit voor een meer transparante studiekeuze voor studenten door een meerdimensionaal rankingssysteem. Studiekeuze van studenten moet een beter geďnformeerd keuzeproces worden, waarbij zowel het inzicht in eigen talenten, als ook kennis van de kwaliteit van het opleidingenaanbod beter wordt. Ik zie betere studiekeuze ook als een belangrijk element van de “competentie-agenda”, waarover de Vlaamse Regering met de sociale partners aan het overleggen is. Een beter geďnformeerde studiekeuze, met meer transparantie over kwaliteit van het opleidingenaanbod, zal ook leiden tot meer slagen en succes, hetgeen op zijn beurt weer zal leiden tot financiële stimuli voor de instellingen.'
De volledige tekst van de toespraak van minister Frank Vandenbroucke vindt u hier.
