Print  Mail pagina  Sitemap   RSS   English  Twitter/NVAO


Klachten over hogeronderwijsopleidingen

Nederland

Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het hoger onderwijs. Zij bepalen, binnen wettelijke kaders, hoe zij een opleiding vormgeven. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) geeft geen voorschriften over de wijze waarop de instelling de studie vormgeeft en de hoeveelheid contact- of lesuren. Dat hangt af van de opleiding.

 

Het bestuur van een hogeschool of universiteit stelt voor iedere opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling (OER) vast, waarin de inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden tentamens en examens zijn geregeld. In deze "OER" staan ook je rechten als student en de mogelijkheid tot intern beroep, c.q. de klachtenprocedure. Je krijgt de "OER" aan het begin van het studiejaar van de instelling. Daarnaast kun je bij de eventuele vertrouwenspersoon van de instelling informeren hoe de klachtenprocedure verloopt.

 

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt of een hogeronderwijsinstelling op bestuurlijk en organisatorisch gebied voldoet aan de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Daarnaast houdt de Inspectie toezicht op het accreditatiestelsel.

De Inspectie kan op basis van signalen of klachten een tussentijds onderzoek instellen.
Je kunt een eventuele klacht sturen naar emailadres loket@onderwijsinspectie.nl 

 

De Inspectie betrekt de NVAO bij het onderzoek voor het beoordelen van de kwaliteitselementen die zijn opgenomen in de beoordelingskaders accreditatiestelsel hoger onderwijs. De Inspectie kan ook de verantwoordelijke bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap adviseren om de accreditatie van een opleiding in te trekken. Wanneer de bewindsperoon besluit om deze procedure in gang te zetten, vraagt hij de NVAO om advies en heeft de NVAO de bevoegdheid om nader onderzoek te verrichten.

 

De NVAO beoordeelt eens in de zes jaar de interne kwaliteitszorg van hogeronderwijs-instellingen en de kwaliteit van hogeronderwijsopleidingen. Een onafhankelijke commissie van deskundigen spreekt hiertoe onder meer met hun vertegenwoordigers. Deze commissie is verplicht om een open spreekuur in te stellen waar je kunt vertellen wat je ervaringen zijn met de instelling of een bestaande opleiding. De instelling/opleiding en de commissie moeten voorafgaand en tijdens het bezoek ruime bekendheid geven aan dit spreekuur. 

 

De verantwoordelijke bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor het hogeronderwijsstelsel en het accreditatiestelsel in Nederland.

  

Bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs kun je in extern beroep gaan wanneer je - na een interne beroepsprocedure bij een hogeronderwijsinstelling - vindt dat de instelling een onrechtmatige beslissing heeft genomen over het college- of examengeld; financiĆ«le ondersteuning uit profileringsfondsen; zaken rond de in- en uitschrijving; vrijstellingen op grond van andere diploma's; decentrale selectie bij numerus fixus opleidingen; overtreding van de huis- en orderegels van de instelling of een uitspraak van het college van beroep voor de examens (CBE) over examenzaken; toelating bachelor- en masteropleiding en examenfraude. 

 

Vlaanderen

De rechtspositie van de Vlaamse student wordt decretaal geregeld in het participatiedecreet. Terwijl de studenten vroeger afhankelijk waren van onder andere het type instelling waar ze studeerden, geniet elke student vandaag dezelfde waarborg aan minimale rechten. Het decreet werkt een meer gedetailleerde rechtsbescherming uit van de student tegen de studievoortgangsbeslissingen van de hoger onderwijsinstelling.

Het decreet bepaalt dat een instelling voor de studievoortgangsbeslissingen die zij neemt voor haar studenten een interne beroepsprocedure moet organiseren. Via deze procedure kan de betrokken student de beslissing intern betwisten. De interne beroepsprocedure is voorzien in het onderwijs- en examenreglement (OER).  

De vervaltermijn van vijf dagen begint bij een studievoortgangbeslissing de dag na de proclamatie en bij een heroverweging de dag na kennisneming van de beslissing.
De beslissing van de interne beroepsprocedure wordt binnen 15 dagen aan de student bekend gemaakt. Ofwel wordt de klacht onontvankelijk verklaard, ofwel volgt een gemotiveerde bevestiging of herziening.

Bij de Raad voor betwisting inzake studievoortgangsbeslissingen kun je in extern beroep gaan wanneer je - na een interne beroepsprocedure - vindt dat de instelling een onrechtmatige studievoortgangsbeslissing heeft genomen.

Voor materiƫle vergissingen geldt een flexibele procedure waarbij de fout/vergissing wordt rechtgezet. Deze procedure dient verankerd te zijn in het onderwijs- en examenreglement. De vervaltermijn voor deze procedure vervalt binnen de 10 dagen. De aanpak van onregelmatigheden bestaat uit twee fasen. Eerst is er een interne beroepsprocedure en wanneer deze is uitgeput, kan men een beroep doen op de Raad voor betwisting inzake studievoortgangsbeslissingen.


De Raad kan een beroep afwijzen op grond van onontvankelijkheid en/of ongegrondheid en ze kan een onrechtmatig genomen studievoortgangsbeslissing vernietigen en de nodige voorlopige herstelmaatregelen bevelen. De Raad stelt zich dus niet in de plaats van de examencommissie. De einduitspraak van de Raad gebeurt binnen de 10 kalenderdagen na instelling van het beroep.

 

Internationaal

Voor internationale studenten geldt een aparte procedure. Zie ook de website www.internationalstudy.nl  





NVAO

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie

 

Parkstraat 28

2514 JK Den Haag

Postbus 85498
2508 CD Den Haag

 

T +31 70 312 2300
F +31 70 312 2301
contact en route