Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & Artikelen20072006200520042003CorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbriefRSS FeedsToespraken & Artikelen
'Terugblik op bedoelingen accreditatiestelsel', toespraak door Karl Dittrich, voorzitter NVAO, tijdens het accreditatiecongres van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid te Nijmegen, 12 oktober 2005.
N.B. Spreekschets. Alleen het gesproken woord geldt.
DOELSTELLINGEN
A. Beleid
– Bologna 1999: 29 ondertekenaars en Bergen 2005: 45 ondertekenaars: enorm "Europees” succes.
–doelstellingen:
- bevordering mobiliteit studenten;
- bevordering internationalisering arbeidsbevolking;
- vergroten competitief vermogen Nederland.
– harmonisatie in twee cycli (bachelor+master), ECTS, externe kwaliteitszorg, Europees kwalificatieraamwerk.
– belangrijk is natuurlijk dat niveau bachelor en master wordt gehaald, daarom is internationale afstemming wat dat betreft wezenlijk.
B. Vormgeving
– accreditatieorganisatie, die op grond van panelrapporten tot een eigenstandig oordeel dient te komen, opgezet als binationale organisatie met Vlaanderen.
– accreditatie is kop op bestaand stelsel van kwaliteitszorg, er moet geen extra circuit van beoordeling gaan ontstaan.
– niveau van beoordeling is opleiding, vanwege gewenning in visitatiestelsel, deïnstitutionalisering, gebrek aan inzicht in kwaliteit aangewezen onderwijs.
– oordeel is dichotoom: ja/nee.
C. Taken
– accrediteren bestaande opleidingen.
– toetsen nieuwe opleidingen.
– jaarlijkse lijst opstellen van VBI’s.
– internationale afstemming, met name met grenslanden.
– extra taken: researchmasters, aanwijzingsprocedure, korte programma’s in het HBO, verlenging cursusduur master in WO.
D. Uitvoering
– instellingen, opleidingen zijn autonoom.
– respect voor onderwijsgevenden.
– NVAO is partner wat betreft verbetering kwaliteit onderwijs.
– globale kaders met ruimte voor opleidingen, dus niet gedetailleerd en niet uniformerend.
– volgend, niet leidend.
ERVARINGEN
A. Algemeen
– het stelsel is enorm snel geland, in beginfase veel overleg en luisteren, later veel uitgelegd en toegelicht, op congressen, maar ook binnen instellingen.
– de werkelijkheid is veel gecompliceerder dan je kunt bedenken, daarom moet er tijdens de rit geïmproviseerd en veranderd worden. Stelsel ontwikkelt zich dus nog steeds.
– dat geldt het meest duidelijk voor verkeer tussen opleiding/instelling, VBI en NVAO
– kritiek op bureaucratisering en kosten van het stelsel.
– NVAO is géén papieren tijger, noch een stempelmachine, maar neemt de ruimte om eigenstandig oordelen te vellen.
B. Toets nieuwe opleiding
– ongeveer 110 aanvragen beoordeeld, in eerste instantie meer dan de helft negatief; meer dan de helft van afgewezen aanvragen komt echter met een sterk verbeterd voorstel terug, zodat uiteindelijk zo’n 75% van de aanvragen een positief oordeel krijgt.
– reden afwijzing :
a. onderschatting: het gaat om opleidingen in het HO, waarvoor overheid en cursisten behoorlijk wat geld op tafel moeten leggen;
b. gebrek aan niveau;
c. te brede instroom, met name in master;
d. te veel ineens: drie beroepsprofielen in één opleiding;
e. hypes, waarvoor onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is;
f. kwaliteit personeel.
– macrodoelmatigheidstoets nà NVAO leidt tot verspilling van energie.
C. Accreditatie
– ongeveer 400 aanvragen beoordeeld:
a. 80% geen probleem;
b. 10% aanvullende info van opleiding en/of VBI, dan positief;
c. 10% problematisch: vier procent afkeuren rapport, drie procent afkeuren opleiding (waarvan 2/3 op grond negatief VBI-rapport en 1/3 op grond van afwijking NVAO van VBI-rapport) en drie procent uiteindelijk positief.
– redenen problemen:
a. samenstelling panel niet deskundig of niet onafhankelijk genoeg;
b. motiveringen ontbreken of zijn niet onderbouwd;
c. wel aandacht en opmerkingen over proces, niet over inhoud;
d. oordelen wel onderbouwd, maar veel kanttekeningen;
e. "eigen domeinspecifieke kader" niet sterk genoeg;
f. wordt beoogd niveau aantoonbaar gehaald?
– inwinnen extra informatie om tot oordeel te komen.
– verificatiecommissies: NVAO heeft "gerede twijfel" over oordelen. Dan wordt op kosten NVAO nieuwe onafhankelijke commissie samengesteld met specifieke opdracht, gebaseerd op facetten waarover NVAO twijfel heeft. Er zijn nu vijf van dergelijke commissies actief (geweest), waarvan twee al zijn afgerond: één positief en één negatief.
–ontbreken van wettelijke herstelperiode maakt oordelen voor panels en NVAO hard.
NIEUWE WET
a. wanneer de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt goedgekeurd, zal rond 2010 worden overgestapt op een nieuw stelsel, nadat eerst alle opleidingen zijn geaccrediteerd. Nieuwe stelsel leidt dan tot ontheffing van de accreditatieverplichting voor opleidingen en instellingen die een goede reputatie hebben en kunnen laten zien dat zij "in control" zijn. Vrijstelling kan gelden voor hele instelling en alle activiteiten, maar kan ook slechts gelden voor delen van de instelling en opleidingen.
b. zorgplicht voor kwaliteit ligt bij instelling: elke zes jaar externe en publieke beoordeling.
c. macrodoelmatigheidstoets en kwaliteitstoets worden omgekeerd.
d. er komt een wettelijke hersteltermijn van twee jaar na het uitspreken van een rode kaart.
e. in beslisregels meer aandacht voor inhoud en resultaten, minder voor randvoorwaardelijke garanties.
f. NVAO krijgt rol in titulatuur – toewijzing.
g. afstemming met arbeidsmarkt krijgt zwaarder gewicht.
h. "ontbureaucratisering".
INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN
A. ECA
– projectgroep van accreditatieorganisaties uit negen landen: Nederland, Vlaanderen, Ierland, Noorwegen, Duitsland (6 organisaties), Oostenrijk (2 organisaties), Zwitserland, Spanje en Frankrijk.
– doelstelling wederzijdse erkenning van accreditatiebesluiten.
– opbouwen van vertrouwen en kennis:
a. profielen van organisatie, taken en werkwijzen van organisaties;
b. gemeenschappelijke accreditatieprocessen + rapport van waarnemers bij procedures van andere organisaties;
c. code of good practice;
d. principles for selection of experts;
e. overnemen oordelen;
f. overnemen besluiten.
– géén twee werkwijzen zijn hetzelfde, maar basis is voor 90% gelijk.
B. ENQA
– vereniging van kwaliteitszorgorganisaties in Europa, gekoppeld aan "Bologna".
– alle soorten beoordelen aanwezig, al naar gelang nationale keuzes: audits, evaluaties, visitaties, accreditaties. Het gemeenschappelijke element is nog niet erg zichtbaar.
– ENQA is officiële deelnemer aan Bologna Follow Up-group.
– ENQA zal belangrijke rol spelen in het opstellen van een europees register van erkende kwaliteitszorgorganisaties.
– voor 2009 moeten alle organisaties geëvalueerd zijn, dus ook NVAO.
