Actueel
NieuwsNieuw accreditatiestelselAgendaNVAO CongressenToespraken & Artikelen20072006200520042003CorrespondentieVraag en antwoordNieuwsbriefRSS FeedsToespraken & Artikelen
'Accreditatie blijft, maar moet straks anders', artikel Karl Dittrich, voorzitter NVAO, Financieele Dagblad, 14 september 2005
Met hun bijdrage "Weg met het nieuwe accreditatiecircus" in het Financieele Dagblad geven Berkhout en Oudemans een serieus signaal, dat echter veel aan kracht verliest door een gebrek aan feitenkennis en door een onjuiste voorstelling van zaken. Daarom een uitleg over de juiste gang van zaken in het accreditatiestelsel.
In 1999 (Bologna verklaring) spraken 29 Europese ministers van Hoger Onderwijs (inmiddels gegroeid tot 45!) zich uit voor een harmonisatie van hun nationale Hoger Onderwijsstelsels in een structuur van twee cycli, de bachelor en de master. Bedoeling van deze stelselverandering was en is om de mobiliteit van studenten en afgestudeerden te bevorderen. Daarvoor is echter nodig dat over de kwaliteit van het onderwijs en van de graden die afgegeven worden geen discussie kan bestaan. De NVAO, de Nederlands- Vlaamse Accreditatie Organisatie, heeft de taak gekregen de kwaliteit te keuren en daarvoor een kwaliteitskeurmerk, de accreditatie, te verlenen. De wetgever heeft er verder voor gekozen om de visitaties die de basis vormen voor het NVAO-oordeel, te laten uitvoeren door zogenaamde Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI’s).
Opleidingen worden eens in de zes jaar beoordeeld op zes onderwerpen: de doelstelling en het niveau van de opleiding, de kwaliteit en inhoud van het programma, het personeel, de voorzieningen, de kwaliteitszorg en de resultaten. Op al deze onderwerpen dient een opleiding een voldoende te behalen om geaccrediteerd te kunnen worden. Er wordt bij deze onderwerpen niet alleen gekeken naar het proces maar ook wel degelijk ook de inhoud en naar de resultaten (in kwalitatieve én kwantitatieve zin).
Het accreditatiestelsel is nieuw en kent natuurlijk kinderziektes. NVAO en VBI’s willen geen risico’s lopen bij het op poten zetten van het stelsel. Wellicht zijn we daarom te voorzichtig en wordt wel eens doorgeschoten in het verzamelen van bewijs, hetgeen leidt tot meer werk bij de instelling. Maar accreditatie is ook nieuw voor instellingen en opleidingen, waarbij het opvallend is te zien dat in het Nederlandse hoger onderwijs relatief weinig aandacht is geschonken aan stelselmatige kwaliteitszorg. Er werd veel geëvalueerd, maar erg doelgericht was dat nauwelijks en waar het toe leidde was niet zelden onbekend. De NVAO is daarom een groot pleitbezorger van het invoeren van een kwaliteitszorgcyclus, waarin stelselmatig wordt bekeken of de door de opleiding nagestreefde doelen (vooral afgestudeerden van goede kwaliteit!) worden bereikt en zo niet wat er verbeterd moet worden om die doelstellingen wél te bereiken.
We zijn niet uit op gedetailleerde procesbeschrijvingen die docenten van hun werk houden, maar willen wel van opleidingen een garantie van basiskwaliteit. Hoe men die basiskwaliteit wil bereiken, is uiteraard een zaak van de opleidingen zelf.
Het accreditatiestelsel pakt duurder uit dan het oude visitatiestelsel. Niet alleen kost de NVAO zelf geld (3,5 miljoen euro per jaar), maar de eisen die door de NVAO aan het beoordelingsonderzoek en de rapportage zijn gesteld, zijn zwaarder dan voorheen. De inspectie van het Onderwijs doet onderzoek naar de kosten van het accreditatiestelsel en de eerste signalen zijn dat het accreditatiestelsel twee keer zo duur is als het oude visitatiestelsel. Dat is zonder enige twijfel veel geld, maar men kan zich serieus afvragen of dat geld niet buitengewoon goed besteed wordt.
Staatssecretaris Rutte heeft uitgesproken dat alle opleidingen éénmaal dienen te worden geaccrediteerd en wil daarna overstappen op instellingsaccreditatie. Het gaat overigens niet alleen om accreditatie van de opleidingen van de 14 bekostigde universiteiten en de 45 bekostigde hogescholen, maar ook om de 70 niet-bekostigde Hoger Onderwijsinstellingen, die eigenlijk nog nooit een externe kwaliteitstoets hebben ondergaan.
Op de manier zoals we nu te werk gaan zullen er opleidingen gaan sneuvelen, het kaf wordt van het koren gescheiden. Daar profiteren niet alleen studenten en de arbeidsmarkt van maar ook de instellingen zelf!
