Toets nieuwe opleiding
De toets nieuwe opleiding is "het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld".
De NVAO verleent het keurmerk na toetsing van de externe beoordeling die in opdracht van een Nederlandse hogeschool of universiteit is uitgevoerd. Voor een toets nieuwe opleiding komen in aanmerking de bachelor- en masteropleidingen die niet zijn opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). Wanneer de toets positief is, kan het instellingsbestuur die opleiding als nieuwe opleiding in het CROHO laten registreren.
De NVAO kan de geldigheidsduur van het laatste besluit toets nieuwe opleiding verlengen voor twee jaar wanneer de opleiding binnen de gestelde termijn alsnog aan het beoordelingskader voldoet (WHW, artikel 5a.12a).
N.B. Een nieuwe opleiding van een Nederlandse bekostigde hogeronderwijsinstelling moet eerst beschikken over een positief doelmatigheidsbesluit voordat de toets nieuwe opleiding bij de NVAO kan worden aangevraagd (dit geldt dus niet voor particuliere instellingen).
Beperkte toets nieuwe opleiding
Het beoordelingskader voor de beperkte beoordeling van nieuwe opleidingen (English version) wordt gebruikt als de instelling beschikt over een positief oordeel over de instellingstoets kwaliteitszorg. De beoordeling komt tot stand op basis van een discussie met peers over de inhoud en kwaliteit van de opleiding en is gericht op vier vragen:
- Wat beoogt de opleiding?
- Hoe wil de opleiding dit realiseren?
- Hoe wil de opleiding dit toetsen?
- Zijn er voldoende financiële middelen?
De vier vragen zijn vertaald in vier standaarden. Over deze vier standaarden geeft een visitatiepanel een gemotiveerd oordeel op een tweepuntsschaal: onvoldoende of voldoende. Tevens geeft het panel een gemotiveerd eindoordeel over de kwaliteit van de opleiding als geheel, ook op de tweepuntsschaal.
Uitgebreide toets nieuwe opleiding
Het beoordelingskader voor de uitgebreide beoordeling van nieuwe opleidingen (English version) wordt gebruikt als de instelling niet beschikt over een positief oordeel over de instellingstoets kwaliteitszorg. De beoordeling komt tot stand op basis van een discussie met peers over de inhoud en kwaliteit van de opleiding en is gericht op zeven vragen:
- Wat beoogt de opleiding?
- Met welk programma?
- Met welk personeel?
- Met welke voorzieningen?
- Hoe wordt de kwaliteit geborgd?
- Hoe wil de opleiding dit toetsen?
- Zijn er voldoende financiële middelen?
De zeven vragen zijn vertaald in zeven onderwerpen en 16 standaarden. Over deze drie standaarden geeft een visitatiepanel een gemotiveerd oordeel op een tweepuntsschaal: onvoldoende of voldoende. Tevens geeft het panel een gemotiveerd eindoordeel over de kwaliteit van de opleiding als geheel, ook op de tweepuntsschaal.
Handreiking toets nieuwe opleiding Nederland
Verzwaarde uitgebreide toets nieuwe opleiding
Organisaties die willen worden erkend als rechtspersoon voor hoger onderwijs kunnen bij de NVAO een verzwaarde uitgebreide toets nieuwe opleiding aanvragen voor het beoordelen van de kwaliteit van de eerste aan te bieden opleiding (zie bovenstaand beoordelingskader).
Bij deze verzwaarde toets wordt - in tegenstelling tot de 'normale' uitgebreide toets nieuwe opleiding - wel gekeken naar het rendement van de opleiding. Het is dus geen plantoetsing, maar er moet sprake zijn van bewezen (gerealiseerde) kwaliteit.
Kandidaat-rechtspersonen voor hoger onderwijs hoeven geen doelmatigheidstoets aan te vragen, zoals bij een normale toets nieuwe opleiding gebruikelijk is. Ook de instellingstoets kwaliteitszorg geldt niet voor kandidaat-rechtspersonen voor hoger onderwijs; deze geldt alleen voor bekostigde instellingen en bestaande rechtspersonen voor hoger onderwijs.
Domeinnaam
De NVAO geeft bij een toets nieuwe opleiding aan tot welk domein de nieuwe opleiding behoort. Sinds 1 september 2010 is dit wettelijk verplicht (WHW, artikel 5a.11, vijfde lid). Hogeronderwijsinstellingen worden verzocht bij hun aanvraag gemotiveerd aan te geven welk domein zij voor de opleiding passend achten. Het CROHO kent de volgende domeinen/onderwijsonderdelen (Uitvoeringsbesluit WHW 2008, art. 3.1): Onderwijs, Landbouw en natuurlijke omgeving, Natuur, Techniek, Gezondheidszorg, Economie, Recht, Gedrag en maatschappij, Taal en cultuur, Sectoroverstijgend (verschillende domeinen van toepassing).
Panel
In het nieuwe stelsel is de NVAO belast met het instellen van een commissie van deskundigen. De NVAO stelt het visitatiepanel samen dat de toets nieuwe opleiding uitvoert en de NVAO benoemt dit panel. De te beoordelen opleiding heeft het recht beargumenteerd bezwaren aan te dragen tegen de samenstelling van het visitatiepanel.
Het panel wordt begeleid door een procescoördinator van de NVAO en ondersteund door een secretaris. De procescoördinator en secretaris zijn onafhankelijk van de desbetreffende instelling en maken geen deel uit van het panel. De secretaris heeft een training doorlopen van de NVAO, die heeft geleid tot certificering van de secretaris.
Feitelijk al bestaande opleiding
Wanneer een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding wordt ingediend voor een feitelijk al bestaande opleiding (bijvoorbeeld een postinitiële opleiding of een opleiding die momenteel nog als een afstudeerrichting wordt aangeboden) moet ook de feitelijke kwaliteit van deze opleiding meegenomen worden in de onderbouwing van de aanvraag.
Dat betekent dat feitelijke resultaten in het informatiedossier worden beschreven en in het paneladvies de gerealiseerde kwaliteit mee wordt genomen bij de beoordeling van de diverse facetten uit het beoordelingskader. In het accreditatiestelsel komen deze elementen aan bod bij de standaarden "beoogde eindkwalificaties", "onderwijs-leeromgeving" en "toetsing".






