FAQ
- Wat is accreditatie
- Wie kunnen accreditatie aanvragen?
- Wat is het verschil tussen Nederlandse en Vlaamse opleidingen?
- Hoe kan ik zien of een opleiding is geaccrediteerd?
- Wat is een afstudeerrichting/specialisatie?
- Wat betekent EC(TS)?
- Geldt accreditatie voor voltijd, deeltijd en duaal?
- Kan ik mijn buitenlandse accreditatie bij de NVAO equivalent laten verklaren?
- Twee bestaande opleidingen samenvoegen: dan ook een toets nieuwe opleiding?
- Wat is de waarde van mijn buitenlandse diploma?
- Wat zijn de verschillen tussen hbo en wo?
- Wanneer moet een aanvraag worden ingediend?
- Geldt de accreditatie voor verschillende locaties?
- Vlaamse nieuwe opleidingen van voor 1 september 2009 vallen niet onder OD XIX
- Is een herstelperiode mogelijk?
- Hoe kun je worden erkend als hogeronderwijsinstelling?
- Accreditatie van rechtswege
- Kader voor onderzoek in hbo
- Wat is de definitie van de student-docentratio?
Wat is accreditatie |
| Accreditatie is "het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld". De bachelor-masterstructuur (bama) is in 2002 ingevoerd om de opleidingen in het hoger onderwijs in Europa beter met elkaar te kunnen vergelijken. Daarnaast hebben de landen in Europa een accreditatiestelsel ingevoerd. In Nederland en Vlaanderen is accreditatie een voorwaarde voor de bekostiging/financiering van een bachelor- of masteropleiding door de overheid; voor het recht van instellingen om erkende diploma's af te geven en in Nederland voor het toekennen van studiefinanciering aan studenten. |
| Omhoog |
Wie kunnen accreditatie aanvragen? |
|
In Nederland beoordeelt de NVAO opleidingen van bekostigde hogeronderwijsinstellingen (universiteiten, hogescholen) en rechtspersonen voor hoger onderwijs (erkende private instellingen). In Vlaanderen vragen zowel ambtshalve geregistreerde instellingen als geregistreerde instellingen bij de NVAO beoordelingen van opleidingen aan. Private organisaties kunnen een erkenning aanvragen als hogeronderwijsinstelling: in Nederland als rechtspersoon voor hoger onderwijs en in Vlaanderen als geregistreerde instelling. |
| Omhoog |
Wat is het verschil tussen Nederlandse en Vlaamse opleidingen? |
| Alle professionele bachelors in Vlaanderen tellen 180 ECTS, alle Nederlandse hbo-bachelors 240 ECTS. Beiden beantwoorden aan de Dublindescriptoren voor bachelors (althans de geaccrediteerde opleidingen). Van belang is dat de Nederlandse hbo-opleidingen steeds een propedeusejaar hebben. Een Nederlandse hbo-bachelor is equivalent aan een Vlaamse professionele bachelor, ongeacht de studieduur. Het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen voorziet in een gelijkwaardige toegang tot vervolgopleidingen. Overigens geldt een vergelijkbare situatie voor masters. Er zijn masters die in Nederland 60 ECTS bedragen en in Vlaanderen 120, en omgekeerd. |
| Omhoog |
Hoe kan ik zien of een opleiding is geaccrediteerd? |
|
1. In de NVAO-databank staan alle door de NVAO geaccrediteerde Nederlandse en Vlaamse hogeronderwijsopleidingen, inclusief besluit en bijbehorend (advies)rapport; 2. het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) is het officiele register van geaccrediteerde opleidingen binnen het Nederlandse hoger onderwijs; 3. Het Hogeronderwijsregister (HOR) is het officiele register van geaccrediteerde opleidingen binnen het Vlaamse hoger onderwijs, en bevat tevens nieuwe, (tijdelijk) erkende bachelor- en masteropleidingen; 4. De website Qrossroads bevat informatie over geaccrediteerde hogeronderwijsopleidingen in Europa. |
| Omhoog |
Wat is een afstudeerrichting/specialisatie? |
|
Sommige opleidingen zijn een aparte afstudeerrichting (of specialisatie, track) van een bestaande geaccrediteerde opleiding. Wanneer de specialisatie weinig afwijkt van de "hoofdrichting", behoeft de nieuwe specialisatie niet tussentijds worden geaccrediteerd. De NVAO beoordeelt bij accreditatie van de "hoofdrichting" de op dat moment bekend zijnde afstudeerrichtingen. Studenten die een specialisatie volgen, krijgen de graad van de "hoofdrichting", met de aantekening op het diploma dat de desbetreffende specialisatie is gevolgd. Instellingen dienen in hun communicatie over specialisaties duidelijk te vermelden onder welke geaccrediteerde "hoofdrichting" deze valt en welke graad de student krijgt na het succesvol afronden van de studie.
In Vlaanderen wordt tevens het begrip "variant" gebruikt voor "afstudeerrichting". Voor Nederland gelden als "varianten": opleidingen die in voltijd, deeltijd, duaal of als Ad (associate degree) worden gegeven. |
| Omhoog |
Wat betekent EC(TS)? |
|
Bij de start van het bachelor-masterstelsel in 2002 is het European Credit Transfer System studiepuntensysteem (ECTS) ingevoerd. In dit systeem kent een: - studiejaar minimaal 60 EC (studiepunten) = 1680 studie-uren; |
| Omhoog |
Geldt accreditatie voor voltijd, deeltijd en duaal? |
|
Een Nederlandse opleiding kan in verschillende vormen worden aangeboden: voltijd, deeltijd en duaal (WHW, artikel 7.7). De verschillende opleidingsvormen gelden als één opleiding: er is dus één accreditatiebesluit. Gedurende de looptijd van een accreditatie kan een opleiding nieuwe varianten starten en in het CROHO laten registreren. Bij de eerstvolgende accreditatie wordt dan de opleiding in al haar verschijningsvormen beoordeeld. Indien de opleiding doorgaat, maar een variant stopt kan gedurende de looptijd van de accreditatie een nieuwe variant worden opgestart. Het aanknopingspunt voor accreditatie is steeds de opleiding, niet de variant.
Deeltijdse opleidingen zijn specifiek gericht op studenten met werk(ervaring), die niet op de gangbare uren het voltijdse programma kunnen volgen. Bij de duale opleiding wordt een overeenkomst gesloten tussen instelling, student en werkgever, waarin diverse afspraken zijn vastgelegd, onder andere over de wijze waarop een deel van de opleiding op de werkplek wordt gerealiseerd (WHW, artikel 7.7, leden 2 tot en met 5). |
| Omhoog |
Kan ik mijn buitenlandse accreditatie bij de NVAO equivalent laten verklaren? |
| De NVAO heeft voor Vlaamse opleidingen in het hoger onderwijs de bevoegdheid om internationale accreditaties als equivalent te erkennen op basis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. De NVAO heeft haar voorwaarden voor het erkennen van de equivalentie van internationale accreditaties vastgelegd als onderdeel van het Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen en maakt hier sinds januari 2006 gebruik van. |
| Omhoog |
Twee bestaande opleidingen samenvoegen: dan ook een toets nieuwe opleiding? |
| Wanneer de oude opleiding voor meer dan 60 procent in de nieuwe opleiding wordt opgenomen (= planningsneutraal), ontstaat geen nieuwe opleiding en behoeven geen doelmatigheidtoets en kwaliteitstoets plaats te vinden. Wanneer de samenvoeging niet planningsneutraal gebeurt (dus meer dan 40% afwijkt), dan is dat wel het geval. Dit geldt ook wanneer de instelling de oude opleidingen wil behouden. Wanneer de vernieuwde opleiding start, worden de oude CROHO-nummers opgeheven en stopt de inschrijving van nieuwe studenten in de oude opleidingen. |
| Omhoog |
Wat is de waarde van mijn buitenlandse diploma? |
| Diplomawaardering toont aan met welke opleiding een buitenlands diploma kan worden vergeleken en vice versa. Opleidingen verschillen sterk van land tot land. Daarom kunnen ook algemene diplomabeschrijvingen worden opgesteld. Zie ook: diplomawaardering |
| Omhoog |
Wat zijn de verschillen tussen hbo en wo? |
|
Nederlands opleidingen in het hoger beroepsonderwijs (hbo) en Vlaamse professioneel gerichte opleidingen hebben een beroepsgerichte oriëntatie. Nederlandse en Vlaamse universitaire opleidingen leiden op tot een academische oriëntatie in een bepaald vakgebied. Een Vlaamse professionele bacheloropleiding neemt 180 ECTS in beslag (drie jaar) en een Nederlandse hbo-bacheloropleiding 240 ECTS (vier jaar). Een vergelijkbare situatie geldt voor masters: er zijn Nederlandse masters die 60 ECTS bedragen en Vlaamse van 120, en omgekeerd. Een Nederlandse hbo-bachelor is equivalent aan een Vlaamse professionele bachelor, ongeacht de studieduur. De NVAO behandelt de Nederlandse en Vlaamse bachelor- en masteropleidingen volgens dezelfde internationale standaarden. |
| Omhoog |
Wanneer moet een aanvraag worden ingediend? |
|
Een Nederlandse instelling/opleiding moet uiterlijk een jaar voordat de bestaande accreditatietermijn afloopt bij de NVAO een aanvraag indienen. De accreditatietermijn is zes jaar. In Vlaanderen geldt een aanvraagtermijn van zes maanden voor het verstrijken van de lopende accreditatie of van erkenning en een accreditatietermijn van acht jaar. Nieuwe opleiding zijn geaccrediteerd tot en met het einde van het tweede academiejaar volgend op het einde van het academiejaar waarin voor de eerste maal de voor de nieuwe opleiding bepaalde studieomvang geheel doorlopen werd. |
| Omhoog |
Geldt de accreditatie voor verschillende locaties? |
| In het beoordelingsproces wordt de kwaliteit van de opleiding op alle locaties getoetst. Als de kwaliteit op één van de locaties onder de maat is, is accreditatie uitgesloten. Wel wordt accreditatie verleend wanneer de opleiding op de afgekeurde locatie wordt beëindigd of weer wordt aangeboden als de kwaliteit is goedgekeurd. |
| Omhoog |
Vlaamse nieuwe opleidingen van voor 1 september 2009 vallen niet onder OD XIX |
|
Artikel 62, §8, van het Structuurdecreet bepaalt dat "de nieuwe opleiding (...) geacht (wordt) geaccrediteerd te zijn tot en met het einde van het tweede academiejaar volgend op het einde van het academiejaar waarin voor de eerste maal de voor de nieuwe opleiding bepaalde studieomvang geheel doorlopen werd".
De bepaling is op 1 september 2009 ingevoegd door middel van Onderwijsdecreet XIX. Deze inwerkingtredingsbepaling voorziet geen retroactieve inwerkingtreding, en omvat ook geen temporele functie.
Dit betekent dat het decreet niet aangeeft dat de nieuwe regeling ook van toepassing is op rechtsfeiten uit het verleden en ook voor die feiten de oude regeling vervangt. Hierdoor kan de nieuwe bepaling van artikel 62, §8, niet worden toegepast op al genomen NVAO-besluiten toets nieuwe opleiding die dateren voor 1 september 2009. Deze besluiten blijven gehandhaafd (i.c. erkenning nieuwe opleiding voor vier academiejaren). |
| Omhoog |
Is een herstelperiode mogelijk? |
| Ja, de NVAO kan de geldigheidsduur van het laatstgenomen accreditatiebesluit of het positieve besluit toets nieuwe opleiding eenmalig verlengen met een periode van ten hoogste twee jaar (WHW, artikel 5a.12a). De opleiding krijgt hierdoor tijd om de opleiding te verbeteren. |
| Omhoog |
Hoe kun je worden erkend als hogeronderwijsinstelling? |
|
Particuliere organisaties die geen financiering ontvangen van de overheid kunnen in Nederland door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden erkend als rechtspersoon voor hoger onderwijs en daarmee geaccrediteerde opleidingen aanbieden. In Vlaanderen kunnen instellingen alleen bij decreet (Vlaamse wet) of bij besluit van de Vlaamse regering worden erkend. Bij decreet gaat het om ambtshalve geregistreerde instellingen, bij besluit om een geregistreerde instellingen. Alle erkende instellingen worden opgenomen in het Hogeronderwijsregister. |
| Omhoog |
Accreditatie van rechtswege |
| In 2002 is in Nederland het bachelor-masterstelsel en het accreditatiestelsel ingevoerd. In 2005 in Vlaanderen. De bestaande opleidingen zijn toen door de wetgever ‘van rechtswege’ geaccrediteerd. Daarna kwamen zij bij de NVAO langs voor hun eerste accreditatiebeoordeling volgens het nieuwe systeem. Nieuwe opleidingen kwamen direct naar de NVAO. In Nederland is dit proces inmiddels afgerond en geldt sinds 2011 een nieuw (‘tweede fase’) accreditatiestelsel. In Vlaanderen wordt in 2012 de eerste fase afgerond en waarschijnlijk in 2013 een nieuw accreditatiestelsel gestart. |
| Omhoog |
Kader voor onderzoek in hbo |
| De NVAO beoordeelt geen onderzoek aan hogescholen (hoger beroepsonderwijs). Dit gebeurt aan de hand van het validatiekader van de Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO). |
| Omhoog |
Wat is de definitie van de student-docentratio? |
|
De definitie van de student-docentratio luidt: “De verhouding tussen het totaal aantal ingeschreven voltijdstudenten en het totaal aantal fte’s aan onderwijzend personeel van de opleiding in het meest recente studiejaar.”
Bij de berekening gaat het dus om het aantal uren dat het personeel van de opleiding besteedt aan het verzorgen van onderwijs. Uren besteedt aan onderzoekstaken van wetenschappelijk personeel worden niet meegerekend; uren van ingehuurde gastdocenten worden wel meegerekend. Daarbij wordt uitgegaan van een voltijdinzet van 1 fte = 38 uur per week. |
| Omhoog |






