Bezwaar maken
In Vlaanderen staat tegen een ontwerp van besluit van de NVAO bezwaar open op basis van:
- Bezwarenprocedure NVAO Vlaanderen;
- Handleiding accreditatie Vlaamse Gemeenschap;
- Reglement bestuursbeginselen bij besluitvorming inzake accreditatie en toets nieuwe opleiding.
Een instellingsbestuur bezorgt zijn bezwaren of opmerkingen in een antwoordnota binnen een vervaltermijn van tien kalenderdagen, in het geval van
een aanvraag toets nieuwe opleiding, dan wel vijftien kalenderdagen, in het geval
van een accreditatieaanvraag, die ingaat de dag na deze van ontvangst van het ontwerprapport. (opmerkingen van technische aard kunnen altijd worden overgemaakt aan de NVAO).
Wanneer het bezwaar de NVAO noopt tot het inwinnen van bijkomend advies, wordt de behandeltermijn van de aanvraag tot zes maanden verlengd.
Sinds 1 september 2009 geldt dat in een visitatieprotocol een bezwarenprocedure moet zijn opgenomen (Onderwijsdecreet XIX). Een instelling kan inhoudelijke bezwaren formuleren ten aanzien van het ontwerpvisitatierapport. De visitatiecommissie moet in het rapport opnemen op welke punten het bezwaar al dan niet is gevolgd en wat de redenen daarvoor zijn. Wanneer de instelling kan aantonen dat de bezwaren zijn veronachtzaamd door de commissie, kan een aanvullende nota aan de accreditatieaanvraag worden toegevoegd. De aanvullende nota wordt door de NVAO betrokken bij de beoordeling van de regelmatigheid en volledigheid van het visitatierapport.
Bezwaren moeten in een antwoordnota aan de NVAO worden bezorgd. Het instellingsbestuur kan aan de antwoordnota als bijlage die stukken toevoegen die het relevant acht. Deze worden gebundeld aangeboden en zijn op een inventaris ingeschreven. In de antwoordnota wordt een voldoende en duidelijke omschrijving gegeven van volgende elementen:
- de geschonden geachte regel en/of behoorlijkheidsnorm;
- de wijze waarop die regel en/of behoorlijkheidsnorm naar het oordeel van het instellingsbestuur door het ontwerp geschonden word(t)(en).
Een ontvankelijke antwoordnota wordt zonder uitstel ter advies voorgelegd aan een door de NVAO aangesteld college, dat bestaat uit drie aan de NVAO vreemde leden, zijnde twee deskundigen op het vlak van de opleiding en één jurist-voorzitter. De NVAO neemt op grond van het advies een gemotiveerde eindbeslissing. In de motivering moet worden aangegeven op welke wijze gevolg werd gegeven aan de verschillende door het instellingsbestuur aangevoerde bezwaren en opmerkingen.
Tegen een beslissing op bezwaar staat beroep open bij de Vlaamse regering en vervolgens bij de Raad van State.






