Print  Mail pagina  Sitemap   RSS   English  Twitter/NVAO


glossarylist

Woordenlijst

  • Aanbouwdecreet Een decreet dat verderbouwt aan het structuurdecreet en een integraal onderdeel uitmaakt van de hertekening van het hogeronderwijslandschap. Door het Vlaams Parlement zijn al goedgekeurd: a. het flexibiliseringsdecreet; b. het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

  • Aanvullingsdecreet Een decreet dat het door het structuurdecreet hertekende Vlaamse hogeronderwijslandschap aanvult, doordat het materies behandelt die noodzakelijk uit het structuurdecreet voortvloeien of juridische of technische verbeteringen of aanvullingen aan het structuurdecreet aanbrengt. Het eerste aanvullingsdecreet (vaak gewoon als “aanvullingsdecreet” geciteerd) is het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de studenten, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Ook het instemmingsdecreet met het Accreditatieverdrag wordt als aanvullingsdecreet beschouwd (decreet van 2 april 2004 houdende goedkeuring en uitvoering van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en het Vlaamse hoger onderwijs, ondertekend te Den Haag op 3 september 2003).

  • ABRvS Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • Academiejaar In Vlaanderen de periode van één jaar die ten vroegste op 1 september en uiterlijk op 1 oktober begint en eindigt op de dag voor het begin van het volgende academiejaar. De precieze aanvangsdatum wordt bepaald door het bestuur van de betrokken hogeschool of universiteit. Van de vaste duur van één jaar kan uitzonderlijk afgeweken worden indien het instellingsbestuur beslist de start van het academiejaar ofwel te vervroegen ofwel te verlaten.

  • Academisch gerichte bacheloropleidingen Bacheloropleidingen, georganiseerd door universiteiten of hogescholen, die studenten brengen tot een niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder. Deze opleidingen hebben als hoofddoelstelling: het doorstromen naar een masteropleiding en als aanvullende doelstelling het uitstromen naar de arbeidsmarkt.

  • Academisch onderwijs Hogeronderwijsopleidingen die gericht zijn op de algemene vorming en op de verwerving van academische of artistieke kennis en competenties eigen aan het functioneren in een domein van de wetenschappen of van de kunsten. Academisch gerichte opleidingen zijn op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd. In het academisch onderwijs worden de volgende opleidingen aangeboden : a. aan universiteiten en hogescholen: de academisch gerichte bacheloropleidingen en masteropleidingen; b. aan universiteiten: de voorbereiding van een doctoraatsproefschrift.

  • Academisering Het proces waarbij hogeschoolopleidingen van twee cycli (voorheen hoger onderwijs van het lange type) na hun omvorming en inbedding in de bachelor-masterstructuur, dermate worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, dat zij (ten laatste op het einde van het academiejaar 2012-2013) voldoende uitgerust zijn om hun studenten te brengen tot de competenties, eigen aan het academisch onderwijs.

  • Accreditatie Accreditatie is het keurmerk dat aangeeft dat de kwaliteit van de opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld.

  • Accreditatiebesluit Een besluit van het accreditatieorgaan : a. waarin wordt aangegeven of een bestaande opleiding aangeboden door een hogeronderwijsinstelling voldoende generieke kwaliteitswaarborgen in zich draagt, of b. waarin wordt aangegeven of een buitenlandse accreditatie als equivalent wordt erkend.

  • Accreditatieorgaan De term die de wetgeving verwijst naar het orgaan dat bij internationaal verdrag is aangewezen om accreditaties te verlenen en de toets nieuwe opleiding uit te voeren, i.c. de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

  • Accreditatiestelsel Met de komst van de bachelor-masterstructuur in 2002 is ook een stelsel ingevoerd voor accreditatie van bestaande en nieuwe hogeronderwijsopleidingen in Nederland en Vlaanderen. In Nederland is in 2011 een nieuw accreditatiestelsel van start gegaan.

  • ACO Adviescommissie Onderwijsaanbod, keurde eerder nieuwe opleidingen op doelmatigheid voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De doelmatigheidstoetsing gebeurt nu door de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs.

  • Afstandsonderwijs Onderwijs dat onder meer met behulp van multimedia wordt verstrekt, waardoor de student niet aan een bepaalde locatie is gebonden.

  • Afstudeerrichting Een differentiatie in een (geaccrediteerd) opleidingsprogramma met een studieomvang van ten minste dertig studiepunten.

  • Afstudeervariant Universiteiten en hogescholen kunnen een nieuwe opleiding starten wanneer deze door de NVAO is geaccrediteerd en door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Onderwijs doelmatig wordt gevonden. Soms is de nieuwe opleiding een variant op of specialisatie van een bestaande geaccrediteerde afstudeerrichting. Dit zijn volledige opleidingen, waarbij de inhoud echter voor een groot gedeelte gelijk is aan die van de "hoofdrichting". Wanneer de nieuwe afstudeervariant weinig afwijkt van de "hoofdrichting", behoeft deze niet tussentijds te worden geaccrediteerd. Accreditatie moet wel plaatsvinden wanneer de afstudeervariant niet het karakter heeft behouden van de "hoofdrichting": er is dan sprake van een nieuwe opleiding. De NVAO beoordeelt tijdens iedere accreditatie-procedure of de "hoofdrichting" en de op dat moment bekend zijnde afstudeervarianten kwalitatief aan de maat zijn. Studenten die een afstudeervariant volgen, krijgen de bachelor- of mastergraad van de "hoofdrichting", met de aantekening op het diploma dat de desbetreffende afstudeervariant/specialisatie is gevolgd. Instellingen dienen in hun communicatie over afstudeervarianten of specialisaties duidelijk te vermelden onder welke geaccrediteerde "hoofdrichting" de opleiding valt en welke graad de student krijgt na het succesvol afronden van de studie.

  • Ambtshalve geregistreerde instelling Hogescholen, universiteiten, instellingen voor postinitieel onderwijs en de erkende faculteiten der protestantse godgeleerdheid. Deze instellingen zijn van rechtswege gemachtigd opleidingen aan te bieden die leiden tot een erkende graad, voor zover zij daarbij voldoen aan de bepalingen inzake accreditatie en de toets nieuwe opleiding.

  • AMvB Algemene Maatregel van Bestuur, een besluit van de regering waarin de wettelijke regels nader zijn uitgewerkt.

  • Associatie Een vereniging zonder winstoogmerk die bestaat uit enerzijds één rechtspersoon verantwoordelijk voor één universiteit die zowel bachelor- als masteropleidingen kan aanbieden, en anderzijds ten minste één rechtspersoon verantwoordelijk voor een hogeschool. De universiteit of hogescho(o)l(en) kunnen bevoegdheden aan de associatie opdragen. Zij dragen ten minste bevoegdheden over inzake een aantal aangelegenheden, opgesomd in artikel 101 van het structuurdecreet. De associatie is belast met de opmaak van een algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement.

  • Awb Algemene wet bestuursrecht. Artikel 107, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat de wet algemene regels van bestuursrecht vaststelt. Deze algemene regels van bestuursrecht zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb kent een vier doelstellingen: 1. het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving; 2. het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving; 3. het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie hebben afgetekend; 4. het treffen van voorzieningen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in een bijzondere wet lenen.

  • AWT Adviesraad voor het Wetenschap- en Technologiebeleid. De raad adviseert de regering en het parlement over kennis- en innovatiebeleid. De adviezen gaan over de hoofdlijnen van beleid en richten zich op de middellange tot lange termijn.

  • Bachelor-masterstructuur De bachelor-masterstructuur (bama) is per 1 september 2002 ingevoerd om de opleidingen in het hoger onderwijs in Europa beter vergelijkbaar te maken. In Nederland zijn de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs (hbo) omgezet in bacheloropleidingen. De opleidingen in het universitair onderwijs zijn omgezet in bachelor- en masteropleidingen. In 2002 is tevens het accreditatiestelsel ingevoerd.

  • Bachelor-na-bacheloropleiding (banaba) Een bacheloropleiding die openstaat voor personen die al in het bezit zijn van een diploma van een andere bacheloropleiding.

  • Bacheloropleiding Een opleiding in het academisch onderwijs of in het hoger professioneel onderwijs, die aansluit bij het secundair onderwijs en waarvan de studieomvang ten minste 180 studiepunten bedraagt.

  • Bama-stelsel De bachelor-masterstructuur (bama) is per 1 september 2002 ingevoerd om de opleidingen in het hoger onderwijs in Europa beter vergelijkbaar te maken. In Nederland zijn de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs (hbo) omgezet in bacheloropleidingen. De opleidingen in het universitair onderwijs zijn omgezet in bachelor- en masteropleidingen. In 2002 is tevens het accreditatiestelsel ingevoerd.

  • Bekostigd Bekostigde hogeronderwijsinstellingen worden door de overheid gefinancierd. De bekostigde instellingen - openbare en bijzondere universiteiten en openbare en bijzondere hogescholen - zijn opgenomen in een bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

  • Beoordelingskader Volgens artikel 10, eerste lid van het Accreditatieverdrag: het kader ontwikkeld door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) ten behoeve van de accreditatie van opleidingen van hogeronderwijsinstellingen en bestaande uit onderwerpen, facetten en criteria.

  • Beoordelingskader Het beoordelingskader is opgesteld door het accreditatieorgaan voor de accreditatie van bestaande opleidingen in het hoger onderwijs.

  • CfI Centrale Financiën Instellingen (Cfi) te Zoetermeer is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

  • Contactonderwijs Het onderwijs dat verzorgd wordt in een rechtstreeks contact tussen de onderwijsverstrekker en de student en op grond daarvan gebonden is aan een bepaalde plaats van onderwijsverstrekking.

  • CROHO Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).

  • Dienst Uitvoering Onderwijs De Dienst Uitvoering Onderwijs voert als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) in opdracht van de minister van OCW een aantal onderwijswetten en -regelingen uit. De kerntaken zijn financiering, informatiebeheer en het beheer van het CROHO.

  • Diploma Een door de overheid erkend studiebewijs uitgereikt door het bestuur van een onderwijsinstelling aan de student die het hoger onderwijs met goed gevolg heeft voltooid.

  • DVC De Dutch Validation Council (DVC) was onder meer een initiatief van de HBO-raad en VNO-NCW en heeft zich sinds 1997 vooral gericht op het accrediteren van postinitiële masteropleidingen. De door DVC geaccrediteerde opleidingen konden na de start van het bachelor-masterstelsel in 2002 voor 26 september 2003 bij de NVAO een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor de wettelijk erkende accreditatie door de NVAO. Wanneer werd voldaan aan de formele voorwaarden, zoals vastgelegd in de in juni 2003 vastgestelde overgangsregeling DVC, heeft de NVAO de DVC-accreditaties overgenomen. DVC bestaat niet meer zelfstandig en is samengegaan met de Netherlands Quality Agency (NQA).

  • ECTS De studielast van iedere opleiding en iedere onderwijseenheid wordt door het instellingsbestuur uitgedrukt in studiepunten. Bij de start van het bachelor-masterstelsel in 2002 is het nieuwe studiepuntensysteem European Credit Transfer System (ECTS) ingevoerd. In dit systeem kent een: - studiejaar 60 ECTS (is gelijk aan 1680 uren studie (WHW, artikel 7.4, eerste lid); - voltijdse vierjarige hbo-bachelor: 240 ECTS; - driejarige wo-bachelor-opleiding: 180 ECTS; - tweejarig Associate-degreeprogramma (Ad-programma): 120 ECTS; - masteropleiding: 60 ECTS. Meer mag, dat is aan de instelling zelf.

  • Eindtermen Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Scholen moeten deze eindtermen realiseren.

  • ENQA European Network for Quality Assurance in Higher Education.

  • Equivalent De NVAO heeft voor Vlaamse hogeronderwijsopleidingen de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen op basis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. De NVAO heeft haar voorwaarden voor het erkennen van de equivalentie van internationale accreditaties vastgelegd als onderdeel van het accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen en maakt hier sinds januari 2006 gebruik van.

  • Erasmus Belgica Erasmus Belgica is een samenwerkingsproject tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap van België om de mobiliteit te bevorderen van de studenten hoger onderwijs tussen de Gemeenschappen van België. Het biedt aan universiteitsstudenten of hogeschoolstudenten de mogelijkheid om een gedeelte van hun opleiding aan een universiteit of een hogeschool in een andere Gemeenschap door te brengen. Studenten krijgen de kans om via hun studie zich effectief te integreren in de taal en de cultuur van een andere Gemeenschap van België. Het biedt de mogelijkheid zich te leren aanpassen aan een andere omgeving en een andere mentaliteit. De eerste uitwisselingen zijn gestart vanaf het academiejaar 2004-2005.

  • Erasmus Mundus Een programma om de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip te verhogen door middel van samenwerking met derde landen, uitgaande van de Europese Unie en op 5 december 2003 goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad. Het initiatief beoogt het hoger onderwijs in Europa aantrekkelijker te maken voor buitenlandse studenten, zoals bepaald in de Bolognaverklaring. De juridische basis voor het initiatief haalt de EU uit artikel 149, lid 3 van het Verdrag, dat bepaalt dat de Gemeenschap en de lidstaten de samenwerking met derde landen dienen te bevorderen.

  • Erkenningscommissie Een door de Vlaamse regering samengestelde commissie die als opdracht heeft: 1. een oordeel uit te brengen of advies te verlenen: a. op vraag van het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs over de macrodoelmatigheid van nieuwe opleidingen; b. op vraag van de Vlaamse regering over een tijdelijke erkenning op de aanvraag; c. op vraag van de Vlaamse regering over voorgenomen omvormingen; 2. de bekrachtiging van de samenstelling van de visitatiecommissies die opleidingen visiteren aan ambtshalve geregistreerde instellingen; 3. de uitvoering van de indicatieve voortgangstoets.

  • European Consortium for Accreditation European Consortium for Accreditation (ECA) has been established in Cordoba in november 2003. The ultimate aim of the consortium is the achievement of mutual recognition of accreditation decisions among the participants before the end of 2007. The members of ECA believe that mutual recognition of accreditation decisions will contribute to the recognition of qualifications in higher education and the mobility of students in Europe. It will also make life easier for institutions and study programmes operating across borders.

  • Evaluatie Bestuurlijke Hantering Evaluatie Bestuurlijke Hantering (EBH) is de evaluatie die wordt uitgevoerd om na te gaan of een instelling adequaat heeft gereageerd op de uitkomsten van een visitatie van één van haar opleidingen. De EBH is voorgeschreven in de bestuurlijke regeling van december 1998 en vindt circa 2 jaar na het uitkomen van een visitatierapport plaats. Tot voor kort werd deze evaluatie uitgevoerd door de inspectie. Nu heeft de NVAO deze taak overgenomen. De EBH vindt plaats op basis van een analyse van een door de instelling opgestelde Stand van Zaken notitie, eventueel gevolgd door een hoorzitting. Instellingen kunnen bij de NVAO een gemotiveerd verzoek indienen om de analyse te laten verrichten door een VBI. In beide gevallen beslist de NVAO i.o. of het de uitkomsten van de analyse volgt. Een EBH leidt tot drie mogelijke conclusies: a. de instelling heeft bestuurlijk voldoende adequaat gereageerd, of b. er is nog onvoldoende zekerheid over de bestuurlijke hantering; de instelling krijgt nog enige tijd (bijv. 1 of 2 jaar) om meer zekerheid te verschaffen, of c. de instelling heeft onvoldoende adequaat gereageerd. Er is sprake van Langdurig Ernstige Tekortkomingen (LET).

  • Evaluatiebureau Instantie die in opdracht van de hogeronderwijsinstelling een externe beoordeling van een bestaande opleiding uitvoert. De NVAO toetst deze externe beoordeling.

  • Evaluatieorgaan De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). Sinds december 2010 verenigd in de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR)

  • EVC "Eerder verworven competenties" zijn het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen die niet met een studiebewijs zijn bekrachtigd.

  • EVK Een eerder verworden kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg is doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden.

  • Flexibiliseringsdecreet Het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en dringende hogeronderwijsmaatregelen.

  • FWO Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Stichting van openbaar nut, gericht op het verleggen van de kennisgrenzen in alle wetenschapsgebieden, die het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek aan de Belgische universiteiten en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek stimuleert en financiert. Het FWO heeft een confederale structuur, met een Vlaamse en een Franstalige raad van bestuur. De Vlaamse raad van bestuur treedt naar buiten als “FWO-Vlaanderen”.

  • Gemeenschapsonderwijs Het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van: a. het onderwijs ingericht door de universiteiten; b. het onderwijs ingericht door de hogescholen; c. het hoger zeevaartonderwijs; d. het onderwijs georganiseerd door gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand; e. het schriftelijk onderwijs. De Vlaamse Gemeenschap heeft haar onderwijsinrichtende bevoegdheid inzake het gemeenschapsonderwijs opgedragen aan een autonome openbare instelling, “het Gemeenschapsonderwijs” genaamd, die bestuurd word op drie niveaus : de afzonderlijke school, de scholengroep en de Raad van het Gemeenschapsonderwijs op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap. Ieder niveau heeft afgebakende bevoegdheden, opgesomd in het bijzonder decreet van 14 juli 1998.

  • Generieke kwaliteitswaarborgen De Vlaamse descriptoren van de kwaliteit van een opleiding, die betrekking hebben op onderwijsinhoud, onderwijsproces, uitkomst van het onderwijs, materiële voorzieningen en methoden die bij de zelfbeoordeling worden gehanteerd en waarvan de voldoende aanwezigheid de studenten bij de voltooiing van de opleiding brengt tot bepaalde decretaal omschreven competenties, afhankelijk van de aard van de opleiding (professioneel gerichte bachelor, academisch gerichte bachelor, master).

  • Geregistreerde instelling Een niet ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, die een registratieprocedure bij de Vlaamse regering moet doorlopen vooraleer zij dossiers inzake accreditatie of toets nieuwe opleiding kan indienen (vgl. met de ambtshalve geregistreerde instelling).

  • Gesubsidieerde hogeschool Een hogeschool die niet de vorm aanneemt van een Vlaamse autonome hogeschool. De gesubsidieerde hogescholen bestaan uit: - gesubsidieerde vrije hogescholen, die één privaatrechtelijke rechtspersoon aannemen; - gesubsidieerde officiële hogescholen, georganiseerd door een lokaal bestuur, in de praktijk een provincie, of een verzelfstandigd autonoom provinciebedrijf (bvb. Plantijnhogeschool Antwerpen).

  • Getuigschrift Een door de overheid erkend studiebewijs dat door het bestuur van een onderwijsinstelling wordt uitgereikt aan een student die een opleiding heeft doorlopen, maar niet in aanmerking komt voor een diploma. In de praktijk worden de begrippen "getuigschrift" en "diploma" naast en door elkaar gebruikt.

  • Graad Aanduiding van "associate degree", “bachelor”, “master” of “doctor” verleend aan het einde van een opleiding c.q. na promotie met de uitreiking van een diploma.

  • hbo Hoger Beroepsonderwijs (hbo), gericht op de overdracht van theoretische kennis en op de ontwikkeling van vaardigheden in nauwe aansluiting op de beroepspraktijk.

  • Hogeronderwijsregister Een register van alle Vlaamse bachelor- en masteropleidingen en de opleidingstrajecten die leiden tot een postgraduaatgetuigschrift. Het register vermeldt voor iedere opleiding een aantal voorgeschreven gegevens.

  • Initieel onderwijs Hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.3a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW): - wo-bachelor- en wo-masteropleidingen; - hbo-bachelor- en hbo-masteropleidingen. De overige masteropleidingen zijn postinitieel.

  • Inspectie Inspectie van het Onderwijs/Onderwijsinspectie/Inspectie: houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs, rechtmatigheid en doelmatigheid en de naleving van wet- en regelgeving (Wet op het onderwijstoezicht - WOT).

  • Instellingstoets kwaliteitszorg De instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) is "het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de interne kwaliteitszorg en de inzet tot verbetering van de resultaten van een hogeronderwijsinstelling voor zover die betrekking heeft op de kwaliteit van haar opleidingen door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld".

  • ISO Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), studentenorganisatie.

  • Joint degree A recognised degree awarded by higher education institutions that offer the joint programme, attesting the successful completion of this joint programme. It is a single document nationally acknowledged as the recognised award of the joint programme and signed by the competent authorities (rectors, vice-chancellors, ...) of the institutions involved in the joint degree.

  • Joint programme A programme offered jointly by different higher education institutions irrespective of the degree (joint, multiple and double) awarded.

  • KNAW De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) heeft als taken: - advisering op het gebied van de wetenschapsbeoefening; - beoordeling van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek (peer review); - forum voor de wetenschappelijke wereld en bevordering van internationale samenwerking; - koepelorganisatie voor wetenschappelijke onderzoeksinstituten.

  • Kwalificatie Een getuigschrift of diploma uitgereikt na het met goed gevolg voltooien van een formeel opleidings- of scholingstraject. Kwalificatie van een graad: toevoeging die verwijst naar de voltooide opleiding of naar een vakgebied (doctor).

  • LET Langdurig ernstige tekortkomingen (LET) zijn ernstige tekortkomingen die circa twee jaar na constatering nog steeds niet zijn opgeheven of waarover onvoldoende vertrouwen bestaat dat ze binnen afzienbare tijd zullen worden opgeheven.

  • LSVb Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), studentenorganisatie.

  • Macrodoelmatigheidstoets Doelmatigheidstoets, doorgevoerd door de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (Nederland) en de Erkenningscommissie (Vlaanderen) over de macrodoelmatigheid van een nieuwe opleiding. De doelmatigheid wordt bekeken in het licht van onder meer de differentiatie van de voorgestelde opleidingen tegenover andere opleidingen, de behoeften in de arbeidsmarkt, de mogelijke aantrekking van studenten, de inpassing van de opleiding in het bevoegdheids- en deskundigheidsprofiel van de instelling, enzovoorts. Een instelling moet over een positief doelmatigheidsbesluit beschikken voordat een toets nieuwe opleiding bij de NVAO kan worden aangevraagd.

  • Major-minor Model waarbij men in de bacheloropleiding naast een reeks hoofdvakken (de major) een reeks bijvakken volgt in een andere studie of studiegebied (de minor).

  • Master-na-masteropleiding Master-na-masteropleiding (manama): masteropleiding die openstaat voor personen die al in het bezit zijn van een diploma van een masteropleiding.

  • Masteropleiding Een opleiding die studenten tot een gevorderd kennis- en competentieniveau brengt van wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder, dat noodzakelijk is voor de autonome beoefening van de wetenschappen of de kunsten of voor de aanwending van wetenschappelijke of artistieke kennis in de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. Een masteropleiding wordt aangeboden door een hogeschool of een universiteit. Masteropleidingen in het hbo hebben een beroepsgerichte oriëntatie. Sommige maatschappelijk relevante hbo-masters komen in aanmerking voor bekostiging en studiefinanciering. De overheid bekostigt in ieder geval de voortgezette hbo-opleidingen die naar masteropleidingen worden omgezet (bijvoorbeeld de voortgezette kunstopleidingen). Wo-masters zijn wetenschappelijk georiënteerd.

  • Meta-evaluatie Beoordeling of het visitatierapport van een zodanige kwaliteit is dat het oordeel over de kwaliteit van de opleiding op het rapport kan worden gebaseerd. Beoordeeld wordt of het rapport voldoet aan methodologische eisen (adequaat referentiekader) en functionele eisen (de verbeter- en verantwoordingsfunctie).

  • NARIC National Academic (and Professional) Recognition and Information Centre (NARIC). NARIC-Vlaanderen is de Vlaamse unit binnen het NARIC-netwerk van de Europese Economische Ruimte. De Europese Commissie ontwikkelde dit netwerk in 1984 onder de ERASMUS-vlag, nu SOCRATES. NARIC-Vlaanderen verschaft informatie over: a. de toegang tot het hoger onderwijs in Vlaanderen en ook in het buitenland; b. de Vlaamse en buitenlandse onderwijsstelsels en diploma’s en bereidt de beslissingen voor van - de academische erkenning van buitenlandse hogeronderwijsdiploma’s; - de professionele erkenning van Europese onderwijsberoepen; - de niveaubepalingen.

  • NRTO De Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) treedt op als koepel- en belangenorganisatie van Nederlandse particuliere onderwijsinstellingen.

  • Nuffic Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs (o.a. diplomawaardering). Nuffic is de Nederlandse unit binnen het NARIC-netwerk.

  • NWO De Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk Onderzoek (NWO) bevordert de kwaliteit en vernieuwing van wetenschappelijk onderzoek en stimuleert nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek; voert haar taak uit in het bijzonder door het toewijzen van middelen; bevordert de overdracht van kennis van de resultaten van door haar geïnitieerd en gestimuleerd onderzoek ten behoeve van de maatschappij; richt zich bij het uitvoeren van haar taak in hoofdzaak op het universitaire onderzoek. Daarbij let zij op het aspect van coördinatie en bevordert deze waar nodig.

  • OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

  • Omvorming De transformatie van traditionele opleidingen naar opleidingen binnen de bachelor-masterstructuur, op advies van de Erkenningscommissie. De lijst van de bachelor- en de masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen is op 13 februari 2004 vastgelegd door de Vlaamse regering.

  • Onderwijsraad Adviescollege van de regering, beide kamers der Staten-Generaal en van de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

  • Overgangsaccreditatie De Nederlandse en Vlaamse overheid hebben bij het invoeren van de bachelor-masterstructuur en het accreditatiestelsel de bestaande hogeronderwijsopleidingen van rechtswege geaccrediteerd. De overgangsaccreditatie is in Nederland in 2010 vervallen. In Vlaanderen gebeurt dit aan het einde van het academiejaar 2012-2013.

  • Overgangsaccreditering De Nederlandse en Vlaamse overheid hebben bij het invoeren van de bachelor-masterstructuur en het accreditatiestelsel de bestaande hogeronderwijsopleidingen van rechtswege geaccrediteerd. De overgangsaccreditering is in Nederland in 2010 vervallen. In Vlaanderen gebeurt dit aan het einde van het academiejaar 2012-2013.

  • Postgraduaatgetuigschrift Getuigschriften uitgereikt door hogescholen en universiteiten na de succesvolle voltooiing van opleidingstrajecten met een studieomvang van ten minste 20 studiepunten. Het gaat om opleidingstrajecten die in het kader van de verdere professionele vorming een verbreding of verdieping beogen van de competenties verworven bij de voltooiing van een bachelor- of masteropleiding.

  • Postinitieel Postinitiële masteropleidingen [na-ervaringsonderwijs] bouwen voort op een eerder behaalde initiële kwalificatie en zijn vooral gericht op het verdiepen van de beroepsvaardigheden en -kennis bij studenten die werkzaam zijn (geweest). Deze masteropleidingen worden niet bekostigd en hiervoor is geen studiefinanciering te verkrijgen. Accreditatie van postinitiële opleidingen is niet wettelijk verplicht, in tegenstelling tot accreditatie van initiële opleidingen. Echter, alleen geaccrediteerde postinitiële opleidingen hebben het recht om wettelijke (in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) mastergraden te verlenen.

  • Professioneel gerichte bacheloropleidingen Professioneel gerichte bacheloropleidingen beogen de studenten te brengen tot een niveau van algemene en specifieke kennis en competenties die nodig zijn voor de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen.

  • Protocol De beschrijving van de formele en materiële wijze waarop een visitatie door een visitatiecommissie dient te verlopen.

  • Raad van State De Raad van State adviseert regering en parlement over wetgeving en bestuur (afdeling wetgeving). Daarnaast is de Raad van State de hoogste algemene bestuursrechter (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS).

  • Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen Een administratief rechtscollege, opgericht bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, dat uitspraak doet over de beroepen die door studenten worden ingesteld tegen studievoortgangsbeslissingen, na uitputting van het intern beroep tegen dergelijkebeslissingen.

  • Rechtspersoon voor hoger onderwijs Door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen erkende Nederlandse particuliere organisaties (rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid) die geaccrediteerde opleidingen kunnen aanbieden en wettelijk erkende bachelor- en mastergraden kunnen afgeven.

  • Regeringscommissaris Een door de Vlaamse regering aangeduide opdrachthouder, belast met het uitoefenen vanhet toezicht op één of meerdere universiteiten, en, desgevallend, het universitair ziekenhuisverbonden aan een universiteit. Een regeringscommissaris kan ook belast worden met het toezicht op een associatie.

  • Schakelprogramma Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die zich wil inschrijven voor een wetenschappelijke masteropleiding op grond van een in het professioneel/hbo-onderwijs uitgereikt bachelordiploma. Het programma beoogt het bijbrengen van enige algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis.

  • Sociaal-economische Raad van Vlaanderen (SERV) Het advies- en overlegorgaan van de Vlaamse sociale partners. De SERV adviseert het Vlaams Parlement, de Vlaamse regering of een lid van de Vlaamse regering over alle belangrijke sociale en economische aangelegenheden. De SERV formuleert eveneens op eigen initiatief aanbevelingen en standpunten. Daarnaast verricht de SERV ook studiewerk.

  • Specialisatie Universiteiten en hogescholen kunnen een nieuwe opleiding starten wanneer deze door de NVAO is geaccrediteerd en door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Onderwijs doelmatig wordt gevonden. Soms is de nieuwe opleiding een variant op of specialisatie van een bestaande geaccrediteerde afstudeerrichting. Dit zijn volledige opleidingen, waarbij de inhoud echter voor een groot gedeelte gelijk is aan die van de "hoofdrichting". Wanneer de nieuwe afstudeervariant weinig afwijkt van de "hoofdrichting", behoeft deze niet tussentijds te worden geaccrediteerd. Accreditatie moet wel plaatsvinden wanneer de afstudeervariant niet het karakter heeft behouden van de "hoofdrichting": er is dan sprake van een nieuwe opleiding. De NVAO beoordeelt tijdens iedere accreditatie-procedure of de "hoofdrichting" en de op dat moment bekend zijnde afstudeervarianten kwalitatief aan de maat zijn. Studenten die een afstudeervariant volgen, krijgen de bachelor- of mastergraad van de "hoofdrichting", met de aantekening op het diploma dat de desbetreffende afstudeervariant/specialisatie is gevolgd. Instellingen dienen in hun communicatie over afstudeervarianten of specialisaties duidelijk te vermelden onder welke geaccrediteerde "hoofdrichting" de opleiding valt en welke graad de student krijgt na het succesvol afronden van de studie.

  • Specificatie graad De toevoeging van de woorden "of science" of "of arts" aan een graad.

  • Staatsblad Publicatieblad voor alle wetten en AMvB’s. Zonder publicatie in het Staatsblad (Stb.) kunnen wetten en AMvB’s niet in werking treden.

  • Staatscourant Staatscourant (Stcrt): dagblad waarin officiële mededelingen van de overheid en door de wet voorgeschreven publicaties worden opgenomen.

  • Stand van zaken brief De door de instelling op te stellen notitie die antwoord geeft op de vraag of twee jaar na het visitatierapport voldoende verbetering is opgetreden ten aanzien van een eerder geconstateerde Ernstige Tekortkoming of de noodzaak tot Substantiële Verbetering.

  • Structuurdecreet Het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

  • Studentenraad Een raad bestaande uit verkozen studenten, die georganiseerd moet worden bij elke associatie, universiteit en hogeschool. Deze studentenraad kan opgericht worden volgens het model met medebestuur of volgens het participatief model. In het model met medebestuur heeft de studentenraad adviesrecht en bestaat het bestuur van de associatie, universiteit of hogeschool voor 10 procent uit stemgerechtigde studenten. In het participatief model zit ook beraadslaging en raadpleging bij de bevoegdheden van de studentenraad en zit er in het bestuur ten minste één student met raadgevende stem.

  • Studiegebied Eén van de categorieën van inhoudelijk verwante opleidingen vermeld in de artikelen 23 en 24 van het Structuurdecreet waarin opleidingen zijn samengebracht.

  • Studiejaar Het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar,

  • Studieomvang Het aantal studiepunten toegekend aan een opleidingsonderdeel of aan een opleiding. Zie ook "ECTS".

  • Studiepunt Bij de start van het bachelor-masterstelsel in 2002 is het studiepuntensysteem European Credit Transfer System (ECTS) ingevoerd. De studielast van iedere opleiding en iedere onderwijseenheid wordt door het instellingsbestuur uitgedrukt in studiepunten (EC's). In dit systeem kent een studiejaar 60 EC's (= 1680 studie-uren).

  • Substantiële verbetering Dit begrip wordt gebruikt in de context van “Noodzaak tot Substantiële Verbetering”. De term is door de NVAO geïntroduceerd om aan te geven dat blijkens een visitatierapport een instelling een meer dan gemiddelde inspanning moet leveren om de kritiekpunten op een opleiding van de kant van de visitatiecommissie op te heffen. Het begrip is in eerste instantie een positieve formulering van het begrip Ernstige Tekortkoming, maar in de praktijk is het begrip ruimer dan dat. Niet alleen gaat het om punten die volgens de bestuurlijke regeling van 1998 aanleiding gaven tot het label Ernstige Tekortkoming, ook punten die in het licht van toekomstige accreditatie een zeker risico inhouden vallen hieronder. Bij dit laatste valt onder andere te denken aan kritiekpunten van de visitatiecommissie op het vlak van rendement, personeel, organisatie en kwaliteitszorg.

  • Tertiair onderwijs Het hoger onderwijs zoals aangeboden door hogescholen en universiteiten.

  • Tijdelijke erkenning De door de Vlaamse regering verleende machtiging om een opleiding waarover eennegatief accreditatiebesluit is geveld tijdelijk verder te organiseren. De machtiging wordt verleend op grond van een bij de regering ingediend verbeterplan. Van rechtswege: de ambtshalve machtiging om een opleiding waarover een negatief accreditatiebesluit is geveld tijdelijk verder te organiseren. De machtiging vloeit voort uit het feit dat tegen het accreditatiebesluit een beroep bij de Vlaamse regering is ingesteld c.q. het feit dat tegen het accreditatiebesluit of de nietvernietiging van het accreditatiebesluit (door de Vlaamse regering) een jurisdictioneel beroep is ingesteld.

  • TNO De toets nieuwe opleiding (tno) is het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld. Na een positieve beoordeling kan de instelling in Nederland de nieuwe opleiding laten registreren in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs en in Vlaanderen laten erkennen door de Vlaamse regering.

  • Toets nieuwe opleiding De toets nieuwe opleiding (tno) is het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld.

  • Tractatenblad Publicatieblad voor verdragen.

  • Vakgebied Tak van de wetenschap waarover het zelfstandig academisch personeel van een universiteit onderwijs verstrekt, wetenschappelijk onderzoek verricht of wetenschappelijke dienstverlening verleent.

  • Validerende instantie Een instantie belast met het uitreiken van bewijzen van bekwaamheid en het doorvoeren van het daaraan voorafgaande bekwaamheidsonderzoek. Als validerende instantie kunnen optreden het bestuur van een associatie of een verzelfstandigd orgaan onder het gezag of het toezicht van één of meer associatiebesturen.

  • Variant Een opleiding kan in verschillende vormen worden aangeboden: voltijd, deeltijd en duaal. In het kader van accreditatie gelden de verschillende opleidingsvormen als één opleiding. Er is dus één accreditatiebesluit. De NVAO heeft in de kaders bepaald, dat zij voor iedere opleidingsvorm afzonderlijk de basiskwaliteit gewaarborgd wil zien. Daarom wordt aan de gehele opleiding accreditatie onthouden wanneer één van de varianten niet aan de basiskwaliteit voldoet. Accreditatie wordt verleend als de instelling beslist dat de afgekeurde variant wordt beëindigd of alleen wordt aangeboden nadat is vastgesteld dat deze ook de vereiste basiskwaliteit heeft verworven. Hogeronderwijsinstellingen kunnen zonder toets vooraf de deeltijd- en duale varianten van een geaccrediteerde (voltijd)opleiding laten registreren. Het oorspronkelijke voltijdse programma kan ook - binnen zekere grenzen - worden aangepast zonder toetsing. E.e.a. wordt getoetst bij de volgende accreditatie.

  • Verbeterplan Een gedetailleerd verbeterplan dat gevoegd wordt bij een aanvraag tot tijdelijke erkenning na een negatief accreditatiebesluit. Met het plan geeft het instellingsbestuur aan hoe het de kwaliteit en het niveau van de opleiding wil verbeteren.

  • Verdrag Het Verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs, ondertekend te Den Haag op 3 september 2003.

  • Vereniging Hogescholen De Vereniging Hogescholen treedt op als koepel- en belangenorganisatie van Nederlandse hogescholen.

  • Visitatiecommissie Een door een evaluatieorgaan samengesteld onafhankelijk panel van externe deskundigen, dat een opleiding visiteert op basis van het door het accreditatieorgaan opgestelde kader en relevante protocollen.

  • VLHORA De Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) is het officieel overleg- en adviesorgaan van de hogescholen. De VLHORA functioneert binnen het accreditatiestelsel als evaluatieorgaan. De VLHORA gaat in 2012-2013 met de VLIR op in de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR).

  • VLIR De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) is een autonoom overlegorgaan voor Vlaamse universiteiten. De VLIR functioneert binnen het accreditatiestelsel als evaluatieorgaan. De VLIR gaat in 2012-2013 met de VLHORA op in de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR).

  • VLOR De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) is een Vlaamse openbare instelling. Hij kan advies geven, overleg plegen of onderzoek doen over alle onderwijsmateries waarvoor de Vlaamse gemeenschap bevoegd is. De VLOR kent een Raad Hoger Onderwijs. De Vlaamse minister van onderwijs en de Vlaamse regering zijn verplicht de VLOR om advies te vragen over alle voorontwerpen van decreet en beleidsbrieven over onderwijs. De VLOR kan op eigen initiatief adviezen formuleren en studiewerk (laten) uitvoeren. Tot slot heeft de VLOR de opdracht een forum te zijn voor overleg tussen de verschillende partners die betrokken zijn bij het onderwijs.

  • VLUHR De Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR) is een samenvoeging van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). De samenvoeging is in 2012-2013 afgerond. De VLUHR functioneert binnen het accreditatiestelsel als evaluatieorgaan.

  • Voorbereidingsprogramma Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die niet in het bezit is van een diploma dat op rechtstreekse wijze toelating verleent tot de opleiding waarvoor hij of zij zich wil inschrijven.

  • Voortgezette opleiding Aanvullende en gespecialiseerde opleidingen die na de start van de bachelor-masterstructuur zijn omgevormd tot bachelor- en masteropleidingen en in Vlaanderen ook tot bachelor-na-bachelor- en master-na-masteropleidingen.

  • Vrijstelling De ontheffing van een opleidingsonderdeel uit een opleidingsprogramma waarover geen examen meer moet worden afgelegd op grond van een eerder met goed gevolg afgelegd examen, op grond van elders verworden competenties of van eerder verworven kwalificaties. De studieomvang van de verleende vrijstellingen wordt wel meegerekend voor het bepalen van de studieduur van de opleiding, behoudens andere voorschriften inzake de studieomvang.

  • VSNU De Vereniging van Universiteiten (VSNU) treedt op als koepel- en belangenorganisatie van Nederlandse universiteiten.

  • VVS De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), studentenorganisatie.

  • WHW Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

  • Zbo Zelfstandig bestuursorgaan.





NVAO

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie

Parkstraat 28

2514 JK Den Haag

Postbus 85498
2508 CD Den Haag

contact / route