Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & Artikelen20072006200520042003CorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbriefRSS FeedsToespraken & Artikelen
'Stop vanuit loopgraven te denken', Karl Dittrich, voorzitter NVAO, debat over hoger onderwijs, ScienceGuide 11 december 2006
We hebben bij de NVAO de afgelopen jaren een redelijk beeld ontwikkeld van de stand van de kwaliteit van ons hoger onderwijs. Met bijna 1000 accreditaties van opleidingen is zo’n beeld feitelijk beschikbaar. Een beeld dat externe deskundigen in die 1000 rapportages hebben geformuleerd. Het overgrote deel van het HO voldoet geheel aan de vereiste basiskwaliteit. Dat mag ik toch wel een geruststellende conclusie noemen. En het mag duidelijk zijn: die 1000 rapportages van externen zijn dus geen 'slager die zijn eigen vlees keurt'. Ook dat is een geruststellende conclusie. Maar ze is in die zin beperkt, dat het hier gaat om het vaststellen van de basiskwaliteit.
Karl Dittrich kan en wil zijn zorg niet langer inhouden. "Dit soort debat over het hoger onderwijs is niet goed, ook de reacties vanuit het HO zijn dat niet". Kritiek als die vanuit Beter Onderwijs Nederland, prof. Arnold Heertje en anderen maken de NVAO-voorzitter even gramstorig als de toon en inhoud van de reacties daarop. Vanuit het HO "klinken daarop ook alleen maar verwijten en boosheid. Dat is net zo min goed, zelfs als je ook deze kritiek als wederwoord begrijpen kunt. Het onderwijs is echt te belangrijk om vanuit de loopgraven alleen maar op elkaar te schieten".
Je merkt wel dat het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland hoog staat aangeschreven. Dat geldt de hogescholen en de universiteiten beide in hun vakgebied. Internationaal is er geen reden om aan die stand van zaken te twijfelen. Dat is een wezenlijk signaal.
Wie evenmin ontevreden is, dat is de arbeidsmarkt, zo stel ik vast. De werkloosheid van hoog opgeleiden is veel lager dan bij onze buren. Men ziet nog eerder een gebrek aan mensen uit het HO, dan gebrek aan waardering voor hun kwaliteit en vakmanschap in de arbeidsmarkt. De visitatierapportages laten die ook concreet zien, als je leest wat de commentaren en analyses vanuit het bedrijfsleven en de beroepspraktijk daarin aangeven. Dat komt zowel bij de hbo- als de wo-opleidingen aan de orde. Voor beide geldt dit, en als je de vraag naar talent uit beide richtingen ziet, merk je dat de opleidingen het prima doen op de arbeidsmarkt.
Toch hoor ik dan van de critici dat er geen aandacht is voor de grote vragen naar kwaliteit. Die zouden veronachtzaamd worden, die zou men niet meer willen stellen. Maar ik zie diezelfde vragen steeds en met grote stelligheid terugkomen. In elke visitatie staan ze weer vooraan: 'Is het kennisniveau voldoende?', 'Ligt er niet te veel nadruk op zelfsturing, op te zelfstandige werkvormen?', 'Doet u niet aan teveel extensivering van het onderwijs?', 'Wat stelt die begeleiding en het mentoraat bij u voor?'
Maar ook in didactisch opzicht zijn de vragen naar de kwaliteit stelselmatig scherp en to the point. 'Kent u niet alleen maar wat algemeen geldige formules in plaats van het noodzakelijke maatwerk voor de student?', 'Hoe vult u dat concreet in?' Allemaal heel herkenbare vragen, die in elke visitatie centraal staan in de controle op de kwaliteit. Van veronachtzaming is geen sprake!
En die zorg om de kwaliteit zit heel diep. Alle betrokkenen formuleren ze: de leden van de panels, peers dus uit de beroepspraktijk en de wetenschap, de VBI’s in hun rapportages. Ik herinner me nog goed hoe vorig jaar ook Jonathan Mijs en Evelien van Roemburg, de studenten-voorzitters, die vragen op tafel legden. "De lat mag van ons best wat hoger", zeiden ze er voor alle duidelijkheid bij. Voortreffelijk dus. Allerlei groeperingen met allerlei motieven zijn voortdurend alert op zulke vragen en zorgen. Die zijn het privilege van niemand, ook niet van Beter Onderwijs Nederland.
De kritiek zoals die nu klinkt, ook van BON, die is niet goed. Niets deugt.
Dat gaat zo niet. Zulke kritiek blijkt aldoor niet of slecht onderbouwd en zij nodigt zo niet uit tot een beredeneerd weerwoord. Zo’n reactie krijgt ook geen kans, omdat slechts klinkt dat niets deugt en deugen kan. Je komt zo dus niet meer toe aan een poging tot het voorleggen van een verbeterslag in het antwoord op de kritiek. Jammer is dat! Jammer dat een dialoog zo niet tot stand komt, komen kan. Ik werp dat beide tendenties in het debat voor de voeten! Het BON bijvoorbeeld brengt ongenuanceerde betogen, volstaat met oneliners. Dat is niet goed.
Het hoger onderwijs schiet direct in de verwijtende afweerhouding. "Nostalgische verhalen", "achterhaald", "moeten we dan in tenten les geven?" Is ook niet goed dus. Het onderwijs is echt te belangrijk om vanuit loopgraven te denken en alleen maar op elkaar te schieten. Het onderwijs, het debat over de kwaliteit daarvan zijn mij te lief, zijn te belangrijk om het daarbij te laten.
Voor de korte termijn zou ik willen voorstellen dat we wèl een inhoudelijk gesprek willen voeren. Het hoger onderwijs en de vertolkers van zorgen hebben met elkaar de dialoog aan te gaan, inhoudelijk. Maak daar nou eens eerlijk verslag van, laat nou luisteren naar elkaars zorgen en gedachten. Reageer toch vooral op de dingen waar je samen van beseft en weet dat ze natuurlijk beter kunnen. Maak daar werk van, spreek elkaar op zulke punten uit het verslag eens aan. Zou ScienceGuide dat willen doen? Het zou echt helpen als we dat deden.
Ik heb voor een langere termijn ook een verlangen rond dit debat. Recent heb ik een reactie gegeven op het Britse rapport The future of European universities: Renaissance or decay? van Richard Lambert en Nick Butler. Er is ook het rapport-Wijffels, en de Kennisinvesteringsagenda. Die gaan allemaal uit van een ambitieus, stevig beeld van wat ons land met zijn kennissector in 2015 moet kunnen en willen waar maken. Het zou toch erg goed zijn als de nieuwe minister dit als start van het debat zou oppakken. En laten we vanuit 2015 eens terugredeneren: wat zouden we nu al moeten ontwikkelen, aanpakken, verbeteren om daar naartoe te kunnen gaan? Zo zou het debat echt meer opleveren en uit de sfeer van verdachtmaking en verwijt kunnen komen. Hebben ze dat in Finland ook al gedaan? Bij Sitra, hun innovatieplatformclub? Schrijf dat dan maar op, laten we daar toch ook naar kijken.
