Print  Mail pagina  Sitemap   RSS   English  Twitter/NVAO


Buitenlandse locaties (WHW 1.19)

In juni 2012 stuurde staatssecretaris Zijlstra de hogeronderwijsinstellingen een nadere toelichting op het beleid ten aanzien van onderwijsactiviteiten door Nederlandse hogeronderwijsinstellingen in het buitenland:

 

  • instellingen kunnen joint degrees ontwikkelen (en deze laten accrediteren);

 

  • om voor een Nederlands diploma in aanmerking te komen, moeten studenten, die onderwijs op een buitenlandse nevenvestiging volgen, (minstens) een kwart van hun opleiding in Nederland volgen;  Hieronder zijn ook begrepen onderdelen van het curriculum die (mede) worden vorm gegeven door andere instellingen.

 

  • de NVAO kan buitenlandse locaties van Nederlandse hogeronderwijsinstellingen beoordelen wanneer de staatssecretaris hiervoor toestemming geeft;

 

  • de NVAO kan geen opleidingen accrediteren die in het geheel worden verzorgd aan buitenlandse locaties van Nederlandse hogeronderwijsinstellingen.

 

Om voor een Nederlands diploma in aanmerking te komen, moeten studenten een kwart van de opleiding in Nederland volgen. Staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap liet dit in maart 2012 weten aan de Tweede Kamer als reactie op het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar de buitenlandse vestigingen van enkele Nederlandse opleidingen bij Stenden hogeschool.

In februari 2012 informeerde staatssecretaris Zijlstra de Kamer dat artikel 1.19 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) nog niet in werking wordt gesteld. Dit artikel bepaalt dat een hogeronderwijsinstelling geaccrediteerde opleidingen in het buitenland kan verzorgen. Voor de inwerkingtreding van het artikel zijn echter nadere voorschriften nodig bij of krachtens Algemene maatregel van bestuur (AMvB).