Hoger onderwijs
Nederland
Nederland heeft 13 onderzoeksuniversiteiten en een open universiteit waar hoogwaardig onderwijs en onderzoek wordt geboden. Er zijn drie technische universiteiten: de Technische Universiteit Delft, de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Twente. De overige negen onderzoeksuniversiteiten zijn breed georiënteerd. Er zijn acht universitaire medische centra.
Het hoger onderwijs in Nederland wordt aangeboden door hogescholen, universiteiten en rechtspersonen voor hoger onderwijs (door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende instellingen en organisaties die geaccrediteerde opleidingen verzorgen).
Het Nederlands hoger onderwijssysteem kent sinds 2002 een drie cyclisysteem: de bachelor, de master en het doctoraat. Hiermee sluit Nederland aan op de Europese ontwikkelingen. Zie ook: Nederlands kwalificatieraamwerk hoger onderwijs (samenvatting).
Hogescholen verzorgen hoger beroepsonderwijs (hbo). Hbo-opleidingen leiden in beginsel op voor een beroep.
Universiteiten verzorgen wetenschappelijk onderwijs (wo) en verrichten wetenschappelijk onderzoek. Wo-opleidingen leiden op tot een academische oriëntatie in een bepaald vakgebied, waarbinnen verschillende accenten mogelijk zijn, bijvoorbeeld:
- voorbereiding op het bedrijfsleven of andere maatschappelijke functie (maatschappelijke variant);
- voorbereiding op het beroep van leraar (educatieve variant);
- voorbereiding op een wetenschappelijke carrière, bijvoorbeeld een promotie (research master).
Daarnaast kunnen studenten na een hbo-bacheloropleiding of wo-bachelor-/masteropleiding een postinitiële masteropleiding volgen wanneer ze enige jaren werkervaring hebben opgedaan.
Vlaanderen
In Vlaanderen zijn twee soorten door de overheid erkende instellingen van hoger onderwijs: ambtshalve geregistreerde instellingen (waaronder universiteiten en hogescholen) en geregistreerde instellingen. Alleen deze instellingen mogen erkende bachelor- en masterdiploma's uitreiken. Daarnaast zijn er ook nog hogere instituten en andere instellingen voor schone kunsten.
Het Vlaamse hoger onderwijssysteem kent een drie cyclisysteem: de bachelor, de master en het doctoraat. Hiermee sluit Vlaanderen aan op de Europese ontwikkelingen. Daarnaast kent Vlaanderen opleidingen die worden afgesloten met een postgraduaatgetuigschrift. Zie ook: Vlaams kwalificatieraamwerk hoger onderwijs.
Hogescholen bieden professioneel gerichte bacheloropleidingen aan. Hogescholen kunnen, in het kader van een Associatie met een universiteit, ook academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen aanbieden.
Universiteiten bieden academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen aan.
Samenvattend kent Vlaanderen:
- professioneel gerichte bachelors aan hogescholen;
- academisch gerichte bachelors aan hogescholen en universiteiten;
- (academisch gerichte) masters aan hogescholen en universiteiten.
Verschil Nederlandse en Vlaamse hogeronderwijsopleidingen
Een Vlaamse professioneel gerichte bacheloropleiding kent 180 ECTS (drie jaar) en een voltijdse Nederlandse hbo-bacheloropleiding 240 ECTS (vier jaar). In Nederland zijn hbo-bacheloropleidingen toegankelijk voor studenten met een havo-diploma (vijfjarige opleiding secundair onderwijs), terwijl in Vlaanderen de toegang een opleiding van minimaal zes jaar secundair onderwijs vereist. Overigens geldt een vergelijkbare situatie voor masters. Er zijn masters die in Nederland 60 ECTS bedragen en in Vlaanderen 120, en omgekeerd.
Een Nederlandse hbo-bachelor is equivalent aan een Vlaamse professioneel gerichte bachelor, ongeacht de studieduur. De NVAO behandelt Vlaamse professioneel gerichte opleidingen en Nederlandse hbo-opleidingen - evenals de Nederlandse en Vlaamse wetenschappelijke opleidingen - volgens dezelfde internationale standaarden.
Zie ook: diplomawaardering






