Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & Artikelen20072006200520042003CorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbriefRSS FeedsToespraken & Artikelen
'NVAO wil meehuilen noch verstoppertje spelen', reactie Karl Dittrich, voorzitter NVAO op column Frans Leijnse 'Meehuilen', TH&MA 4 2005
In zijn column 'Meehuilen' in TH&MA nummer 2 van dit jaar verwijt Frans Leijnse de NVAO op een gemakkelijke en aanvechtbare wijze de pabo's beoordeeld te hebben en daarom tot een te negatief oordeel gekomen te zijn. Was de NVAO te werk gegaan zoals Leijnse beweert, dan zou hij volstrekt gelijk hebben gehad met zijn kapitteling van de NVAO.
Niets is echter minder waar!
De NVAO heeft vanaf het voorjaar 2003 de zogenaamde meta-evaluatie van de inspectie Hoger Onderwijs overgenomen. In de meta-evaluatie wordt de kwaliteit en deugdelijkheid van een visitatierapport beoordeeld en wordt bezien of het rapport voldoende basis biedt om uitspraken te doen over de individuele opleidingen die gevisiteerd zijn. Het gaat om visitatierapporten die vóór de invoering van het accreditatiestelsel zijn afgerond of van start zijn gegaan. Op deze rapporten zijn dus niet de NVAO-accreditatiecriteria, maar uiteraard de criteria van de inspectie van toepassing.
Op basis van deze criteria heeft de NVAO het visitatierapport van de pabo's beoordeeld. Het rapport is deugdelijk bevonden en op basis daarvan heeft de NVAO uitspraken gedaan over de kwaliteit van de individuele opleidingen, uiteraard nog steeds gebaseerd op de werkwijze van de inspectie. Drie opleidingen bleken langdurige ernstige tekortkomingen te vertonen en zestien van de 39 beoordeelde pabo's kende een aantal van minimaal twee substantiële verbeterpunten (door de inspectie voorheen Ernstige Tekortkomingen genoemd). Dat zijn andere aantallen dan door Leijnse en eerder al door de HBO-raad zijn genoemd. De HBO-raad heeft echter een eigen, lichtere interpretatie van de inspectiecriteria gehanteerd dan de NVAO en bagatelliseert daarom de uitkomsten van de beoordeling van de opleidingen. Leijnse sluit zich daar kritiekloos bij aan.
Dat is jammer, want de pabo-problematiek verdient een andere discussie. Terecht wordt met argusogen gekeken naar de lerarenopleidingen, zowel in het hbo als in het wo. De lerarenopleidingen hebben een moeilijke, maar voor de samenleving vitale, opdracht en zitten in een lastige positie. Vrijwel voortdurend is er immers sprake van dreigende lerarentekorten en de rol van leraren in scholing en opvoeding is de laatste jaren zeker niet onbelangrijker geworden. En dat is een understatement. Er wordt dus veel gevraagd van de lerarenopleidingen. Kijk maar eens naar de diversiteit van de instroom: havisten, mbo-4, vwo-ers, zij-instromers, tot voor kort ook mbo-3. Voor al deze verschillende instroomvarianten zijn eigen opleidingsvarianten ontwikkeld.
Kijk ook eens naar de startkwalificaties: een pabo-afgestudeerde dient over 125 (!) startkwalificaties te beschikken! Dat zegt iets over de complexiteit van het beroep en dus ook over de opleidingen. Dat zijn allemaal verzachtende omstandigheden, maar dat neemt niet weg dat de visitatiecommissie een aantal verontrustende conclusies heeft getrokken over onder andere het HBO-niveau van de opleidingen, het gebrek aan diepgang in programma's, een gebrek aan kennis in de voor het primaire onderwijs basale vakken rekenen en taal. Dát is verontrustend en daarover dient de discussie te gaan. Gelukkig hebben de pabo's zelf de handschoen goed opgepakt, zoals de NVAO de afgelopen maanden tijdens een groot aantal bezoeken en gesprekken heeft kunnen constateren.
Dat het NRC Handelsblad aandacht heeft geschonken aan de pabo-problematiek strekt haar tot eer. De kwaliteit van het primaire onderwijs legt immers de basis voor de ontwikkeling van de kenniseconomie waar wij in Nederland onze mond zo van vol hebben. Dat de door het NRC vermelde gegevens bij elkaar zijn gebracht op basis van vrije nieuwsgaring is een pluim voor de betreffende journalist. De NVAO heeft dus geen behoefte aan meehuilen, maar wenst ook niet mee te doen aan een spelletje van verdoezelen en bagatelliseren. Problemen dienen te worden gesignaleerd en te worden aangepakt, daarvoor is het onderwijs ons te lief en te belangrijk!
