NVAO
Wat doet de NVAO?WetgevingInternationale samenwerkingOvername Inspectietaken NederlandHogeronderwijsregister VlaanderenOrganisatieVacaturesLinksContactDownloads bij deze pagina
Dublin Descriptoren Gedragscode internationale studentenInternationale samenwerking
Nederland en Vlaanderen voeren een actief internationaal beleid op het gebied van hoger onderwijs. Daarbij gaat het om de inhoud van het onderwijs, het aantrekken van buitenlandse docenten en studenten, maar ook om de eigen studenten ervaring op te laten doen in het buitenland.
De afspraken die in 1999 in Bologna zijn gemaakt door intussen meer dan 45 Europese landen en regio's om tegen 2010 een Europese hoger-onderwijsruimte te creëren, zijn altijd krachtig ondersteund door de Vlaamse en Nederlandse overheden. Nederland en Vlaanderen komen daarom om de twee jaar met de andere betrokken landen en regio's bijeen om de stand van zaken en de programma's voor de komende jaren te bespreken: in 2001 in Praag, in 2003 in Berlijn en in 2005 in het Noorse Bergen. De laatste ministeriële conferentie vond plaats in mei 2007 in Londen.
Op 28-29 april 2009 wordt de Europese conferentie "Bologna + 10" op uitnodiging van de Beneluxlanden in Leuven/Louvain-la-Neuve georganiseerd. In dat jaar is de Bolognaverklaring precies tien jaar oud.
Waarde diploma’s en kwalificaties op hetzelfde niveau
De harmonisatie naar de bachelor-masterstructuur, de invoering van het European Creditpoint Transfer System, de verplichting om een transparant stelsel van externe kwaliteitszorg op te stellen, passen allemaal in het streven om te komen tot een Europese hogeronderwijsruimte. Dat streven past ook duidelijk in het beleid van Nederland en Vlaanderen.
De internationale afspraken zijn wel mede afhankelijk van de ernst waarmee kwaliteit wordt geleverd én gemeten. Een open arbeidsmarkt en het uitwisselen van studenten en docenten zijn pas zinvol wanneer de waarde van diploma’s en kwalificaties van hetzelfde - liefst onbetwist hoge - niveau is. Daarom hebben Nederland en Vlaanderen er voor gekozen om een actieve rol te vervullen in het tot stand brengen van de Dublin Descriptoren (zie rechterzijde van deze pagina) waarin wordt geprobeerd om tot een operationele definitie van bachelor- en masterniveau te komen. Daarom ook hebben Nederland en Vlaanderen gekozen voor het invoeren van het accreditatiestelsel, waarin een onafhankelijk kwaliteitskeurmerk wordt gegeven dat aangeeft dat de desbetreffende opleiding voldoet aan de kwalificaties van bachelor en master.
Vijf doelstellingen
Om de internationale ambities voor wat betreft accreditatie vorm en richting te geven, heeft de NVAO vijf doelstellingen voor internationalisering vastgesteld:
- actief lidmaatschap van de overkoepelende netwerken van accreditatie- en kwaliteitszorgorganisaties;
- het internationaal profileren van de Nederlandse en Vlaamse accreditatie-en hoger onderwijsstelsels ten behoeve van de versterking van de positie van Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijsinstellingen in het buitenland;
- wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten;
- het bevorderen van een Europese Hogeronderwijsruimte waarin diploma’s van geaccrediteerde opleidingen en instellingen automatisch worden erkend;
- het pro-actief opvolgen van internationale ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg en hoger onderwijs.
Met betrekking tot de eerste doelstelling heeft de NVAO het actieve lidmaatschap voortgezet van het wereldwijde International Network for Quality Assurance Agencies in Higher Education (INQAAHE) en de European Association for Quality Assurance in Higher Education (ENQA). Momenteel zijn 42 kwaliteitszorgorganisaties uit de Bolognalanden lid van ENQA.
Daarnaast heeft de NVAO zitting in het bestuur van het European Consortium for Accreditation in higher education (ECA), waarvan ook het secretariaat wordt verzorgd. Eind 2006 waren 15 accreditatieorganisaties uit tien Europese landen lid van ECA. Doel is om voor eind 2007 te komen tot wederzijdse erkenning van elkaars accreditatiebesluiten.
Indien accreditatiebesluiten van de NVAO volledig worden erkend door buitenlandse accreditatieorganisaties en erkenningsautoriteiten komt dat de mobiliteit van Nederlandse en Vlaamse studenten en afgestudeerden ten goede. Omgekeerd maakt wederzijdse erkenning het gemakkelijker voor studenten en afgestudeerden met buitenlandse kwalificaties om in Nederland en Vlaanderen te studeren of te werken. Ook instellingen die internationale programma’s verzorgen en nu worden geconfronteerd met verschillende accreditatieprocedures en –eisen hebben baat bij wederzijdse erkenning. Vandaar dat de NVAO veel investeert in ECA.
De internationale profilering van de Nederlandse en Vlaamse accreditatie- en hogeronderwijsstelsels wordt bevorderd doordat bestuursleden en medewerkers van de NVAO presentaties geven voor en deelnemen aan diverse internationale bijeenkomsten.
Om de internationale ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg en hoger onderwijs pro-actief op te kunnen volgen, heeft de NVAO als Nederlandse vertegenwoordiger deelgenomen aan het ontwikkelen van de UNESCO/OECD Guidelines for Quality Provision in Cross-border Higher Education. Deze richtlijnen bevatten onder meer aanbevelingen voor kwaliteitsorganisaties en moedigen wederzijdse erkenning aan. De NVAO nam deel aan de Nederlandse Bologna regiegroep en de schrijfgroep ten behoeve van het Nederlandse kwalificatieraamwerk voor het hoger onderwijs.
Externe review NVAO
Begin juni 2007 heeft op verzoek van het Comité van Ministers een externe review van de NVAO plaatsgevonden door een internationale evaluatiecommissie onder leiding van Helmut Konrad uit Oostenrijk.
De NVAO voldoet op vrijwel alle punten geheel aan de European Standards and Guidelines van ENQA en de Code of Good Practice van ECA. Dit blijkt uit het eindrapport van de commissie dat in september 2007 is verschenen.
De NVAO is verheugd over deze constatering van de commissie en heeft daarom met vertrouwen een bestendiging van haar lidmaatschap van ENQA aangevraagd.
