Educatieve minor
![]()
De beoordeling van een educatieve minor wordt meegenomen bij de accreditatie van bachelor- of masteropleidingen op basis van gerealiseerde kwaliteit.
Universiteiten kunnen voor het moment van beoordelen zelf een keuze maken uit een van onderstaande modellen:
1. beoordeling met bachelor
De educatieve minoren worden beoordeeld op het moment dat de bachelor worden gevisiteerd. Het panel zal hierbij, naast het oordeel over die bachelor, tevens aandacht moeten besteden aan de volgende vraag:
Stelt de opleiding (180 EG, waarvan circa 150 EG + educatieve minor van minimaal 30 EG) de studenten in staat om te voldoen aan de wettelijke beroepsvereisten voor leraren?
Het panel zal zich hierbij moeten richten op het aansluiten van de opleiding bij de beroepsvereisten voor (tweedegraads) leraar VO/BVE, de inhoud en vormgeving van het programma van de educatieve minor, de kwantiteit en de kwaliteit van het personeel dat wordt ingezet, de toetsing en het gerealiseerde niveau.
Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het werkplekleren (stages) en de begeleiding die de studenten daarbij krijgen. De studenten die een bachelor-scriptie schreven over een educatief of vakdidactisch onderwerp, zullen ook in het oordeel moeten worden betrokken.
Voor deze beoordeling van de educatieve minor dient in het panel de nodige deskundigheid inzake lerarenopleiding en (vak)didactiek aanwezig te zijn. In het visitatierapport van de vakbachelor wordt per standaard uit het beoordelingskader een aparte score (en motivering daarvan) gegeven voor de educatieve minor. Ook formuleert het panel een apart eindoordeel.
2. beoordeling met eerstegraads lerarenopleidingen (ULO's)
De educatieve minoren worden beoordelen in de context van de visitatie/accreditatie van de eerstegraads lerarenopleidingen (ULO's). Het panel zal hierbij in verband met de educatieve minor een gelijkaardige algemene vraag moeten beantwoorden:
Stelt de educatieve minor (minimaal 30 EG) de studenten in staat om te voldoen aan de wettelijke beroepsvereisten voor leraren?
Het panel kan zich hierbij toespitsen op het 'meesterschap': de pedagogische de (vak)didactische component uit het competentieprofiel van de leraar. Het 'vakmanschap' (de vakinhoudelijke component) moet dan geborgd worden beschouwd op basis van de accreditatie van de bachelor.
In het visitatierapport van de ULO's worden voor de educatieve minoren per standaard uit het beoordelingskader aparte scores (en motivering) gegeven én een apart eindoordeel.
Onderzoek
In februari 2011 bleek uit het onderzoek Een nieuwe route naar het leraarschap in opdracht van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) dat de educatieve minor hoog wordt gewaardeerd door zowel de betrokken scholen als door de studenten: de minor voldoet ruimschoots aan de verwachtingen en de studenten beheersen hun vak goed.
Voorgaande beoordelingsrondes
De NVAO heeft in 2009 en 2010 de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geadviseerd over de kwaliteit van de educatieve minoren.
De beoordeling van educatieve minoren vond in die periode plaats in drie rondes.
In februari en april 2010 kon de NVAO positief adviseren over aanvragen van drie universiteiten. In oktober 2009 vond de ronde plaats voor universiteiten die nog geen eerstegraads lerarenopleidingen aanboden. De beoordelingsronde van mei-juni 2009 was bestemd voor universiteiten die eerstegraads lerarenopleidingen aanbieden: de NVAO kon toen tien positieve adviezen formuleren.






